JurisprudentieZwangere sollicitant niet aannemen kost deze werkgever 37.000 euro

2

Een werkgever neemt een zwangere sollicitant niet aan omdat ze in verwachting is. Ze stapt naar de rechter en vordert een schadevergoeding van 37.000 euro. Een volledig jaarsalaris.

Wat eraan voorafging

Een vrouw werkt tot 1 april 2015 via het uitzendbureau in een ondersteuningsfunctie bij het Centraal Opvang Orgaan Asielzoekers (COA). Na afloop van deze periode stuurt ze een open sollicitatie voor de functie van Casemanager. In november en december heeft ze hiervoor sollicitatiegesprekken. Aan het eind van het tweede gesprek meldt ze dat ze zwanger is. Daarna volgt er een telefoongesprek waarin COA aangeeft dat de zwangere sollicitant niet wordt aangenomen wegens haar zwangerschap. In de rechterlijke uitspraak is een deel van dit telefoongesprek weergegeven. De werkneemster dient een klacht in bij het College voor de Rechten van de Mens. Dat oordeelt dat de werkgever een verboden onderscheid heeft gemaakt op basis van geslacht.

Bij de rechter

Na de uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens vraagt de werkneemster de kantonrechter om een verklaring voor recht dat COA onrechtmatig heeft gehandeld. Ze vordert een materiële schadevergoeding van 77.480,06 euro bruto, het bedrag dat ze aan salaris is misgelopen. Naar haar verwachting zou ze – als ze was aangenomen – twee jaar in dienst zijn geweest op een een fulltime contract. Daarnaast vordert ze immateriële schade ter waarde van 15.000 euro vanwege een aantasting in haar persoon.

De rechter concludeert dat COA onrechtmatig heeft gehandeld door geen arbeidsovereenkomst met de zwangere sollicitant aan te gaan vanwege haar zwangerschap. Dat de zwangerschap de reden voor afwijzing was, blijkt voldoende uit het telefoongesprek en uit de verklaring van de werkneemster dat COA heeft gezegd “Dit maakt de zaak wel anders” toen ze aan het eind van haar tweede sollicitatiegesprek meldde dat ze zwanger was. COA heeft niet ontkend dat dit is gezegd. Het bedrijf moet de schade van de vrouw vergoeden.

Materiële schade

De materiële schade begroot de rechter op 37.077,21 euro bruto. Hierbij is uitgegaan van een contract van 32 uur met een looptijd van een jaar. De werkneemster had in een gesprek aangegeven dat ze liefst dat aantal uur per week zou willen werken. Het lijkt de rechter – gezien de omstandigheden en wat beide partijen hebben aangevoerd – realistisch dat het contract maximaal een jaar zou hebben geduurd. De vrouw krijgt geen immateriële schadevergoeding omdat de door haar aangevoerde psychische klachten niet zijn onderbouwd met bewijs en daarmee staat de aantasting van haar persoon niet vast.

In de praktijk

Een oordeel van het College voor de Rechten van de Mens dat er sprake is van discriminatie heeft geen juridische status. Maar deze vrouw sprak de werkgever daarna nog aan in een civiele procedure. Met succes. De werkgever moest flink betalen voor de zwangerschapsdiscriminatie: een heel jaar aan gemist salaris. Wat wel de vraag doet rijzen of de vrouw in die geschatte periode helemaal geen andere inkomsten heeft gehad. De werkgever heeft in ieder geval de hoogte van het bedrag niet betwist en het expliciet afwijzen van een sollicitant in deze fase van de selectieprocedure was daarmee een dure aangelegenheid.

Uitspraak: ECLI:NL:RBDHA:2019:584, 24 januari 2019
Lees een uitgebreid verslag over de zaak in XpertHR >>>

  • Dit artikel komt tot stand in samenwerking met XpertHR de HR Antwoordbank. XpertHR biedt arbeidsrechtelijke informatie, juridisch advies, praktische tools, praktijkcases, checklists en meer. Geïnteresseerd? Meer informatie of een online demonstratie >>>
Lees meer over:

Over Auteur

mr. Ingrid Kooijman

Mr. Ingrid Kooijman is auteur bij XpertHR. Voor XpertHR Actueel houdt ze de jurisprudentie scherp in de gaten. Ze schrijft over arbeidsrecht, HRM en projectmanagement.

2 reacties

  1. Avatar
    Norman Dragt op

    De zin “Wat wel de vraag doet rijzen of de vrouw in die geschatte periode helemaal geen andere inkomsten heeft gehad.” is wel een hele vreemde vraag. Daarmee verwordt onrechtmatig gedrag tot onbelangrijk gedegradeerd, want het is ondergeschikt aan wat er verder nog gebeurd. En daarmee degradeer je discriminerend gedrag van werkgevers tot een economisch delict, terwijl discriminatie gaat over het schenden van artikel 1 van de grondwet, van het Europese verdrag van de rechten van de mens en van het Manifest van de Verenigde Naties en nog een aantal andere verdragen waar Nederland zijn handtekening onder heeft gezet.
    Als een rechter voorbij gaat aan die verdragen, omdat het financieel gewin van de werknemer ondergeschikt is aan het financieel verlies van de werkgever, dan schikt hij het Nederlandse burgerlijk wetboek boven de verdragen en schendt dan ook nog eens de basale principes van de rangschikking van juridische regelgeving.

    Daarnaast leidt de redenering achter deze vraag tot de conclusie, dat een eiser die met een andere baan meer heeft verdiend dan het inkomen dat hij of zij met de onrechtmatig onthouden baan had verdiend, aan de werkgever, die hem of haar onrechtmatig niet heeft aangenomen, het verschil in inkomen zou moeten betalen. Daarmee wordt het dan zinvol voor werkgevers om onrechtmatig gedrag te vertonen en vervolgens de niet aangenomen werknemer in een baan met een beter inkomen te helpen en bij de rechter het verschil in inkomen op te gaan eisen. Iedereen, met uitzondering van een paar werkgevers, zal dit onrechtvaardig vinden. En het lijkt me sterk dat rechters dit zouden willen uitvoeren.

    Het lijkt dus misschien onrechtvaardig voor de werkgever dat hij of zij het volledige salaris moet betalen dat de werknemer is misgelopen en niet het verschil tussen het salaris dat ontvangen had zullen worden en is ontvangen. Maar in het geval van een onrechtmatige daad zou ik de onrechtmatigheid toch liever belangrijker maken dan de financiële onrechtvaardigheid voor de werkgever. Want anders creëer je dus de situatie dat een werkgever niet meer nadenkt over de onrechtmatigheid van zijn of haar gedrag en simpelweg een financiële afweging gaat maken m.b.t. zijn of haar gedrag. Waarmee we de economische belangen van werkgevers hoger gaan schatten dan de verantwoordelijkheid voor respectvol menswaardig gedrag van werkgevers.

Reageer