Generiek of specifiek opleiden?

0

In het onderwijs voert al decennialang een discussie over de vraag of beter generieke dan wel specifieke competenties aangeleerd kunnen worden.

Hoogleraar Rolf van der Velden (Maastricht University) schreef er een artikel over in het Tijdschrift voor arbeidsvraagstukken.

Van der Velden vergelijkt de richtingenstrijd in het onderwijs met een geloofstwist, zo diep hebben de beide kampen zichzelf ingegraven. En zo hevig probeert men elkaar te overtuigen met wetenschappelijke en empirische argumenten.

Generiek of specifiek

Volgens de Specifieken is het belangrijk dat het onderwijs aansluit bij de behoeften van de arbeidsmarkt: ‘Vaak wordt dit vertaald in een roep om meer beroeps- en praktijkgeoriënteerd op te leiden en om binnen het onderwijs sneller te reageren op de gewijzigde vraag vanuit de arbeidsmarkt.’
Volgens de Generieken is de vraag vanuit de markt niet goed te voorspellen: ‘Door de technologische ontwikkelingen zouden vakspecifieke competenties sneller aan veroudering onderhevig zijn dan generieke, zouden grenzen tussen beroepen en disciplines vervagen en zou het daarom beter zijn om studenten duurzame kerncompetenties bij te brengen die ze in een brede range van contexten kunnen toepassen. Daarbij horen kerncompetenties als: sociale vaardigheden, problemen oplossen en ‘leren leren’.’

Praktijk is veel genuanceerder

In zijn artikel schetst Van der Velden een veel genuanceerder beeld dan dat beide kampen doen. Beide partijen geven volgens hem een te simpele voorstelling van zaken. Zo hebben generieke competenties los van een specifieke context maar weinig nut: ‘Generieke competenties krijgen pas betekenis wanneer ze in een specifieke context worden toegepast en kunnen een gebrek aan specifieke competenties niet compenseren.’
Beide soorten competenties trekken vaak gezamenlijk op, het is niet òf-òf. ‘Sommige basiscompetenties zijn nodig om meer specifieke competenties te ontwikkelen: het is ondenkbaar dat je een goede verpleegkundige bent zonder algemene rekenvaardigheden. Anderzijds worden ‘hogere’ generieke competenties zoals probleemoplossende of academische vaardigheden juist ontwikkeld als bijproduct van een meer specifieke scholing.’
Ook blijkt uit onderzoek dat binnen specifieke opleidingen heel goed generieke competenties kunnen worden bijgeleerd. Als de onderwijsmethode en wijze van toetsen maar slim gekozen zijn. Klassikaal lesgeven met aan het eind een tentamen is bijvoorbeeld minder effectief dan studenten laten leren door middel van essays en presentaties.

Wat betekent dit voor bedrijven?

Wanneer P&O’ers binnen hun bedrijven zorgen voor opleidingen, wat doen ze dan eerder: specifiek of generiek opleiden? Van der Velden: ‘In de literatuur wordt beweerd dat werkgevers nooit investeren in generieke competenties, en altijd in specifieke. Met veel generieke competenties kunnen werknemers immers weglopen. Bovendien kunnen werkgevers de volle vruchten plukken van specifieke competenties. Toch zie je dat in de cijfers niet terug: werkgevers doen ook aan generieke competentieontwikkeling.’
Hoe komt dat? ‘Ik zie twee mogelijke verklaringen. Òf men wil een tekort aan generieke competenties bijscholen omdat de productiviteit eronder lijdt: een cursus Engels voor verkopers bijvoorbeeld. Òf werkgevers zien het als een vorm van binding van werknemers, als een extra arbeidsvoorwaarde om goodwill te kweken.’

Advies?

Wat zou Van der Velden adviseren? ‘Ik ben daar genuanceerd in, ik kan daarin geen keuze maken. Maar wanneer je specifieke competenties aanleert op een hoog niveau, dan betekent het automatisch dat je als bijproduct ook generieke competenties aanleert. Als je de opleiding maar goed genoeg inricht en op de juiste manier examineert.’

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.