Pensioen ABC

0

De belangrijkste termen en begrippen over pensioen op een rij.

A B C D E FH I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Actuarieel herrekenen

Het herrekenen van aanspraken bij een (gedeeltelijk) gewijzigde ingangsdatum of omzetting in een andere pensioensoort, bijvoorbeeld partnerpensioen. Daarbij wordt rekening gehouden met de actuariële grondslagen.

Actuariële grondslagen

Gegevens zoals rekenrente, sterftekansen, arbeidsongeschikheidskansen, loonontwikkeling en kosten die gebruikt worden om de hoogte van de premie en voorzieningen te berekenen die nodig zijn om de pensioentoezeggingen te kunnen realiseren.

Actuariële oprenting

Het actuarieel verhogen van de aanspraak op ouderdomspensioen bij uitstel van de ingangsdatum van dat pensioen. (Zie VUT).

Anw

Anw is de afkorting voor de Algemene nabestaandenwet. Bij het overlijden van de verzekerde geeft de Anw recht op een nabestaandenuitkering aan de partner, wanneer deze jonger is dan 65 jaar. Onder partner wordt verstaan, degene met wie de overleden verzekerde gehuwd was, een geregistreerd partnerschap had, of een gemeenschappelijke huishouding voerde. Het recht op een Anw-uitkering (met uitzondering van de uitkering voor wezen) is afhankelijk van leeftijd, gezinssamenstelling en mate van arbeids(on)geschiktheid van de nabestaande. Ook is het eventueel eigen inkomen van invloed op de hoogte van de Anw-uitkering. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) betaalt deze uitkering.

AOW

AOW is de afkorting voor de Algemene Ouderdomswet. De uitkering is een basispensioen en gaat in op de eerste dag van de maand waarin de verzekerde 65 jaar wordt en duurt tot aan de laatste dag van de maand waarin de verzekerde overlijdt. De hoogte van het AOW-pensioen is afhankelijk van de burgerlijke staat en de gezinssituatie van de verzekerde. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) betaalt deze uitkering.

Backservice

Dit is alleen van toepassing bij een eindloonregeling. Het is een verhoging van pensioenaanspraken over de verstreken dienstjaren, als de pensioengrondslag wordt verhoogd.

Bedrijfstakpensioenfonds

Een bedrijfstakpensioenfonds is een uitvoerder van één pensioenregeling. Deze pensioenregeling voert zij meestal uit voor één of meer bedrijfstakken. De bedrijfstakken zijn vaak bij het bedrijfstakpensioenfonds aangesloten omdat dit verplicht is. De werkgevers uit deze bedrijfstakken zijn vaak door de CAO die zij volgen of door de Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Wet Bpf 2000) verplicht om zich aan te sluiten bij het bedrijfstakpensioenfonds.

Beschikbare premieregeling

Dit is een pensioensysteem waarbij een premietoezegging wordt gedaan in plaats van een pensioentoezegging. Met de jaarlijks beschikbaar gestelde premies wordt een pensioenkapitaal opgebouwd waarmee op de pensioendatum een pensioen moet worden aangekocht. De hoogte van het pensioenkapitaal is afhankelijk van de ingelegde beschikbare premies en de behaalde rendementen. De hoogte van het pensioen is dus afhankelijk van de hoogte van het pensioenkapitaal op de pensioendatum.

Collectieve pensioenregeling

Pensioenregeling van een werkgever die geldt voor alle voor werknemers.

Combinatieregeling

Dit is een pensioenregeling die uit twee of meer pensioensystemen is samengesteld. Dit kan bijvoorbeeld een combinatie van een eindloon- en middelloonregeling zijn of eindloon- en beschikbare premieregeling. De verschillende systemen zijn vaak voor verschillende salariscomponenten. Zo kan het zijn dat voor uren in de ploegendienst in een ander pensioensysteem pensioen wordt opgebouwd. Maar het kan ook zo zijn ingericht, dat boven een bepaalde salarisgrens in een ander pensioensysteem pensioen wordt opgebouwd.

Naar boven

Eindloonregeling

Dit is een pensioensysteem waarbij de hoogte van het ouderdomspensioen bepaald wordt door de laatst vastgestelde pensioengrondslag.

Franchise

Dit is het deel van het salaris waarover geen pensioen wordt opgebouwd omdat men later AOW ontvangt. De hoogte van de franchise is vaak afgeleid van de hoogte van het AOW-pensioen. Het ouderdomspensioen is namelijk een aanvulling op het AOW-pensioen.

