JurisprudentieSlapend dienstverband wel of niet in strijd met goed werkgeverschap?

0

Een langdurig zieke werkneemster vraagt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met toekenning van een transitievergoeding. Is het slapend houden van het dienstverband door de werkgever in dit geval ernstig verwijtbaar handelen of nalaten? Lees het oordeel van de rechter.

Wat eraan voorafging

Een medewerker bij een ziekenhuis valt in 2015 uit vanwege ziekte. In augustus 2016 krijgt ze, op haar verzoek, vervroegd een IVA-uitkering. Ze wil dat haar arbeidsovereenkomst wordt beëindigd onder toekenning van een transitievergoeding. Maar de werkgever wil dat niet. De werkneemster stapt naar de rechter om ontbinding te vragen vanwege een verstoorde arbeidsrelatie.

Bij de rechter

De werkgever verzet zich niet tegen de verzochte ontbinding maar verweert zich wel tegen het toekennen van een transitievergoeding. De werkgever vindt dat hij een gerechtvaardigd financieel belang heeft bij het slapend houden van dit, en van andere dienstverbanden. Als de organisatie alle slapende dienstverbanden nu moet afwikkelen, moet er een bedrag van bijna 1 miljoen euro worden voorgefinancierd. Het is onduidelijk of en wanneer de organisatie dat bedrag wel in zijn geheel terugkrijgt. Aanvragen zouden door UWV nog kunnen worden afgewezen. Daarnaast is er nog (een kleine) kans op een herbeoordeling van de werkcapaciteit van de werkneemster.

De rechter moet hier beoordelen of het slapend houden van het dienstverband door de werkgever is aan te merken als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten. De rechter overweegt daarbij de volgende aspecten:

    • Keuzevrijheid: het is de beleidsvrijheid van de werkgever om een arbeidsovereenkomst met een werknemer die meer dan twee jaar arbeidsongeschikt is, door opzegging te beëindigen. Er is geen wettelijk plicht om dit te doen.
    • Nieuwe wetgeving: met de invoering van de wet compensatie transitievergoeding ontstaat geen verplichting voor de werkgever om een slapend dienstverband te beëindigen.
    • Onzekerheid: de rechter overweegt dat het nog niet geheel zeker dat de Wet compensatie transitievergoeding ook echt per 1 april 2020 wordt ingevoerd (noot redactie: de wet werd kort na deze uitspraak gepubliceerd in de Staatscourant).
    • Financieel belang werkgever: de werkgever kan een verzoek tot compensatie op zijn vroegst op 1 april 2020 indienen. Dat betekent dat deze werkgever voor deze en andere gevallen bij elkaar een zeer groot bedrag aan transitievergoedingen moet voorfinancieren. Wanneer de werkgever daarvoor geheel of gedeeltelijk via UWV wordt gecompenseerd, is onduidelijk. De werkgever heeft daarmee een te respecteren financieel belang om slapende dienstverbanden als deze niet te willen beëindigen.

De rechter concludeert dat de werkgever vooralsnog niet ernstig verwijtbaar handelt door het slapend houden van het dienstverband met de werknemer. Het feit dat het dienstverband van de werknemer vóór 1 april 2020 eindigt vanwege het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd en haar recht op een transitievergoeding daarmee vervalt, maakt dat niet anders.

  • Een werknemer heeft in principe recht op een transitievergoeding als een dienstverband twee jaar of langer heeft geduurd en het dienstverband op initiatief van de werkgever eindigt. Vanaf 1 januari treedt de wet Compensatie transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid in werking. Meer over deze compensatie leest u in de whitepaper.

    Download de whitepaper

In de praktijk

De rechter concludeert, anders dan de kortgedingrechter in een andere zaak, dat de werkgever op dit moment niet verwijtbaar handelt door het dienstverband slapend te houden. Maar de rechter kijkt wel vooruit. Hij overweegt dat na de inwerkingtreding van de wet compensatie transitievergoeding het slapend houden van een dienstverband wel ernstig verwijtbaar kan zijn, als eenmaal is gebleken hoe de beoordeling en de afhandeling door UWV verloopt. Voorwaarde is dan wel dat er geen vooruitzicht op herstel van de werknemer is en de werkgever geen ander belang heeft bij het voorzetten van het dienstverband dan het voorkomen van het betalen van een transitievergoeding, aldus de rechter. 

Uitspraak:  ECLI:NL:RBOVE:2019:1021, 21 maart 2019

  • Dit artikel komt tot stand in samenwerking met XpertHR de HR Antwoordbank. XpertHR biedt arbeidsrechtelijke informatie, juridisch advies, praktische tools, praktijkcases, checklists en meer. Geïnteresseerd? Meer informatie of een online demonstratie >>>
Lees meer over:

Over Auteur

mr. Ingrid Kooijman

Mr. Ingrid Kooijman is auteur bij XpertHR. Voor XpertHR Actueel houdt ze de jurisprudentie scherp in de gaten. Ze schrijft over arbeidsrecht, HRM en projectmanagement.

Reageer