Werknemer ontslagen tijdens situatieve arbeidsongeschiktheid

0

Werknemer is door bedrijfarts situatief arbeidsongeschiktverklaard.
Werkgever doet oproep tot werkhervatting, waar werknemer geen gevolg aangeeft.
Werkgever ontslaat werknemer. Werknemer vindt dat er sprake is van kennelijk
onredelijk ontslag.

Werknemer is sinds 1 januari 2001 in dienst getreden bij SGBO, Onderzoek- en adviesbureau van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten B.V., in de functie van statutair directeur/bestuurder van de vennootschap. Sinds 1 januari 1989 was werknemer in dienst bij de Vereniging Nederlandse Gemeenten, hierna VNG, als hoofd van de toen nog niet zelfstandige stafafdeling SGBO. VNG is enig aandeelhouder van SGBO.

Werknemer heeft zich op 17 april 2003 ziek gemeld. Per 16 juni 2003 is werknemer door de bedrijfsarts situatief arbeidsongeschikt verklaard. Per 23 juni 2003 is hij weer volledig arbeidsgeschikt verklaard. Re-integratie was om die reden niet aan de orde. Werknemer heeft zijn werkzaamheden toen niet hervat omdat volgens hem met werkgever een betaalde verlofregeling was overeengekomen en hij zich ook situatief arbeidsongeschikt achtte.

Op 30 juni 2003 is werknemer door werkgever schriftelijk opgeroepen weer op het werk te verschijnen. Hieraan heeft werknemer geen gevolg gegeven. Op 11 juli 2003 heeft werknemer zich wederom ziek gemeld. Het loon is opgeschort vanaf 11 augustus 2003. Op 8 september 2003 is werknemer in een buitengewone vergadering van aandeelhouders met onmiddellijke ingang ontslagen. Werknemer alsmede de rechtbank vinden dat er sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag.

Hoger beroep

Werknemer heeft in cassatie beroep ingesteld tegen het arrest van het hof inhoudende dat er geen sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag. Volgens het hof was re-integratie niet aan de orde omdat werknemer volledig arbeidsgeschikt was bevonden, zodat hij kennelijk zijn werkzaamheden diende te hervatten. De aangevoerde omstandigheden voor de situatieve arbeidsongeschiktheid van werknemer vindt het hof ontoereikend en kunnen niet de conclusie rechtvaardigen dat werknemer zijn werkzaamheden niet hoefde te hervatten. 

Het hof oordeelt dat er geen sprake is van arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekte in de zin van artikel 7:629 BW. Werknemer is er niet in geslaagd voor deze situatieve arbeidsongeschiktheid feiten en omstandigheden aan te voeren waardoor van hem redelijkerwijs niet kon worden gevergd dat hij zijn werkzaamheden zou verrichten zodat hij op grond van artikel 7:628 BW zijn recht op loon zou behouden. 

Overigens is werknemer in dit geval verplicht medewerking te verlenen aan inspanningen die erop zijn gericht de oorzaken van de situatieve arbeidsongeschiktheid weg te nemen. Het hof oordeelt ten slotte dat artikel 7:628 BW niet opgaat, het niet verrichten van de werkzaamheden van werknemer niet voor rekening van de werkgever komt en werkweigering een ontslaggrond vormt. 

Cassatie

De Hoge Raad oordeelt dat het arrest van het hof geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. De Hoge Raad vindt het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk dat er geen sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag. De Hoge Raad verwerpt het beroep van werknemer en veroordeelt hem in de kosten van het geding.

Bron: LJN BC7669

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer