Jurisprudentie | Transitievergoeding niet in brutoloon verstoppen

0

Een uitzendbedrijf dat een bruto uurloon inclusief transitievergoeding afspreekt, onder voorwaarde dat het brutoloon met terugwerkende kracht wordt verlaagd als toch een transitievergoeding moet worden uitbetaald, wordt teruggefloten door de rechter. Het financiële risico voor de transitievergoeding ligt bij de werkgever en mag niet worden afgewenteld op de werknemer.

Wat eraan voorafging

Bij de overname van een bedrijfsonderdeel neemt een woonstichting ook de inleencontracten van een aantal medewerkers over, zo ook van de manager verhuur. Deze medewerker heeft opvolgende arbeidsovereenkomsten met twee uitzendbureaus gehad voor dezelfde werkzaamheden als manager verhuur. In zijn arbeidsovereenkomst met de uitzender staat dat het bruto uurloon inclusief een eventuele transitievergoeding is. Op het moment dat er toch een transitievergoeding betaald moet worden, zal het salaris met terugwerkende kracht verlaagd worden met het bedrag van die transitievergoeding. Het contract van de manager eindigt op 31 januari 2016. Hij meent dat hij recht heeft op een transitievergoeding. De werkgever wil niet betalen en de manager stapt naar de rechter.

Hoe het afloopt

De werkgever is allereerst van mening dat hij geen transitievergoeding hoeft te betalen omdat de manager net geen 24 maanden in dienst is geweest. Subsidiair vindt het bedrijf dat het naar de eisen van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de vergoeding alsnog betaald moet worden ondanks de afspraken daarover. Het betalen van een transitievergoeding is niet in de tariefstelling voor klanten opgenomen.
De rechter oordeelt dat de transitievergoeding wel verschuldigd is. Allereerst is de manager wel langer dan 24 maanden in dienst geweest. Er is een keten van contracten met opvolgende werkgevers, in dezelfde functie. De arbeidsovereenkomst is ook op initiatief van de werkgever geëindigd; de rechter ziet geen aanwijzingen voor een beëindiging met wederzijds goedvinden. Daarnaast is het financiële risico van het recht op een transitievergoeding door de wetgever bij de werkgever gelegd. Slechts in uitzonderlijke situaties zou dat anders kunnen zijn, merkt de rechter op. Dat een uitzendbureau om commerciële redenen besluit de kosten van een transitievergoeding niet door te berekenen in de tarieven voor de opdrachtgevers, is niet zo’n situatie. De manager krijgt alsnog zijn transitievergoeding van ruim 4.000 euro.

In de praktijk

De transitievergoeding voor de werknemer die ontslagen wordt, is een stevig verankerd recht. Alleen in zeer uitzonderlijke gevallen is er een mogelijkheid voor de werkgever om het betalen van de vergoeding te ontlopen, bijvoorbeeld bij ernstige verwijtbaarheid aan de kant van de werknemer.

Uitspraak: ECLI:NL:RBROT:2016:7942, oktober 2016
Meer over deze uitspraak in XpertHR https://www.xperthr.nl/doc/20000213/

Lees meer over:

Over Auteur

Mr. Ingrid Kooijman is auteur bij XpertHR. Voor XpertHR Actueel houdt ze de jurisprudentie scherp in de gaten. Ze schrijft over arbeidsrecht, HRM en projectmanagement.