Herstelplan

Als een pensioenfonds een dekkingsgraad heeft van lager dan 105% moet het een herstelplan indienen bij De Nederlandsche Bank. De dekkingsgraad is de verhouding tussen de bezittingen en de verplichtingen van het pensioenfonds. In het herstelplan moeten de maatregelen beschreven worden die het pensioenfonds gaat nemen om de dekkingsgraad binnen drie jaar weer op het vereiste niveau van 105% te brengen.

Indexatie

Zie toeslagverlening.

Kapitaaldekking

Dit is een (verplichte) financieringsvorm van pensioenaanspraken. Het zorgt ervoor dat de pensioenaanspraken en het kapitaal ter dekking van die aanspraken min of meer gelijktijdig worden opgebouwd. Ieder jaar wordt een premie of koopsom gestort. Dit geld wordt door de pensioenverzekeraar beheerd en belegd. Voor iedere deelnemer bouwt de pensioenverzekeraar zo het kapitaal op dat nodig is om later het pensioen uit te betalen.

Levensloopregeling

De levensloopregeling is een spaarregeling voor het financieren van alle soorten van onbetaald verlof. Vanaf 1 januari 2006 heeft iedere werknemer het wettelijk recht op deelname in een levensloopregeling. In totaal mag er nooit meer dan 210% van het jaarlijks brutoloon op de levenslooprekening staan. Daarnaast mag er in ieder jaar niet meer dan 12% van het jaarlijks brutoloon worden gespaard op de levenslooprekening. Het gespaarde tegoed kan voor alle soorten van onbetaald verlof worden opgenomen. De werknemer kan het tegoed alleen opnemen als de werkgever hiervoor toestemming heeft gegeven.

Loonontwikkeling

Dit is de algemene ontwikkeling van de lonen van werknemers binnen een bepaalde onderneming, een bepaalde bedrijfstak of in een bepaald land. Hierbij wordt geen rekening gehouden met individuele loonsverhogingen als gevolg van de carrière van de werknemers binnen de bepaalde groep. De loonontwikkeling binnen een bedrijf of de algemene loonstijging in Nederland (CBS, indexcijfer van cao-lonen) wordt vaak gebruikt als maatstaf voor het vaststellen van de indexatie/toeslag.

Middelloonregeling

Dit is een pensioensysteem waarbij de hoogte van het ouderdomspensioen gebaseerd is op de gemiddelde pensioengrondslag tijdens de periode van deelname aan de pensioenregeling.

Nabestaandenpensioen

Dit is een verzamelnaam voor partnerpensioen en wezenpensioen. Het is pensioen dat wordt uitgekeerd bij overlijden van de deelnemer aan de partner. Ook is het pensioen dat na het overlijden van de deelnemer tijdelijk wordt uitgekeerd aan de kinderen van de deelnemer.

Ondernemingspensioenfonds

In de Pensioenwet staat de volgende definitie: een pensioenfonds verbonden aan een onderneming of aan een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Bijna altijd heeft een ondernemingpensioenfonds de rechtsvorm van een stichting. Wel moet men oppassen om ondernemingspensioenfondsen niet te verwarren met bedrijfstakpensioenfondsen.

Ouderdomspensioen

Dit is het pensioen dat na pensionering van de deelnemer levenslang maandelijks wordt uitgekeerd. Na het overlijden van de deelnemer wordt het ouderdomspensioen vaak voor 70 procent omgezet in een partnerpensioen voor de aanwezige partner.

Naar boven

Partnerpensioen

Dit is het pensioen dat wordt uitgekeerd aan de partner bij overlijden van de deelnemer. Onder partner wordt verstaan: degene met wie de overleden verzekerde gehuwd was, een geregistreerd partnerschap had, of een gemeenschappelijke huishouding voerde.

Pensioengevend salaris

Dit is het jaarsalaris dat als uitgangspunt wordt gebruikt bij het bepalen van de pensioenopbouw. Over het algemeen zijn het vakantiegeld en andere vaste onderdelen van het salaris hierbij inbegrepen. Bij een middelloonregeling wordt vaak ook nog rekening gehouden met variabele beloningen.

Pensioengrondslag

Dit is het pensioengevend salaris minus de franchise die geldt voor dat jaar. De uitkomst vormt de grondslag voor de pensioenopbouw van de deelnemer.

