JurisprudentieWerkgever verspeelt ontslag op staande voet

0

Een werkgever wil een medewerker eigenlijk op staande voet ontslaan maar de werknemer neemt zelf ontslag. De rechter oordeelt uiteindelijk dat de arbeidsovereenkomst is herleefd. Hoe komt de rechter tot dit oordeel?

Wat eraan voorafging

Een installatiemonteur heeft een tijdelijk contract tot 19 februari 2016. In dat contract is vastgelegd dat hij 32 uur per week werkt en acht uur week een opleiding volgt. Als er geen opleidingsdag is, wordt hij op het werk verwacht. In december 2015 hoort de werkgever dat er in de herfstvakantie geen opleidingsdag was terwijl de werknemer wel een schooldag op zijn weekstaat heeft ingevuld. De werkgever vraagt daarop de presentielijsten van de opleiding op. Als hij die op 4 januari 2016 onder ogen krijgt, blijkt dat de werknemer sinds september maar bij twee van de 14 opleidingsdagen aanwezig is geweest. Hij heeft wel steeds een opleidingsdag op zijn weekstaat ingevuld. De werkgever confronteert de werknemer meteen met deze feiten en wil hem op staande voet ontslaan. Maar de werknemer geeft aan dan liever zelf ontslag te nemen. Er wordt meteen een document met de titel ‘Ontslag op eigen verzoek werknemer’ opgemaakt en ondertekend. Twee dagen later, op 6 januari komt de werknemer via zijn advocaat op zijn ontslag terug. De werkgever houdt voet bij stuk en meent dat er op 4 januari 2016 een einde aan de arbeidsovereenkomst is gekomen.

Hoe het afloopt

De werknemer vraagt bij de kantonrechter om vernietiging van het ontslag. Ook wil hij een verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd op oorspronkelijke einddatum uit de arbeidsovereenkomst. De rechter oordeelt dat de werkgever op zich voldoende reden had voor een ontslag op staande voet omdat de werknemer zijn verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst heeft geschonden. Maar het ontslag van 4 januari is niet als ontslag op staande voet te kwalificeren. Het opgestelde document is niet eenduidig geformuleerd en lijkt nog het meest op en beëindiging met wederzijds goedvinden. Omdat de werknemer daar tijdig op terug is gekomen, is de arbeidsovereenkomst herleefd, aldus de kantonrechter

Geen ondubbelzinnige verklaring gericht op beëindiging

In hoger beroep bekrachtigt het hof het vonnis van de kantonrechter. Als het document beschouwd wordt als een beëindigingsovereenkomst, is het oordeel van de kantonrechter juist. Maar ook als het document beschouwd wordt als een opzegging door de werknemer, is de arbeidsovereenkomst niet geëindigd op 4 januari. Omdat de werknemer in een emotionele situatie zelf ontslag heeft genomen, zou de ontslagname aan strenge eisen moeten voldoen. De verklaring van de werknemer had duidelijk en ondubbelzinnig gericht moeten zijn op vrijwillig ontslag. De werkgever heeft hier ten onrechte niet geverifieerd of de werknemer wel echt ontslag wilde nemen en of hij zich realiseerde wat de gevolgen van het ontslag voor hem zouden zijn, aldus het hof.

In de praktijk

Het gedrag van de werknemer was in deze zaak reden genoeg voor een ontslag op staande voet. Maar werkgever heeft het moment voorbij laten gaan door aan de wens van de werknemer om dan maar zelf ontslag te nemen, tegemoet te komen.

Uitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:65

  • In samenwerking met XpertHR plaatst de redactie een praktijkvraag. Deze vraag wordt beantwoord door juristen van XpertHR. XpertHR biedt arbeidsrechtelijke informatie, juridisch advies, praktische tools, praktijkcases, checklists en meer. Geïnteresseerd? Vraag meer informatie of een demonstratie aan >>>
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

mr. Ingrid Kooijman

Mr. Ingrid Kooijman houdt de jurisprudentie scherp in de gaten. Wekelijks publiceert ze op XpertHR Actueel artikelen rondom arbeidsrecht.

Reageer