Vier vragen over verlaging pensioenopbouw

1

De top van kabinet en coalitie praat donderdagavond met de oppositiefracties D66, ChristenUnie en SGP over een verlaging van de jaarlijkse pensioenopbouw. Een wetsontwerp hierover strandde eerder in de Senaat, waar de coalitiepartijen VVD en PvdA geen meerderheid hebben. De onderhandelingen moeten leiden tot een nieuw plan, dat het wel haalt in de Eerste Kamer. Vier vragen over het pensioenplan.

1. Waarom moet de pensioenopbouw omlaag?
Werknemers kunnen nu jaarlijks maximaal 2,25 procent van hun inkomen fiscaal vrij opzijleggen voor hun pensioen. Het kabinet wil hier in 2015 1,75 procent per jaar van maken en ook een grens trekken voor inkomens boven de ton. De maatregel moet de komende jaren zorgen voor een bezuiniging van 2,8 miljard euro, de grootste besparing uit het regeerakkoord. Volgens het kabinet kan de pensioenopbouw best omlaag, omdat iedereen voortaan later stopt met werken en dus langer kan sparen voor zijn pensioen.
2. Waarom is er kritiek op dat plan?
De oppositie vindt een verlaging naar 1,75 procent veel te ver gaan. Een eerdere poging om via een bijspaarregeling het opbouwpercentage wat te verhogen, is inmiddels van de baan. Die regeling was te duur en te ingewikkeld.

3. Wat wil de oppositie?
De jaarlijkse opbouw moet zo veel mogelijk omhoog. Op de onderhandelingstafel liggen varianten waarbij jaarlijks 1,85 tot 1,9 procent van het inkomen kan worden gespaard voor het pensioen. Ook moeten er toezeggingen komen dat de lagere pensioenopbouw gepaard gaat met een forse verlaging (zo’n 6 miljard) van de pensioenpremies. Een extra wens van de oppositie is dat er een pensioenfonds komt voor zzp’ers, zonder dat zij worden gedwongen hun pensioengeld ‘op te eten’ als ze zonder werk komen te zitten en in de bijstand belanden.

4. Is er een akkoord mogelijk?
Een hogere pensioenopbouw dan het kabinet had voorgesteld kost al snel honderden miljoenen. Ook een pensioenfonds voor zzp’ers kost extra geld. In totaal is er waarschijnlijk zeker 400 miljoen nodig. Dat geld moet elders gevonden worden. De discussie gaat vooral over de vraag waar de dekking vandaan moet komen. Tot dusver stuit elke oplossing op grote bezwaren van een of meer partijen. De VVD voelt er niets voor de pensioenopbouw voor hogere inkomens te beperken. ChristenUnie en SGP willen niet dat er bezuinigd wordt op het nabestaandenpensioen. De PvdA wenst niet te korten op de subsidies om werklozen aan de slag te helpen. En de VVD is mordicus tegen het verhogen van de aanschafbelasting voor auto’s.
ANP

Lees ook: kennisgebrek pensioen leidt tot onvrede

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

1 reactie

  1. Loek Nederstigt op

    Helaas klopt de uitleg niet. Het is NIET zo dat je tot 2,25 van je jaarlijkse inkomen fiscaal vrij opzij kunt leggen, zoals het artikel stelt. Deelnemers aan een pensioenregeling kunnen nu jaarlijks maximaal 2,25% van hun pensioengrondslag (pensioengevend inkomen minus franchise) aan ouderdomspensioenrechten opbouwen. De jaarlijkse premie die daarvoor moet worden betaald, ligt (veel) hoger dan 2,25% van het salaris, al hangt het af van de verdeling tussen werkgever en werknemer hoeveel de laatste daarvan ‘ziet’.

    De redenering van het kabinet is dat als het opbouwpercentage afneemt, ook de premie daalt en dat zal leiden tot meer inkomsten uit loonheffing voor de overheid en meer netto loon voor de werknemer. Dat is nog maar de vraag. Ten eerste zijn lang niet alle pensioenregelingen fiscaal maximaal, dus gebaseerd op 2,25% opbouwpercentage. Ten tweede hoeft de premie voor de werknemer helemaal niet te dalen. Pensioenfondsen hebben aangegeven versneld hun dekkingsgraad te willen verbeteren. Bij verzekerde regelingen zijn het de werkgevers die het voordeel van premiedaling willen inboeken (zoals zij ook de afgelopen jaren de oplopende kosten hebben moeten betalen). Dat zou dan wel iets meer vennootschapsbelasting opleveren, maar het tarief van de VpB ligt lager dan de loonheffing voor werknemers. Of het financiële doel van de regering gehaald gaat worden, is dan ook uiterst onzeker.