Politiek verlof: meer dan de tijd voor het bijwonen van vergaderingen

0

In deze zaak konden werkgever en werknemer het niet eens worden over de omvang van het door de werknemer gevraagde politiek verlof. De werkgever was van mening dat alleen rekening gehouden hoefde te worden met de vergadertijd. De kantonrechter was het daar niet mee eens en oordeelde dat bij het vaststellen van politiek verlof rekening gehouden moet worden met alle omstandigheden van het geval en dus niet alleen met de tijd voor het bijwonen van vergaderingen.

De zaak

In deze zaak ging het om een werknemer die sinds 1985 in dienst is bij de werkgever voor 40 uur per week. De werknemer is actief in de politiek en is in 2007 verkozen tot Statenlid (in Provinciale Staten). De werknemer heeft toen met zijn werkgever afgesproken dat hij gedurende vier jaar elke woensdag (8 uur) onbetaald politiek verlof zou genieten.
In 2011 is de werknemer opnieuw gekozen tot Statenlid. Deze keer is hij ook fractievoorzitter omdat sprake is van een eenmansfractie. De werknemer heeft de werkgever gevraagd de eerder overeengekomen verlofregeling te verlengen. De werkgever heeft dit verzoek geweigerd en 16 uur per vier weken politiek verlof aangeboden, waarbij de werknemer de mogelijkheid zou hebben om 8 uur aaneengesloten op te nemen.
De werknemer is het niet eens met afwijzing van zijn verzoek en vraagt de kantonrechter zijn politiek verlof vast te stellen op 8 uur per week.

Oordeel rechter
De kantonrechter wijst het verzoek van de werknemer toe en stelt het politiek verlof vast op 8 uur per week.
Op grond van artikel 7:643 BW kan een werknemer van de werkgever verlangen dat hij hem onbetaald verlof verleent voor het bijwonen van vergaderingen van politieke organen. De kantonrechter stelt vast dat partijen slechts van mening verschillen over de omvang van het verlof. Volgens de wetsgeschiedenis moet bij de vaststelling van de omvang van het politiek verlof rekening worden gehouden met de belangen van de werkgever. Het belang van de werkgever is dan gelegen in het feit of hij de werknemer nog in voldoende mate ter beschikking heeft en de bezwaren die de afwezigheid van de werknemer met zich meebrengt.

In deze zaak heeft de werkgever geen argumenten naar voren gebracht die moeten leiden tot afwijzing van het verzoek. Sterker nog, de werkgever heeft erkend dat in haar organisatie (circa 400 mensen) werknemers in een soortgelijke functie parttime werken en dat klanten ook geen problemen hebben met mensen die parttime werken.

Verder overweegt de kantonrechter dat uit de wetsgeschiedenis niet volgt dat bij de toekenning van politiek verlof alleen rekening gehouden hoeft te worden met het bijwonen van vergaderingen en niet de werkzaamheden ter voorbereiding van vergaderingen of werkbezoeken. De kantonrechter heeft de taak (als partijen daar zelf niet uitkomen) om de omvang van het politiek verlof in een individueel geval vast te stellen, waarbij rekening gehouden moet worden met alle omstandigheden van het geval. De grootte van de fractie is een factor die daarbij een rol kan spelen. Omdat de werknemer fractievoorzitter is van een eenmansfractie en rekening houdend met een gemiddelde werkbelasting van een Statenlid tevens fractievoorzitter van 28 uur per week, komt het verzoek van de werknemer niet onredelijk voor.

In de praktijk

Het politiek verlof is geregeld in artikel 7:643 BW. Werknemers kunnen van de werkgever verlangen dat hen onbetaald verlof wordt verleend voor het bijwonen van vergaderingen van politieke organen.
Tijdens het onbetaalde verlof hoeft de werkgever het loon van de werknemer niet door te betalen, maar hij bouwt wel vakantiedagen op (artikel 7:635 lid 1 sub e BW).
Een werkgever mag de arbeidsovereenkomst niet opzeggen vanwege het bijwonen van de bovengenoemde vergaderingen. Er geldt wat dat betreft dus een opzegverbod .

De wet bepaalt, dat als de werkgever en de werknemer er wat betreft (de omvang van) het politiek verlof onderling niet uitkomen, zij de zaak aan de kantonrechter kunnen voorleggen, zoals in deze zaak. De kantonrechter bepaalt vervolgens in welke mate het verlof moet worden verleend. De kantonrechter zal een afweging maken van enerzijds het belang van de werkgever dat de arbeid door de werknemer wordt verricht tegen anderzijds het belang van de werknemer om de vergaderingen bij te wonen. Als de vergadertijd bijvoorbeeld midden op de dag is zodat de werknemer een aanzienlijk gedeelte van de dag niet aanwezig is terwijl het juist ook op dat moment erg druk is op het werk, dan mag van de werknemer worden verlangd dat hij de vergadering overslaat. Overigens kunnen partijen na de uitspraak van de kantonrechter in hoger beroep en cassatie als ze het niet eens zijn met de uitspraak.

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met de juristen van XpertHR.nl. Meer artikelen over ouderschapsverlof lees je op de dossier-pagina.

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBROT:2012:BV3777
Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.