Uitgebreide re-integratie blijkt niet genoeg

0

Een spoorwegbedrijf krijgt geen toestemming voor het ontslag van een arbeidsongeschikte medewerker. De rechter vindt dat een groot bedrijf extra veel moet doen voor de re-integratie van een arbeidsongeschikte medewerker. De helpende hand bieden bij solliciteren is niet genoeg.

De situatie
Een assistent service en veiligheid is sinds 1978 in dienst bij een spoorwegbedrijf. Sinds 2009 is hij arbeidsongeschikt. Hij heeft diverse tijdelijke administratieve functies uitgevoerd tijdens zijn re-integratie. Het is duidelijk dat hij zijn eigen werk niet meer kan doen en alleen nog maar op dat grotendeels zittend werk kan worden ingezet.

Bij de rechter
De werkgever verzoekt om ontbinding van de arbeidsrelatie omdat herstel niet binnen 26 weken te verwachten is en de werkgever verwacht dat de man ook niet binnen 26 weken op een andere structurele functie herplaatst kan worden (art. 5.2 Ontslagbesluit).

Het oordeel
De partijen verschillen van mening over de vraag over de mogelijkheden tot herplaatsing binnen 26 weken. De werknemer vindt dat er wel mogelijkheden zijn binnen het bedrijf. Hij wordt in zijn visie ondersteund door diverse deskundigen, waaronder het UWV, die hebben aangegeven dat de werkgever niet overtuigend heeft kunnen aantonen dat er geen passend werk voor hem is in de organisatie. Het UWV heeft de re-integratie-inspanningen van de werkgever ook als onvoldoende beoordeeld.

Groot bedrijf, veel inspanning
De rechter vindt dat er veel van de werkgever gevraagd mag worden in dit geval. De werknemer werkte al heel lang voor het bedrijf, is inmiddels 58 jaar oud, heeft weinig opleiding en het is voor hem vrijwel onmogelijk om extern nog een baan te vinden gezien het voorgaande en zijn lichamelijke beperking.

En de werkgever heeft ook veel voor hem gedaan: hij heeft cursussen aangeboden, de werknemer een assessment laten doen, twee partijen ingezet om de re-integratie te begeleiden, een kort opleidingstraject geregeld voor een administratieve functie en diverse activiteiten in het kader van een tweede spoor re-integratie. Maar niet altijd het juiste, vindt de rechter.

De werkgever had de werknemer bijvoorbeeld met voorrang kunnen plaatsen op vrijkomende functies. Bij sommige vacatures die voorbij zijn gekomen in de re-integratieperiode is het ook maar de vraag of de werkgever de vrijheid had om daarvoor een andere werknemer te kiezen. De werkgever had ook moeten kijken welke functies passend gemaakt konden worden. Uit het assessment is ook gebleken dat de werknemer een reële succeskans heeft in een administratieve functie. De rechter wijst daarom het ontbindingsverzoek van de werkgever af.

Gegevens rechtszaak:

ECLI:NL:RBMNE:2014:3655. Datum uitspraak: 8 mei 2014
Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.