Pensioenwet

Het geheel van geldende rechtsvoorschriften over pensioen. Deze wet is per 1 januari 2007 in werking getreden.

Prepensioen

Vanaf 1 januari 2006 is deze vorm van vervroegde pensionering fiscaal niet meer toegestaan voor deelnemers die zijn geboren op of na 1 januari 1950. De werkgever kan de prepensioenregeling voor deelnemers die geboren zijn voor 1 januari 1950 voortzetten. Dit is wettelijk toegestaan.

Prijsontwikkeling

Dit is de algemene prijsontwikkeling in Nederland, ook wel inflatie genoemd. De prijsontwikkeling in Nederland (CBS, consumentenprijsindexcijfer) wordt vaak gebruikt als maatstaf voor het vaststellen van de indexatie/toeslag.

Risicodekking

Is een wijze van financiering waarbij niets wordt opgebouwd maar alleen het risico wordt verzekerd.. Dit wordt vaak gebruikt bij een nabestaandenpensioen. Een nabestaandenpensioen op basis van risicodekking houdt in dat er alleen een verzekering is getroffen. Als de deelnemer uit dienst gaat , dan is er geen nabestaandenpensioen meer verzekerd. Als het nabestaandenpensioen niet op basis van risicodekking is maar op basis van kapitaaldekking, dan is er nog wel een nabestaandenpensioenuitkering bij overlijden na een vertrek.

Naar boven

Toeslagverlening

Het ouderdomspensioen of nabestaandenpensioen wordt meestal jaarlijks verhoogd. Men noemt dit nog vaak indexatie. In de wet wordt echter niet meer gesproken van indexatie, maar van toeslagverlening. Het doel van een indexatie/toeslag is ervoor te zorgen dat de pensioenuitkering welvaartsvast of waardevast blijft.

Van welvaartsvast is sprake als het pensioen wordt verhoogd met de gemiddelde loonstijging in Nederland. Van waardevast wordt gesproken als het pensioen wordt verhoogd met de gemiddelde prijsstijging in Nederland. Als indexcijfer worden vaak het consumentenprijsindexcijfer (CPI) (zie prijsontwikkeling) en indexcijfers van cao-lonen (zie loonontwikkeling) gehanteerd. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) stelt deze indexcijfers vast.

VUT

VUT staat voor vervroegde uittreding. VUT maakt het mogelijk om eerder met pensioen te gaan dan op de 65-jarige leeftijd. Vanaf 1 januari 2006 zijn VUT-regelingen fiscaal niet meer toegestaan, behalve voor deelnemers die voor 1 januari 1950 zijn geboren. Wel zullen deze deelnemers moeten voldoen aan de actuariële oprenting, wanneer de ingangsdatum wordt uitgesteld omdat de deelnemer blijft werken.

Wet aanpassing fiscale behandeling VUT / prepensioen en introductie levensloop (Wet VPL)

Vanaf 1 januari 2006 zijn de belastingvoordelen voor VUT en prepensioenregelingen door de Wet VPL geschrapt. Tegelijkertijd maakt deze wet het mogelijk om met belastingvoordeel voor verlof te sparen via de levensloopregeling. Het uiteindelijke doel van deze wet is het bevorderen van de arbeidsparticipatie door ouderen. Daarom wordt de pensioenrichtleeftijd met invoering van deze wet verhoogd naar 65 jaar.

Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Wet Bpf 2000)

Deze wet bevat een wettelijk kader waarbinnen deelname aan een bedrijfstakpensioenfonds verplicht kan worden gesteld. De Wet Bpf 2000 heeft op 21 december 2000 de Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds vervangen.

Wezenpensioen

Dit is pensioen dat wordt uitgekeerd aan de kinderen van de overleden deelnemer. Deze uitkering duurt meestal totdat de kinderen een bepaalde leeftijd hebben bereikt. Daarnaast wordt voor volle wezen (waarvan beide ouders niet meer in leven zijn) de uitkering vaak verdubbeld.

WIA

Dit is de afkorting van ‘Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen’.
De WIA bestaat uit twee regelingen, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid:

  • IVA (Inkomensvoorziening voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten); en
  • WGA (Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten).

Deze wet geldt voor werknemers die op of na 1 januari 2004 ziek zijn geworden. Werknemers die voor 1 januari 2004 ziek zijn geworden blijven onder de oude WAO vallen.

Naar boven

Uitgebreide lijst pensioenbegrippen

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.