Werknemer moet kosten loopbaantraject betalen

1

Een werkgever mag afspreken dat de kosten van een loopbaantraject bij een ontbinding worden afgetrokken van de ontslagvergoeding.

De situatie

Een medewerkster bij een bank is van 1972 tot 1981 in dienst. Na de geboorte van haar kind in 1981 werkt ze tot 1996 als oproepkracht, vakantiekracht en uitzendkracht bij de werkgever omdat part-time werken niet mogelijk is in het bedrijf. In 1996 is parttime werken wel mogelijk en komt ze weer in dienst. Na een fusie wordt de medewerkster in 2009 boventallig. De medewerkster mag kiezen: beëindiging van de arbeidsovereenkomst op korte termijn onder toekenning van een vergoeding van bijna € 27.000 of een loopbaantraject volgen. De werkgever geeft aan dat als het traject niet tot resultaat leidt, er een ontbindingsverzoek wordt ingediend. Daarbij wordt dan een ontslagvergoeding aangeboden op basis van de kantonrechtersformule minus de kosten van het loopbaantraject. Die kosten bestaan uit de tijdens het loopbaantraject betaalde bruto maandsalarissen, studiekosten en eventuele andere investeringen. Sinds 26 maart 2010 is de werkneemster arbeidsongeschikt.

De vordering

Na een mislukt loopbaanbegeleidingstraject verzoekt de werkgever de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst en biedt daarbij een vergoeding aan van afgerond € 8.300. Dat is de vergoeding op basis van de kantonrechtersformule (afgerond € 32.300) min de kosten van het loopbaantraject (bijna € 24.000).

Het verschil van mening

De werkneemster vindt allereerst dat zij niet mag worden ontslagen omdat ze ziek is. Daarnaast heeft ze door haar ziekte niet volledig profijt gehad van het loopbaantraject. Ze vindt het ook onredelijk dat de kosten van het loopbaantraject van de ontslagvergoeding worden afgetrokken. Ook moeten de dienstjaren van voor de contractonderbreking meetellen omdat ze in de tussenperiode niet parttime bij de bank kon werken. Als ze toch wordt ontslagen, wil ze een ontslagvergoeding van bijna € 60.000

Het oordeel van de kantonrechter

De kantonrechter wijst het ontbindingsverzoek toe. Bij de vaststelling van de ontslagvergoeding worden de dienstjaren van het eerste contract deels meegerekend. De rechter overweegt daarbij dat de A-factor uitgaat van het beginsel dat trouwe dienst ‘billijkheidshalve’ van invloed is op de hoogte van de ontbindingsvergoeding. En in dit geval vindt de rechter het redelijk om de trouwe dienst van de medewerkster deels mee te laten tellen. De periode van 1972 tot 1981 wordt meegerekend voor 4 dienstjaren. Daarmee komt de teller in totaal op 25 dienstjaren te staan: 4 voor de eerste contractperiode en 21 gewogen dienstjaren voor de periode van 1996 tot 2011.

Kosten loopbaantraject

De rechter vindt het niet onredelijk dat de kosten van het loopbaantraject worden afgetrokken van de ontslagvergoeding. Tijdens het loopbaantraject van 13 maanden hoefde de werkneemster niet te werken en heeft de werkgever aanzienlijke kosten gemaakt. Daarnaast wist de werkneemster dat de ontslagvergoeding zou worden verminderd met de kosten van het traject. Het af te trekken bedrag wordt verlaagd met ongeveer € 1500 aan interne kosten omdat die niet gespecificeerd zijn door de werkgever.

LJN BO6717
Kantonrechter Almelo
Eerste aanleg
Dienstjaren en onderbreking arbeidscontract
8 december 2010

Door mr. Ingrid Kooijman 

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

1 reactie

  1. Vanessa Cohen op

    Mmmm goed te weten. Wat het verhaal alleen niet verteld is of de afspraak tot inmindering brengen schriftelijk dien te zijn vastgelegd en op welke wijze dan? Het gaat hier om boventalligheid. Betreft het slechts deze ene werkneemster of gaat het om meerdere? M.a.w. moet dit individueel vastgelegd of wellicht in breder kader? Wie kent deze details?