Werkgever wil meer controle over collectieve pensioenregeling

1

Ondernemers in het MKB willen inzicht hebben in de totale pensioenpremielast wanneer ze een pensioen voor hun werknemers organiseren.

Dat blijkt uit onderzoek van OHRA.

Uit het onderzoek blijkt dat 76 procent van de werkgevers van organisaties (tot 100 medewerkers) zich in het kader van goed werkgeverschap verplicht voelt om de medewerkers een pensioenregeling aan te bieden.

Maar tegelijkertijd is er dus de behoefte aan zekerheid met betrekking tot de totale pensioenpremielast. Zo vindt 83 procent het belangrijk dat de premielast beheersbaar is. Werkgevers in het MKB willen geen financiële verrassingen achteraf. Ook teveel administratieve rompslomp en trage verwerking van wijzigingen leidt tot ergernis.

Zekerheid

Robert Dalhuisen, marketing manager bij OHRA: ‘Er zijn twee traditionele vormen van pensioen: op basis van het eindloon (de hoogte van het pensioen is afhankelijk van het laatst verdiende loon) en het middenloon (de hoogte is afhankelijk van het gemiddelde loon gedurende de loopbaan). Het lastige is dat de premie zich bij beide pensioenvormen lastig laat voorspellen (door onbegrote salarisstijgingen bijvoorbeeld) waardoor het allemaal moeilijk budgetteerbaar is. Terwijl werkgevers dat wel het liefst zouden willen.’

Steeds meer werkgevers kiezen daarom voor de ‘beschikbare premie regeling’-optie. ‘De betaalde premie door de werkgever staat dan vast. Het geld gaat in een pot, die een aantal jaren rendeert en waar dan een bepaald bedrag uitkomt. Het voordeel voor de werkgever is dat hij weet hoeveel premie hij betaalt, het nadeel voor de werknemer dat hij niet precies weet hoeveel pensioen hij ontvangt. Eventueel kun je dat laatste oplossen met gegarandeerde rendementen.’

Recessie

Mede door de recessie verdiepen werkgevers zich beter in hun pensioenlasten en het opgebouwde pensioen voor hun medewerkers. Werkgevers willen graag dat er een minimaal kapitaal aanwezig is voor de medewerkers op hun pensioendatum, maar niet dat de premiekosten uit de hand lopen.

‘We zien dat werkgevers in toenemende mate interesse hebben in pensioen. 58 procent vindt het lastig en is er liever niet mee bezig, maar we krijgen wel vaker vragen dan voorheen. Misschien komt dat ook doordat pensioen en pensioenfondsen de laatste maanden weer vaker in de belangstelling staan.’

Beheersbaarheid

Kleinere werkgevers hebben vaker rechtstreeks te maken met vragen van medewerkers over hun pensioen. Pensioenregelingen die een online pensioenoverzicht voor medewerkers bieden winnen dan ook terrein. Online regelingen kennen nog een ander belangrijk voordeel: financiën en persoonlijke gegevens kunnen snel gewijzigd worden. Robert Dalhuisen: ‘Bij sommige pensioenregelingen kan het maanden duren voordat alle wijzigingen zijn doorgevoerd. Bij onze internetpensioenregeling worden mutaties binnen 24 uur verwerkt en zijn direct zichtbaar in het pensioenoverzicht. Een collectieve pensioenregeling blijft zo overzichtelijk en het pensioen is zowel financieel als administratief beheersbaar.’

Basti Baroncini, redacteur P&Oactueel.

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

1 reactie

  1. Juanita Sutrisna, op

    Het is jammer dat een kredietcrisis aanleiding moet zijn voor (grotere) belangstelling in de pensioenmaterie. Verwacht mag worden dat die grotere interesse gedeeld wordt door P&O-functionaris, die geacht wordt als adviseur van de werkgever op te treden.

    Pensioenuitvoerder is verantwoordelijk voor de “uitvoering van de pensioenregeling”. De werkgever is verantwoordelijk voor de “inhoud” van de pensioenregeling als onderdeel van arbeidsvoorwaarde. Dit laatste betekent ook dat de werkgever, als countervaling power van de pensioenuitvoerder, moet weten wanneer de pensioenregeling niet goed uitgevoerd wordt door de pensioenuitvoerder.
    Met andere woorden: de werkgever heeft een andere rol of belangen dan de pensioenuitvoerder. Idealiter zou de werkgever de pensioenuitvoerder moeten controleren. Om die taak te kunnen vervullen is pensioenkennis dan ook onmisbaar.

    In de praktijk echter is de kennis van P&O-functionaris van en belangstelling voor pensioenen minimaal te noemen. Werkgevers dienen zich te realiseren dat ook op hen een wettelijke zorgplicht rust inzake pensioenen. De werkgever dient immers zorg voor te dragen voor het informeren van de werknemer over de zogeheten “startbriefinformatie”, hoewel het informeren zelf door de pensioenuitvoerder geschiedt. Er is dus een gedeelde verantwoordelijkheid tussen werkgever en pensioenuitvoerder als het gaat om pensioeninformatie aan werknemers. Werkgevers (en hun P&O-adviseurs) kunnen zich niet onttrekken aan hun informatieplicht door deze vervolgens neer te leggen bij de pensioenuitvoerder.

    Kostenbeheersing zou niet het enige uitgangspunt moeten zijn voor pensioeninteresse. Dit korte-termijn denken. Denk ook eens aan situaties die kunnen ontstaan, waarin werkgever aansprakelijk wordt gesteld door de werknemer voor het feit dat de werknemer onvoldoende of niet geinformeerd wordt over zijn pensioen. Dit is pas risicomanagement. En pensioenkennis moet mijns inziens hiervan onderdeel uitmaken.

    Uit het voorgaande volgt dan ook dat een pensioenuitvoerder (hetzij een verzekeraar hetzij pensioenfonds) geen onafhankelijke adviseur kan zijn van de werkgever, omdat een pensioenuitvoerder een andere rol vervult dan de werkgever.

    Juanita Sutrisna