Presenteïsme: ziek en toch op de zaak

0

Een laag ziekteverzuim wijst op gezonde werknemers en een optimale productiviteit. Of toch niet? Wat als werknemers wel ziek zijn, maar toch komen werken? Maak kennis met een addertje onder het gras dat presenteïsme heet.

Exacte cijfers zijn moeilijk te geven maar Canadese studies suggereren dat de kosten van presenteïsme, in termen van productieverlies, drie- tot ruim achtmaal hoger zijn dan van ziekteverzuim. In Nederland dateren de laatste onderzoekcijfers over presenteïsme uit 2002 en 2004. Deze onderzoeken, gedaan door TNO, wezen uit dat maar liefst zestig procent van alle werknemers in Nederland een of meerdere dagen per jaar naar hun werk gaan, terwijl ze zich eigenlijk ziek voelen. Dit wordt presenteïsme genoemd.
Uiteraard is dit geen typisch Nederlands fenomeen. De officiële term presenteïsme is afgeleid van het Engelse presenteeism, een term die in de vroege jaren negentig van de vorige eeuw werd geïntroduceerd door de Britse hoogleraar Cary Cooper.

Verlanglijstje

Het reduceren van ziekteverzuim staat hoog op het verlanglijstje van zowel de overheid als het bedrijfsleven. Er wordt dan ook in toenemende mate werk gemaakt van ziektepreventie. Interventies die het ziekteverzuim moeten terugdringen hebben ten doel de productiviteit te verhogen en de gezondheid en het welzijn van de werknemer te verbeteren. Een logische conclusie lijkt dus: hoe lager het ziekteverzuim, hoe beter. Zowel voor de werknemer als voor de werkgever. De praktijk blijkt echter ingewikkelder.

Goed uitzieken

‘Ik zou graag een kassabon overleggen waarin tot in decimalen wordt vastgesteld wat de exacte omvang en kosten van presenteïsme in Nederland zijn,’ aldus dr. Ernest de Vroome van TNO. ‘Helaas zijn die cijfers op dit moment nog niet bekend. Dat zal nader onderzoek vergen.’ Het is echter zijn stellige overtuiging dat doorwerken bij ziekte uiteindelijk averechts werkt. ‘We weten namelijk dat mensen die ziek doorwerken zich later vaak alsnog ziek melden.’ De Vroome wijst op een onderzoek waarin twee groepen zieke werknemers werden vergeleken: de ene groep werkte ondanks de ziekte door, terwijl de andere ziek thuis bleef. Werknemers die ziek doorwerkten bleken in de jaren die volgden significant vaker hart- en vaatziekten te ontwikkelen, waardoor de aanvankelijke productiviteitswinst geheel teloor ging en het eindresultaat negatief was. ‘Het is daarom bij ziekte veel beter om naar huis te gaan, goed uit te zieken, te herstellen en pas daarna weer aan de slag te gaan.’

‘Ik ben onmisbaar’

Opvallend is dat presenteïsme vaker voorkomt onder lager opgeleiden dan onder hoogopgeleiden, en vaker onder jongeren dan ouderen. Wanneer je meer specifiek naar beroepsgroepen kijkt, blijkt dat werknemers in de gezondheidszorg en het onderwijs relatief vaak doorwerken bij ziekte.
Aan de basis van dit presenteïsme ligt dikwijls een uitgesproken gezagsgetrouwe en loyale arbeidsmoraal ten grondslag volgens De Vroome. ‘Mensen die razend druk zijn en daardoor emotioneel overbelast raken, zeggen: “ik heb het te druk om ziek te zijn”. Omdat ze hun collega’ s en werkgever niet in de steek willen laten, ontkennen ze de problemen.’
In de literatuur blijkt ook uit kwalitatief onderzoek dat veel van deze ‘presenteïsten’ het gevoel hebben dat ze onmisbaar zijn. Deze overtuiging komt met name voor bij leerkrachten en verpleegkundigen. De Vroome: ‘Zij redeneren: het is mijn klas, het zijn mijn patiënten, ik kan ze niet alleen laten want ik ken ze en er is niemand die met ze kan wat ik met ze doe. In de bouw zal iemand waarschijnlijk eerder zeggen: of ik die steen nu op de andere leg, of een collega, dat maakt niet zoveel uit.’

Werken als topsport

Ook kunnen economische factoren een rol spelen bij presenteïsme. Er zijn mensen die bang zijn hun baan te verliezen als ze zich te vaak ziek melden. Dat is in versterkte mate het geval in economisch onzekere tijden, zoals momenteel.
Ten slotte komt presenteïsme vaker voor bij jongeren. Dat heeft te maken met het feit dat ze een minder stabiele positie hebben op de arbeidsmarkt dan ouderen. Ze moeten zich nog bewijzen en ook dan kun je je beter niet te vaak ziek melden.
‘Uiteraard speelt bij dit alles ook de verzuimcultuur binnen het bedrijf een rol’, aldus De Vroome. ‘Bij een bedrijf waar werken als topsport wordt gezien en verzuim als een teken van zwakte, van gebrek aan hart voor de zaak, is de kans dat je bij ziekte blijft doorwerken natuurlijk groter.’

Herstellen

Een verzuimcultuur waarin ziek zijn als een teken van zwakte geldt, bijt zichzelf uiteindelijk in de staart, zo stelt De Vroome. Mensen hebben af en toe tijd nodig om te herstellen van ziekte, die je soms onvermijdelijk oploopt. Het is onverstandig te streven naar een ziekteverzuim van nul procent. ‘We weten dat het landelijke ziekteverzuim rond de vier procent ligt. Wanneer je als bedrijf daarop uitkomt, of op het sectorgemiddelde, dan heb je op dat gebied je doelstelling bereikt. Je bent als bedrijf beter af wanneer er iets minder werknemers aanwezig zijn, maar die wel allemaal in goede gezondheid verkeren.’

Presenteïsme: de kosten

Over de kosten van presenteïsme zijn in Nederland nog weinig harde cijfers bekend. In de Angelsaksische wereld is op dit gebied meer onderzoek gedaan. Het Britse Sainsbury Centre for Mental Health schat de kosten van presenteïsme bij psychische klachten (bijvoorbeeld emotionele overbelasting) in Groot-Brittannië jaarlijks op 15,1 miljard pond. Paul Hemp, senior editor van de Harvard Business Review, heeft berekend dat presenteïsme Amerikaanse bedrijven jaarlijks zo’ n honderdvijftig miljard dollar kost. Presenteïsme zou volgens hem 63 procent uitmaken van de totale gezondheidgerelateerde kosten van het Amerikaanse bedrijfsleven. Diverse Canadese studies suggereren dat de kosten van presenteïsme, in termen van productieverlies, drie- tot ruim achtmaal hoger zijn dan van ziekteverzuim.

Bron: Gezond Ondernemen nr. 2, mei 2013 | Zilveren Kruis Achmea

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.