Pensioengolf in 2010 leidt tot tekorten

6

2010 wordt het jaar waarin Nederland voor het eerst pas echt goed te maken krijgt met een pensioengolf. Die golf duurt tot 2013 en zorgt ervoor dat 1 op de 5 werkenden de arbeidsmarkt verlaat.

Dat blijkt uit een onderzoek van YER, genaamd De arbeidsmarkt 2010-2012: wat u daarover nu moet weten.

Waarom Nederland juist in 2010 te maken krijgt met een versnelde pensioenstroom, laat zich vooral demografisch verklaren. Vlak na de Tweede Wereldoorlog werden versneld veel kinderen geboren. Wie de getallen 1945 en 65 bij elkaar optelt, komt terecht bij 2010.

1 op 5 verlaat arbeidsmarkt

Valeri Berns van YER: ‘ De komende jaren verlaat één op de vijf mensen de arbeidsmarkt, dat is enorm veel! Toch is er iets anders wat me nog meer choqueert. Er zijn best veel werkgevers die dit allemaal goed weten en er helemaal niet naar handelen. En dat terwijl het hebben van voldoende mensen zo belangrijk is. We hebben zojuist de laatste crisis gehad waarbij ontslagen vielen, vanaf nu zullen we alleen nog maar crises krijgen vanwege personeelstekorten.’

Afname beroepsbevolking

Door vergrijzing en ontgroening daalt de werkende bevolking de komende jaren van 7,75 naar 6,9 miljoen mensen. Maar er zijn meer tendensen waardoor de beschikbare beroepsbevolking weleens kleiner kan zijn dan gedacht. Zo wil slechts een derde van de binnenkort pensioengerechtigden daadwerkelijk langer doorwerken tot het 65ste levensjaar. En daarbovenop komt een toenemende flexibilisering van de arbeidsmarkt. Mogelijk is 20 procent van de beroepsbevolking in de toekomst niet meer beschikbaar voor traditionele vormen van arbeid en kiest bewust voor flexibele vormen van arbeid. Het aantal werknemers dat dan beschikbaar is voor een vast dienstverband kan dan nog verder afnemen tot 5,5 miljoen.

Krappe arbeidsmarkt

Hoewel de werkloosheid nog steeds stijgt, zijn de vooruitzichten voor de arbeidsmarkt niet ideaal. Nog steeds heeft 63 procent van de organisaties moeite om gekwalificeerd personeel aan te trekken. En de verwachting is dat wanneer het economisch herstel doorzet, de arbeidsmarkt vanaf het derde kwartaal van 2010 nog krapper zal worden.

‘ De mismatch tussen onderwijs en de vraag naar personeel zal zich op alle opleidingsniveaus doen gelden. Door de vergrijzing en flexibilisering van de arbeidsmarkt zal de krapte naar verwachting weer zeer snel terugkeren en extremere vormen aannemen dan in de periode 2006-2008. Nog meer dan in het verleden zal de concurrentiepositie van ondernemingen afhankelijk zijn van het aantrekken, binden en boeien van de factor Human Capital. Een ‘ War for Talent’ zal losbarsten waar het gaat om hoger opgeleiden. De toenemende schaarste van gekwalificeerd personeel zal in korte tijd leiden tot aanzienlijk hogere kosten voor het werven van personeel. Het niet kunnen invullen van bedrijfskritische vacatures leidt onvermijdelijk tot vertraging in de realisatie van de ondernemings- en winstdoelstellingen.’

Basti Baroncini, redacteur P&Oactueel

> Trends en ontwikkelingen in recruitment land 2010
De arbeidsmarkt 2010-2012: wat u daarover nu moet weten

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

6 reacties

  1. Jammer dat er geen enkele cijfermatige onderbouwing van de stelling wordt gegeven. Nu heeft het artikel veel weg van stemmingmakerij en doemdenken. Is het niet zou dat maar zelden nog werknemers tot hun 65e werkten? Dat bedrijfsleven en overheid werknemers lang voor die tijd al naar huis stuurden?

    Wanneer het sommetje 45+65 klopt dan heeft dat hooguit wat gevolgen voor de AOW-pot, maar weinig voor de arbeidsmarkt.

  2. Robert van der Zanden op

    Beste Basti,

    Ik onderschrijf de conclusies volledig. Wat me vervolgens verbaast is dat veel ondernemers het afgelopen jaar fors bezuinigd hebben op hun personeelsbeleid.. Dat zal ze opbreken als de arbeidsmarkt weer aantrekt.
    Helaas zal aandacht voor een beleid van boeien en binden dan er niet meer toe leiden, dat zittende werknemers bereid zijn bij hun werkgever te blijven.

