Werkneemster mag assessment weigeren

0

In een conflictsituatie mag een werknemer een assessment weigeren. Maar bemiddeling kan niet zomaar van de hand gewezen worden. De rechter gaat in deze uitspraak uitgebreid in op de verantwoordelijkheden van de werkgever en de werknemer in een traject rondom disfunctioneren.

De situatie

Een werkneemster werkt al tientallen jaren bij een bank. Tot begin 2008 functioneert ze goed, soms zelfs uitstekend. Maar vanaf 2009 keert het tij. Er volgen beoordelingen met beduidend lagere scores. De werkgever stelt medio 2009 vast dat de werkneemster de kwaliteiten wel heeft maar dat er een verandering in haar werkwijze nodig is om haar functie goed uit te oefenen. De werkgever vraagt om een positievere inbreng in het team en eigen initiatief van de werkneemster om de problemen op te lossen. De werkgever geeft als actiepunt aan: bij collega’s gaan zitten. Begin februari 2010 volgt er een brief over de aanpak van de werkachterstand die werkneemster heeft. De werkgever stelt daarin ook vast dat de werkneemster niet de juiste competenties voor de functie bezit. Er gaat veel veranderen binnen het bedrijf en dat vergt de nodige aanpassingen. De werkgever betwijfelt of de werkneemster daarin mee kan.
Half februari biedt de werkgever begeleiding aan naar een beter passende functie. Er volgen nog gesprekken en brieven en in 2011 verzoekt de werkgever de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Het oordeel

De rechter concludeert al snel dat de relatie tussen de partijen is verstoord en wijst daarom het ontbindingsverzoek toe. Meer tijd is nodig voor het vaststellen van de ontslagvergoeding. De rechter gaat uitgebreid in op de verantwoordelijkheden van de werkgever en de werknemer in een conflict als dit: wie mag en moet wat?

Goed werknemer- en werkgeverschap
De eerste vraag is of de werkneemster zich als goed werknemer heeft gedragen. Omdat ze, zonder goede aanleiding, dacht dat haar functie zou gaan vervallen, hebben zij en haar gemachtigde volgens de rechter een defensieve houding aangenomen in plaats van een coöperatieve. Het handelen van haar gemachtigde, dat de zaak geen goed heeft gedaan, komt daarbij voor haar rekening, oordeelt de rechter.
Daarnaast bekijkt de rechter of de bank als goed werkgever het functioneren van de werkneemster ter discussie mocht stellen en of de voorstellen om haar functioneren te verbeteren redelijk waren.
Tot slot bekijkt de rechter of de werkneemster de redelijke voorstellen van de werkgever had moeten aanvaarden (zie ook LJN BD1847).

Omslag in beoordelingen
Dat na een periode van goede beoordeling een slechte beoordeling volgt, is niet raar, oordeelt de rechter. Het functioneren van een werknemer kan na verloop van tijd verminderen. Door ontwikkelingen kunnen soms de capaciteiten van een werknemer niet meer aansluiten bij de huidige eisen. Maar de werkgever heeft het traject niet goed ingezet; hij heeft te snel aangestuurd op begeleiding naar een andere baan. Voor een werknemer die al tientallen jaren goed functioneert, moet eerst een fatsoenlijk verbetertraject opgestart worden.
De werkgever voert aan dat hij de kans daarvoor niet heeft gekregen omdat de werkneemster niet meewerkte.

Assessment weigeren
De bank heeft duidelijk op papier gezet wat er aan het functioneren mankeerde en heeft een concept-plan van aanpak gemaakt. De werkneemster had redelijkerwijs moeten meewerken aan een plan van aanpak voor haar functioneren. Haar gemachtigde heeft onredelijke eisen aan dat plan gesteld, oordeelt de rechter.
Het aangeboden assessment mocht de werkneemster weigeren, omdat dit instrument alleen op basis van vrijwilligheid kan worden ingezet. De voorgestelde bemiddeling mocht ze niet weigeren, onder meer omdat ze zelf geen alternatief heeft voorgesteld.

Werkneemster vraagt vergoeding met correctiefactor 4
De werkneemster vraagt om een ontslagvergoeding op basis van correctiefactor 4. Maar ze krijgt slechts 0,5. Dat is, gezien de verwijten die de rechter aan de werkneemster toerekent, niet vreemd. De rechter kent de werkneemster een ontslagvergoeding toe van ruim 41.000 euro, gebaseerd op correctiefactor 0,5.

Gedrag gemachtigde voor rekening werkneemster
Het is niet de eerste keer dat in een rechtszaak naar voren komt dat de opstellingvan een gemachtigde een negatieve invloed heeft op het conflict. De rechter rekent in deze zaak die houding expliciet toe aan de werkneemster. De gemachtigde heeft wellicht te hoog ingezet en is daarmee het doel voorbijgeschoten.

LJN BV1788
Kantonrechter Arnhem
Verantwoordelijkheden bij disfunctioneren
Eerste aanleg
27 juli 2011

Lees meer over:

Over Auteur

Mr. Ingrid Kooijman is auteur bij XpertHR. Voor XpertHR Actueel houdt ze de jurisprudentie scherp in de gaten. Ze schrijft over arbeidsrecht, HRM en projectmanagement.