3 Mythes die funest zijn voor strategische planning

0

Kort door de bocht: strategisch denken draait om waaraan je tijd, mensen en geld besteedt, en waaraan niet.

Nick Tasler, CEO van Decision Pulse, illustreert dit met een uitspraak van een groot strategisch denker, Napoleon Bonaparte:  “Om ergens krachtig toe te slaan is het nodig om middelen te concentreren. Dit gaat ten koste van middelen op andere plaatsen.” Michael Porter zei het als volgt: “De essentie van strategie is kiezen wat niet te doen.”

Op het hoogste niveau betekent dit vaak het kopen van een bedrijf en het afstoten van een ander bedrijf. Maar veel vaker is het een kwestie van het prioriteren van projecten en initiatieven.

Dat klinkt allemaal simpel, echter, zo constateert Tasler, enkele hardnekkige mythes zorgen ervoor dat in weinig organisaties echt strategisch wordt gedacht.

Mythe 1: Productiviteit is het doel
Productiviteit gaat over het gedaan krijgen van dingen. Strategisch denken draait om het goed voor elkaar krijgen van de juiste dingen. De consequentie hiervan is dat sommige zaken niet gedaan worden. Dit zorgt voor een cocktail van onplezierige emoties. Een project dat niet of slechts half uitgevoerd wordt, zorgt voor ontevreden gevoelens. Medewerkers ervaren een gevoel van verlies (loss aversion) doordat een gekoesterd project, waarin reeds veel tijd en geld is geïnvesteerd, stopgezet wordt. Het roept pijn en gevoelens van afwijzing op als medewerkers verteld wordt dat hun goede idee of project stopgezet wordt ten faveure van een waardevoller (geacht) project.
Met al die onplezierige emoties en gevoelens in het vooruitzicht is het verleidelijk om te streven naar productiviteit. Immers, wat is er mis met productief zijn?
Produceren is niet hetzelfde als het nastreven van excellentie. Zonder een strategie is productiviteit betekenisloos. Peter Drucker, hoogleraar op het gebied van organisatieleer, verwoordt dit als volgt: “Er is niets zo zinloos als iets wat helemaal niet zou moeten gebeuren, efficiënt doen.” Zoek dus uit wat echt moet gebeuren, wat echt waarde toevoegt.

Mythe 2: Het is de taak van de leider om te identificeren wat belangrijk is
Doe deze snelle oefening eens: Maak een lijst met ieder project en initiatief waar jouw (of een ander) team momenteel aan werkt. Streep, als de lijst klaar is, alle zaken weg die niet belangrijk zijn. In 99% van de gevallen wordt niet één project weggestreept. Dat komt doordat ieder project wel voor iemand belangrijk is. Alle projecten voegen, hoe dan ook, waarde toe. Het is dan ook nutteloos om te debatteren over wat belangrijk is. Strategische denkers moeten beslissen waar de focus op komt te liggen, niet louter op wat belangrijk is. Leiders die strategisch denken, moeten bewust projecten stilleggen of kansen negeren.
Mythe 3: Strategisch denken draait alleen om het denken

Strategisch leiderschap is geen wiskundig probleem of een gedachte-experiment. Uiteindelijk moeten strategische gedachten strategische acties opleveren. Spreadsheets vol gegevens en voorspellingen zijn volkomen nutteloos zonder een beslissing waarop actie ondernomen kan worden. Ondanks allerlei onzekerheden, complexiteit en de altijd aanwezige mogelijkheid om te falen moeten strategische leiders een beslissing nemen over waarop wel en waarop niet gefocust wordt.

Tasler sluit af met een uitspraak van Napoleon: “Niets is moeilijker, en daarom waardevoller, dan beslissen.”

Bron: Blog Harvard Business Review

Lees ook:
Strategische personeelsplanning: pak het samen aan
‘Regio-cao hoort bij strategisch HR-beleid voor de toekomst’

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.