Benchmarking is niet altijd een goed idee

3

Paul Leinwand and Cesare Mainardi, partner en managing director van consultancybedrijf Booz & Company, zijn geen voorstander van benchmarking, en vinden het zelfs nefast voor de bedrijven die er gebruik van maken.

 

De twee co-auteurs van het recente artikel ‘The Coherence Premium’ (de meerwaarde van samenhang) in de Harvard Business Review en het aangekondigde boek "The Essential Advantage: How to Win with a Capabilities-Driven Strategy" (het essentiële voordeel: hoe win je met een competentiegerichte strategie") vinden dat bedrijven te veel focussen op hetzelfde doen wat hun concurrenten doen, en niet genoeg op hun eigen unieke en specifieke vaardigheden. Ulrich zei het ook al in zijn boek ‘HR Transformation’: "The nr. 1 deliverable for HR is building organizational capability".

‘Te veel ondernemingen gebruiken benchmarking als ondersteuning en vertrouwen erop als concurrentiële gids en als vervangmiddel voor een echte strategie’, zegt Mainardi. ‘De manier waarop de meesten van hen benchmarking benutten geeft geen inzicht in wat ze moeten doen om daadwerkelijk uit de massa te breken.’ Leinwand voegt daaraan toe: ‘Succesvolle bedrijven maken zich geen zorgen over hoe zij het ervan afbrengen in een vergelijking met hun concurrenten. Ze hebben dat niet nodig omdat ze hun tijd besteden aan het nadenken over wat hen beter maakt dan de anderen.’

Hieronder vindt u de belangrijkste bevindingen van Booz & Company, met gemak kan je dit naar de HR-functie vertalen:

  •  Benchmarking is vaak een bewijs dat er geen strategie bestaat. Het staaft doelstellingen voor uitgaven, opbrengsten, investeringen en andere beslissingen, maar meestal zonder een context.
     
  • Benchmarking verstoort de werkelijke aard van concurrentieel voordeel. De topbedrijven hebben een goed ontwikkelde, gedifferentieerde benadering van de markt en zullen geen echte gelijken hebben waar ze zich mee kunnen vergelijken.
     
  • Benchmarking kan differentiatie ontmoedigen. De meeste bedrijven worstelen om een gedifferentieerde manier te vinden om waarde te brengen in de markt, en slechts weinigen slagen daar ook in. Dit stimuleert bedrijven om vaardigheden op te bouwen die sterk overeenstemmen met die van de concurrentie, wat de kans vermindert dat ze zichzelf echt onderscheiden door nieuwe standaarden uit te zetten met nieuwe ideeën, toegevoegde waarde en een unieke marktpositie.
     
  • Benchmarking kan zelfgenoegzaamheid in de hand werken. Hoewel het bedrijven kan aanzetten om bepaalde acties te ondernemen, kan het de rechterkant van de klokcurve erg zelfingenomen maken.
     
  • Benchmarking kan slechte voorbeelden kopiëren. Tal van ondernemingen zijn niet zo goed in het ontwikkelen van de strategie. Door dergelijke organisaties te kopiëren halen bedrijven ook hun strategische zwakheden binnen.
     
  • Benchmarking neemt heel wat waardevolle resources in beslag. Dergelijke initiatieven vragen veel activiteit en gaan in bedrijven een eigen leven leiden.

Luk Smeyers

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

3 reacties

  1. Mee eens in die zin dat benchmarking niet leidend moet zijn. Benchmarking kan natuurlijk ook laten zien, dat je strategie onderscheidend is.

  2. Ineke Kleinman op

    Onderschrijf het artikel. “Vergelijkend warenonderzoek” leuk om te zien waar je als organisatie staat, maar mag niet leidend zijn bij het bepalen van de organisatiestrategie. Ook bestaat het gevaar van het vergelijken van appels met peren.

  3. Bart Dijkstra op

    Met bovenstaand artikel ben ik het van harte eens. Als mijn bedrijf het minder slecht doet in vergelijking tot anderen in de markt, doet mijn bedrijf het dus goed.

    Dit soort onderzoek geeft niet aan waar je echt staat. Triest is, dat veel bedrijven hoog in de benchmark willen scoren en daarmee de feitelijkheid totaal uit het oog verliezen.

    Het fenomeen MTO (MedewerkersTevredenheidOnderzoek) is ook zo’n onzinnig benchmark gebeuren, dat het bedrijf volledig op het verkeerde been kan zetten.
    Inmiddels zijn er al tal van bedrijven, die failliet zijn gegaan, omdat ze op de benchmark goed wilden scoren. DSB, Econcern zijn daar onder andere voorbeelden van.

    Het lijkt wel of het fenomeen benchmark bedrijven aanzet tot niet meer nadenken.

    Vroeger solliciteerde ik voor functies binnen HRM. Als ik geen ervaring had binnen een bepaalde sector, dan was ik ook niet geschikt, zei men. Dat terwijl ik juist de betere zaken van de ene sector naar de andere zou kunnen brengen. Dat sector ervaring voor productie en mogelijk ook voor sales geldt, kan ik mij voorstellen. HRM en in mindere mate Finance zijn veel minder afhankelijk van sectorkennis en ervaring.

    Kortom benchmarking werkt meestal belemmerend en daardoor contra productief.