JurisprudentieWerknemer neemt ontslag en moet werkgever forse vergoeding betalen

0

Een starter op de arbeidsmarkt met een tijdelijk contract neemt tussentijds ontslag voor een droombaan. De werkgever claimt een wettelijke schadevergoeding van bijna 15.000 euro. Lees het oordeel van de rechter.

Wat eraan voorafging

Een junior projectmanager met een maandsalaris van 2.300 euro, heeft een jaarcontract van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019. Half maart 2019 solliciteert ze naar een droombaan elders. Ze houdt haar werkgever op de hoogte van haar vorderingen in de selectieprocedure. De werkgever reageert daar positief op. Eind mei meldt ze dat ze de baan heeft en neemt meteen ontslag per 30 juni. Maar werkgever stemt niet in met dat ontslag. Er staat geen tussentijdse opzegmogelijkheid in haar contract. De werkgever wil ook niet in onderling overleg instemmen met haar voortijdig vertrek uit het kleine team. Haar vertrek zou een te grote impact hebben op de planning en logistiek. Het inwerken van een nieuwe medewerker kost drie maanden en er is geen andere kandidaat voor haar functie voorhanden. De werkgever stapt zelf naar de rechter, en vordert daar van de werkneemster een gefixeerde schadevergoeding voor haar voortijdig vertrek van 14.904 euro.

Bij de rechter

De werkneemster verweert zich tegen deze vordering. Volgens haar heeft de werkgever zich niet als goed werkgever gedragen. De werkgever had haar bij haar indiensttreding moet melden dat ze het contract niet tussentijds kon opzeggen. Daarnaast heeft de werkgever steeds positief gereageerd op de sollicitatievorderingen, en niet gezegd over dat ze haar tussentijds niet zouden laten vertrekken.
De rechtbank wijst de vordering van de werkgever toe maar matigt de vergoeding.

Dat de werkgever de werkneemster niet vooraf heeft gewezen op het ontbreken van een tussentijdse opzegmogelijkheid, is niet te kwalificeren als handelen in strijd met goed werkgeverschap. Dat zou misschien anders zijn als de werkneemster haar plannen om te solliciteren vóór haar indiensttreding had gemeld. Het positief reageren op de sollicitatieprocedure was nog geen reden om aan te nemen dat de werkgever zou instemmen met een tussentijds vertrek, aldus de rechtbank.

De rechter concludeert dat de werkneemster de overeenkomst niet volgens de regels heeft opgezegd. Daarom moet ze de wettelijke gefixeerde schadevergoeding betalen: een bedrag van bijna 15.000 euro. Maar de rechtbank oordeelt dat deze vergoeding moet worden gematigd. Daarbij houdt de rechtbank rekening met de volgende omstandigheden:

  • de werkneemster was nog maar kort in dienst;
  • ze had geen sleutelpositie;
  • de werkgever heeft niet geïnvesteerd in een opleiding;
  • de werkgever is gedurende de sollicitatieprocedure van de werkneemster niet duidelijk geweest over de financiële gevolgen van een tussentijdse opzegging. Daardoor kon de werkneemster dit financiële aspect niet mee nemen in haar overwegingen.

Toekennen van een volledige gefixeerde schadevergoeding aan de werkgever zou er op neer komen dat de werkneemster zes maanden voor niets heeft gewerkt, en dat is geen billijke uitkomst.
De rechtbank matigt de vergoeding tot drie maandsalarissen, een bedrag van 7.452,00.

In de praktijk

Een werkgever moet soms financieel boeten voor het geven van een onregelmatig ontslag. Maar ook de werknemer kan een sanctie verwachten als hij zich bij het nemen van ontslag niet aan de regels houdt. De sanctie van de gefixeerde schadevergoeding geldt voor beide partijen.

Uitspraak: ECLI:NL:RBAMS:2019:7768, 14 oktober 2019

  • Dit artikel komt tot stand in samenwerking met XpertHR, de HR Antwoordbank. XpertHR biedt arbeidsrechtelijke informatie, juridisch advies, praktische tools, praktijkcases, checklists en meer. Geïnteresseerd? Meer informatie >>>
Lees meer over:

Over Auteur

Mr. Ingrid Kooijman is auteur bij XpertHR. Voor XpertHR Actueel houdt ze de jurisprudentie scherp in de gaten. Ze schrijft over arbeidsrecht, HRM en projectmanagement.