    Nu al hoor ik signalen van werkgevers, dat de kennisdragers en sleutelfunctionarissen in het bedrijf moeilijk zijn te behouden.

  3. Of het zo’n vaart zal lopen? Er zijn behoorlijk wat werknemers die gebruik konden maken van een pr?pensioenregeling die doorgaans ingaat met 63 jaar en soms zelfs nog eerder. De lichtingen 1945 en 1946 zijn dus al deels weg. Bovendien zijn het vooral veel ouderen die nog in een of andere uitkeringsregeling zitten omdat die nauwelijks aan de slag komen. Zij zullen ook voor de resterende paar jaar niet aan de bak komen. Dus die zijn ook al weg. Natuurlijk blijft er nog een flinke hap over, maar dat wisten we al. Het probleem van de personeelskrapte geldt straks voor iedereen. De vijver wordt kleiner en de vissen dus duurder. Niet iedereen kan of wil dat betalen. Dus zullen er op den duur door organisatorische maatregelen oplossingen worden gezocht. Een aantal decennia geleden hadden we het tegenovergestelde probleem. Toch verdwenen ook toen door automatisering duizenden banen. Er werden oplossingen gezocht en gevonden en de maatschappij draaide uiteindelijk toch door en kwalitatief beter dan ooit tevoren. Waar een wil is, is een weg!
    So, what’s new??

  4. Henk Duijn, arbeids- en organisatiepsycholoog op

    Het lijkt er steeds meer op dat er via dit medium pogingen worden ondernomen om “hypes” te lanceren.

    In de eerste plaats is de stelling “regeren is vooruit zien” van toepassing op de nu gepresenteerde problematiek. In feite weten wij al vele jaren van tevoren hoe groot de te verwachten uitstroom in een bepaalde periode zal zijn.
    Een paniekbericht over een naderende pensioengolf (nog net geen tsunami) lijkt vervolgens de aanleiding tot onmiddellijke actie.
    Zouden personeelsfunctionarissen zulke sukkelaars zijn dat zij g??n overzicht hebben van wat er de komende jaren aan personeel met leeftijdsontslag zal gaan?

    Wanneer er een tekort aan “passend aanbod” ontstaat, blijft er weinig anders over dan “het aanbod passend te maken”.
    Dat gebeurt in een aantal organisaties al vele jaren en is dan ook niet zo bijzonder.

    Daarnaast vereist de kwaliteit van het onderwijs (op alle niveaus) serieuze aandacht.
    Diploma’s als startkwalificaties voor schoolverlaters blijken in de praktijk in hoge mate aan inflatie onderhevig te zijn en afstuderenden missen daardoor de aansluiting op de praktijk na de school.
    Dat laatste impliceert dat (bij gebrek aan beter) “niet passend aanbod” binnen de organisatie zal moeten worden omgevormd tot “passend aanbod”.
    Een daarbij opkomende vraag betreft de financiering daarvan. Mogelijk zou de onderwijsbegroting aangepast kunnen worden om binnen organisaties de nodige ruimte voor noodzakelijke training en opleiding te kunnen gaan financieren.
    Mogelijk draagt dat ook bij aan een betere afstemming tussen enerzijds het onderwijs en anderzijds het bedrijfsleven en de overheid.

  5. Ik ben het met de vorige schrijver(s) eens dat dit medium gebruikt om hypes te lanceren. Getalmatige onderbouwing mis ik. Als ik in mijn bedrijf rond kijk zie ik geen enkele 60 + plussers meer. Die groep mensen hebben met diverse regelingen al jaren geleden afscheid van hun bedrijf genomen. Dus waar praten we over.

    .

  6. Maarten de Winter op

    Laten we de feiten aan het CBS overlaten.
    (Persbericht PB07-008 9 februari 2007).

    Wat mij meer zorgen baart is de verklaarde onvermijdelijkheid van ‘vertraging in de realisatie van de ondernemings- en winstdoelstellingen’.

    Dat kan waar zijn voor wie stil zit, maar dat hoeft niet voor wie innoveert. Zie het artikel van Paul de Beer, ?Een perfect getimede recessie? Me Judice, jaargang 1, 18 december 2008.

    Ik ben het met de Beer eens en heb een concrete suggestie.
    Meer presteren met minder werkdruk kan!
    Lees de voorpublicatie van mijn boek het Sjoelbaksyndroom op de gelijknamige website.