Afschaffing doorsneepremie kost werkgevers miljarden

0

Met de invoering van het nieuwe pensioenstelsel, vermoedelijk in 2020, verandert naar alle waarschijnlijkheid de doorsneepremie bij middelloonregelingen. Tegelijkertijd worden naar verwachting de staffels bij beschikbare premieregelingen afgeschaft en kan de overgang naar nieuwe pensioenregelingen werkgevers bakken met geld kosten.

Kosten eerste jaar nieuw pensioenstelsel loopt in de miljarden

In een middelloonregeling bouwt een werknemer elk jaar pensioen op. Dit is vaak een percentage van zijn pensioengrondslag; het deel van het salaris waarover hij pensioen opbouwt. Voor iedere werknemer, jong of oud, is dat percentage gelijk. Voor jongeren is dat pensioen echter goedkoper dan voor ouderen, terwijl dezelfde premie wordt betaald: de doorsneepremie. Jongeren subsidiëren dus de ouderen. Momenteel is er sprake van dat dit systeem wordt afgeschaft: voor dezelfde premie zouden jongeren juist meer pensioen opbouwen en ouderen juist minder. Bij beschikbare premieregelingen wordt nu vaak gewerkt met staffels: hoe ouder de werknemer, hoe meer premie hij ontvangt. Ook dit verdwijnt mogelijk, waardoor iedere werknemer dezelfde premie krijgt. Dit lijkt eerlijker, of het nu een middelloonregeling betreft of een beschikbare premieregeling: jongeren subsidiëren de ouderen niet langer. De betaalde pensioenpremie gaat dan in het eigen pensioenpotje.

Maar werknemers zullen compensatie gaan eisen. Zo bouwen jongere werknemers bijvoorbeeld 6% op in een beschikbare premieregeling en oudere werknemers 25-30%. Bij de afschaffing van staffels wordt er een vast premiepercentage gehanteerd zodat iedereen precies voldoende inlegt om over hun hele loopbaan hetzelfde pensioen op te bouwen. Maar welk vast percentage er straks ook gehanteerd wordt; iedereen loopt wat mis. Wordt dit percentage bijvoorbeeld vastgesteld op 18%, dan ontvangen oudere werknemers minder dan nu. Jongere werknemers ontvangen weliswaar meer, maar hebben de afgelopen jaren minder dan 18% ontvangen en beginnen daarmee met een achterstand. Beide groepen zullen dus compensatie eisen als ze uiteindelijk net zoveel pensioen willen blijven opbouwen. Op landelijk niveau lopen de kosten in het eerste jaar van de regeling al op naar enkele miljarden euro’s. Pas na tientallen jaren zullen de nieuwe regelingen voordelig uitpakken. Maar wie doet water bij de wijn en misschien nog wel belangrijker: wie betaalt de rekening?

Wie betaalt de rekening?

De overheid zal naar verwachting alleen de aftrekbaarheid van de kosten voor de nieuwe regeling verruimen. Hiermee blijft de regeling fiscaal aantrekkelijk, maar komen de compensatielasten alsnog bij werkgevers en werknemers terecht. Werkgevers en werknemers zullen dus gezamenlijk een oplossing moeten vinden. Dat kan bijvoorbeeld via een uitruil tussen pensioen en andere arbeidsvoorwaarden waarmee meer flexibiliteit en keuzemogelijkheden worden gecreëerd. Door over te stappen op een nieuwe pensioenregeling voor alle werknemers en tegelijkertijd te investeren in eigentijdse arbeidsvoorwaarden, kunnen werkgevers op de krappe arbeidsmarkt concurreren met een aantrekkelijk beloningspakket waarmee zij het juiste talent aan zich binden.

Tijdig inventariseren van impact eventuele afschaffing

Er is echter niet één vaste oplossing om de impact van de afschaffing van de doorsneepremie op te vangen, die voor alle werkgevers in Nederland werkt. Dit hangt sterk af van hoe het werknemersbestand van een werkgever eruit ziet. Een werkgever die veel jongeren aanneemt die binnen enkele jaren weer vertrekken, zou wellicht voor een andere oplossing kiezen dan werkgevers met personeel met relatief lange dienstverbanden. Belangrijk is ook wat de norm wordt. Bedrijven willen immers concurrerend blijven met de arbeidsvoorwaarden die zij aanbieden, waaronder het pensioen.

Wat vast staat is dat de impact voor werkgevers groot is. Toch lijken zij nog niet de urgentie te voelen en stellen het nemen van maatregelen uit vanwege de complexiteit van het onderwerp. Maar het organiseren van een nieuwe regeling duurt al gauw een jaar, zeker wanneer werkgevers om tafel moeten met bonden of een OR. Het is voor werkgevers dan ook cruciaal om tijdig te onderzoeken welke kosten de afschaffing meebrengt en daarbij de opties voor een nieuwe pensioenregeling te verkennen. De HR-afdeling binnen een organisatie kan hier het beste de eerste stap in zetten en in samenwerking met Finance inzichtelijk maken wat de afschaffing betekent in termen van pensioenhoogte en kosten. Op deze manier kunnen werkgevers zorgvuldig een gedragen pensioenregeling samenstellen en zich voorbereiden op de invoering van het nieuwe pensioenakkoord.

Dit is een opiniestuk van onze gast Gerhard Veluwenkamp. Hij is Principal Consultant bij Mercer.

  • Mensen leven steeds langer, waardoor een goed pensioen voor uw werknemers steeds belangrijker wordt. Bovendien kunnen verkeerde pensioenbeslissingen vergaande financiële consequenties voor de werkgever hebben. Alles over pensioen!
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer