Instrumenten voor loonwaardemeting in ontwikkeling

1

De loonwaarde van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kan steeds beter beoordeeld worden met een aantal instrumenten.

Dat blijkt uit het rapport ‘Aan de slag met loonwaardemeting (pdf)’ dat is geschreven in opdracht van de Raad voor Werk en Inkomen.

Volgens RWI-onderzoeker Peter van Leeuwen is het geen toeval dat er juist nu een rapport verschijnt over het meten van loonwaarde: ‘Het is de laatste jaren een centraal begrip in het vakgebied. Er wordt over gesproken en geschreven, maar pas sinds kort wordt er echt gekeken naar wat loonwaarde dan precies is en hoe je het meet. We hebben het altijd over maatwerk als het gaat om mensen, maar tot nog toe werd iemands loonwaarde alleen maar geschat op basis van eerdere ervaringen, niet op de persoon zelf. Met dit soort instrumenten kun je iemands capaciteiten veel beter inschatten.’

Loonwaarde

Wat is loonwaarde precies? De onderzoekers kozen de volgende definitie: ‘Een loonwaardemeting vormt de basis om vast te stellen of het nodig is de werkgever tegemoet te komen voor het in dienst nemen van werknemers en zo ja, om op basis van maatwerk te kunnen bepalen wat de hoogte van de tegemoetkoming zou moeten zijn.’
Het meet iemands competenties en het gat dat bestaat om een bepaalde functie op een reëel bestaande werkplek goed uit te kunnen oefenen. Voor dat gat kan de werkgever gecompenseerd worden. Bovendien kan voor dat gat scholing en begeleiding worden aangeboden. Het instrument stelt dus eigenlijk de grootte van het gat vast en bepaalt welk aandeel daarvan voor subsidie in aanmerking komt.

Peter van Leeuwen: ‘Eigenlijk is het daarmee gewoon een P&O-instrument. Bedrijven zijn al bezig met het inschatten van competenties en het geven van scholing en begeleiding, dit is in feite een andere toepassing daarvan.’

Verschillen

Op dit moment zijn er vier veel gebruikte instrumenten: Actíva Loonwaarde Methodiek, Arbolabmethode, Dariuz en Loonbalans. En hoewel de instrumenten hetzelfde meten, zijn er wel degelijk verschillen aan te geven. ‘Er zijn verschillen in wat ze meten, maar ook in de diepgang waarmee ze kijken. Voor de ene persoon, of beter gezegd, voor de ene problematiek kun je beter een ander instrument gebruiken dan voor de andere. Werkgevers krijgen in dit rapport aardig inzicht in welk instrument ze wanneer moeten gebruiken. De verschillen tussen de vier zijn zo goed mogelijk in kaart gebracht.’

Betrouwbaarheid

Maar hoe betrouwbaar zijn de instrumenten nu eigenlijk? ‘De ontwikkeling van deze instrumenten is van betrekkelijk recente aard. Op dit moment wordt er voor het eerst ervaring mee opgedaan. Het valt dus te verwachten dat er nog een verdere doorontwikkeling zal plaatsvinden.’

Basti Baroncini, redacteur P&Oactueel.

> ‘Aan de slag met loonwaardemeting’

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

1 reactie

  1. Geachte heer en of Mevr,

    gisteren ben ik bij de bedrijfarts geweest werk nu 7 dagdelen als medewerker algemene zaken in schaal 7 op een school voor VMBO. van mijn werkgever moest ik de loonwaarde bespreekbaar maken. doordat mijn functie tijdens mijn reinteregratie onderverdeeld is bij collegega’s. van de arbo arts kreeg ik te horen dat mijn loonwaarde werd vastgesteld op 50 procent mede omdat ik meer concierce werkzaamheden moet gaan doen, maar mij is wel toegezegd reintegratie in eigen functie. heb me nu voor 100 procent beter gemeld omdat ik het niet betrouwbaar vind.

    met vriendelijke groet,
    Ad Mulders.