PraktijkvraagDifferentiatie WW-premie in de Wab – Hoe zit dat precies?

1

In de Wet Arbeidsmarkt in Balans is voorgesteld om de financiering van de werkloosheidswet aan te passen. Niet de sector waarin wordt gewerkt, maar het soort contract (vast of flexibel) moet de hoogte van de WW-premie gaan bepalen. Dit voorstel is uitgewerkt in een ontwerpbesluit.

WW-premiedifferentiatie

De eerste zes maanden van WW-uitkeringen worden op dit moment gefinancierd via 67 verschillende sectorpremies. De Belastingdienst deelt elke werkgever in één van de sectoren in. Elke sector heeft zijn eigen sectorfonds bijbehorende sectorpremie.

Voor vijf sectoren met veel seizoenswerkloosheid; agrarisch, bouw, horeca, cultureel, en schilders, is de sectorpremie gedifferentieerd naar contractduur. Voor tijdelijke contracten van korter dan één jaar geldt een hoge premie. Voor contracten van een jaar of langer en voor vaste contracten geldt een lagere premie. De hoge premie is minimaal vijf keer zo hoog als de lage premie.

Na de eerste zes maanden gaat de financiering van WW-uitkeringen via het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf). De minister van SZW stelt de premie daarvoor, de AWf-premie, jaarlijks vast.

Het wetsvoorstel

De bedoeling van de Wet Arbeidsmarkt in Balans is onder meer om het vaste contract voor werkgevers aantrekkelijker te maken. Als werkgevers een lagere WW-premie betalen voor een werknemer met een vast contract dan voor een werknemer met een flexibel contract, dan zal hij eerder voor een vast contract kiezen. Zo is de redenering.

De hoofdregel is dat de lage premie geldt voor werknemers met een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, tenzij sprake is van een oproepovereenkomst. Nulurencontracten en min-maxcontracten komen dus niet in aanmerking voor de lagere premie.

Voor arbeidsovereenkomsten die worden aangegaan in het kader van een leerwerktraject in de beroepsbegeleidende leerweg geldt een uitzondering. Deze contracten zijn per definitie voor bepaalde tijd omdat partijen ze aangaan voor de duur van (een deel van) de opleiding. Toch mag een werkgever in dit geval het lage percentage hanteren. De regering wil werkgevers graag stimuleren om opleidingsplekken aan te bieden aan leerlingen in het beroepsonderwijs.

Lagere regelgeving

In het Conceptbesluit Wfsv premiedifferentiatie WW is de premiedifferentiatie WW uitgewerkt. In dit besluit is onder meer geregeld dat het verschil tussen het hoge en het lage percentage vijf procentpunten bedraagt. Voorbeeld: indien de lage premie 1% is, is de hoge premie 6%.

Het besluit regelt ook dat het lage percentage wordt herzien als weliswaar sprake was van een contract voor onbepaalde tijd (dat geen oproepcontract was) maar:

  • als het dienstverband binnen vijf maanden na aanvang eindigt beëindigd,
  • als de werknemer binnen een kalenderjaar meer dan 30% uren extra verloond heeft gekregen dan contractueel voor dat jaar was overeengekomen (dit geldt niet als in de arbeidsovereenkomst 35 diensturen of meer per week zijn overeengekomen),
  • als de werknemer binnen een jaar na indiensttreding een WW-uitkering krijgt vanwege arbeidsuren-of inkomensverlies bij de werkgever,
  • als de werknemer in feite seizoensmatig bij de werkgever werkt.

Controle

Om controle mogelijk te maken moeten werkgevers voor werknemers voor wie zij een lage premie afdragen, een kopie van de desbetreffende arbeidsovereenkomsten opnemen in hun loonadministratie.

Het beoogde tijdstip van inwerkingtreding van de wijzigingen op het terrein van differentiatie van de WW-premie is 1 januari 2020.

  • Dit artikel komt tot  stand in samenwerking met XpertHR de HR Antwoordbank. In XpertHR vindt u een uitgebreide wetgevingskalender waarin precies wordt bijgehouden hoe de vorderingen zijn van gedane wetsvoorstellen. Ook wordt er duidelijk uitgelegd wat het voorstel gaat betekenen voor de praktijk. Bekijk de wetgevingskalender >>>
Lees meer over:

Over Auteur

mr. Edith van Schie

Mr. Edith van Schie is auteur bij XpertHR. Daarnaast is zij adviseur op het gebied van arbeidsrecht en HR. Edith is jarenlang actief geweest als arbeidsrechtadvocaat, maar heeft de zaken ook een paar jaar van een ‘andere kant’ kunnen bekijken toen zij bij de rechtbank werkzaam was. Zij publiceert over arbeidsrecht en HR.

1 reactie

  1. MRoosendaal op

    => “Als de werknemer binnen een kalenderjaar meer dan 30% uren extra verloond heeft gekregen dan contractueel voor dat jaar was overeengekomen” => Gemiste kans in het wetsvoorstel. Hoofddienstverband met vaste uren voor lage premie. Subdienstverband (2e AOK) voor de hoge premie. Er zullen wel allerlei vormen van reparatie ontstaan, zoals TvT constructies om onder de 30% te blijven. Of een bonus zonder uren.

    Jammer is ook het eenrichtingsverkeer van de aangifte loonheffing. Van looncontroles is de laatste jaren niet veel terecht gekomen. Effectiever lijkt mij een signaal vanuit de belastingdienst dat een inkomstenverhouding “kenmerken” van een “5procentspunts” dienstverband heeft. m.vr.gr. marco

Reageer