JurisprudentieWerkgever verplicht slapend dienstverband van werknemer op te zeggen?

0

Een zieke werkneemster die bijna met pensioenontslag gaat, spant een kort geding aan tegen haar werkgever. Ze wil dat die haar arbeidsovereenkomst beëindigt omdat ze anders de transitievergoeding misloopt. Wat oordeelt de rechter over dit slapend dienstverband en aankomend pensioen?

Wat eraan voorafging

Een receptioniste die al 35 jaar in dienst is bij haar werkgever, is sinds 2015 arbeidsongeschikt vanwege een progressieve ziekte. Er is geen zicht op herstel. Ze krijgt per 1 augustus 2017 een IVA-uitkering. Begin 2019 vraagt ze tot vier keer toe per brief of haar werkgever haar (slapende) dienstverband wil beëindigen. Dit onder toekenning van de wettelijke transitievergoeding. Dat wil de werkgever wil niet. Op 18 november 2019 eindigt haar arbeidsovereenkomst sowieso, omdat ze dan de pensioengerechtigde leeftijd bereikt.

Bij de rechter

De werkneemster spant in juli een kort geding aan om zo de werkgever te dwingen de arbeidsovereenkomst voor 18 november te beëindigen via een verzoek bij UWV. Ze voert aan dat het dienstverband voor haar knellend is en haar stress bezorgt. Daarnaast, zegt ze, is het de bedoeling van de Wet compensatieregeling Transitievergoeding dat werkgevers dienstverbanden niet laten slapen maar eerder beëindigen. Voor de transitievergoeding die ze bij de beëindiging krijgt, kan de werkgever in 2020 compensatie aanvragen.

De rechter stelt vast dat de werkneemster geen recht heeft op een transitievergoeding, als de arbeidsovereenkomst op 18 november van rechtswege eindigt vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Eerder hebben werknemers geprobeerd om via de rechter vlak voor hun pensioenontslag de werkgever ook tot een beëindiging met toekenning van een transitievergoeding te dwingen. Maar de rechtspraak was eensluidend: er was geen sprake van verwijtbaar handelen of nalaten aan de kant van de werkgever als ze het dienstverband in stand lieten.

Met de nieuwe Wet compensatieregeling Transitievergoeding op komst, ontstond er een nieuwe discussie en kwam er meer diversiteit in de uitspraken. Inmiddels liggen er prejudiciële vragen over deze kwestie voor bij de Hoge Raad. Maar, zo overweegt de voorzieningenrechter, op het antwoord op die vragen kan gezien de pensioendatum van de werkneemster niet gewacht worden.

Zelf ontslag nemen

Allereerst oordeelt de rechter dat de werkneemster het knellen en de stress van de arbeidsovereenkomst zelf kan oplossen door ontslag te nemen of bij de kantonrechter om ontbinding te vragen. Verder overweegt de rechter dat er geen verplichting bestaat voor werkgevers om een slapend dienstverband te beëindigen. Maar aan de andere kant heeft de wetgever wel de financiële barrières van een beëindiging voor werkgevers weg willen halen.

In dit specifieke geval weegt het belang van de werkneemster zwaarder dan dat van de werkgever, oordeelt de rechter. Daarbij spelen de volgende omstandigheden een rol:

  • De werkneemster is al 35 jaar in dienst;
  • Er is geen kans op herstel van haar progressieve ziekte;
  • De werkneemster heeft gezien haar sociaal isolement een groot belang bij de transitievergoeding.

Het belang van de werkgever weegt minder zwaar dan dat van de werkneemster. Zo kan de werkgever financiële last van het voorfinancieren van de transitievergoeding prima dragen. Het belang dat de werkgever heeft bij een beperkt beroep op het fonds dat voor de compensatie beschikbaar is, schuift de rechter terzijde. Dat is nu eenmaal het systeem van de wettelijke regeling.

In dit specifieke geval is het niet opzeggen en het niet betalen van een transitievergoeding in strijd met het goed werkgeverschap, aldus de rechter. De werkgever moet binnen 48 uur na de uitspraak een toestemming aan UWV vragen voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

In de praktijk

De discussie over het beëindigen van slapende dienstverbanden blijft nog even voortduren zolang er nog geen uitspraak is van de Hoge Raad naar aanleiding van de prejudiciële vragen. Die uitspraak wordt dit najaar verwacht. Eerder deed de rechtbank in Den Haag, net als de rechter in deze zaak, ook een uitspraak in het voordeel van de werknemer . In dat geval waren er zeer bijzondere omstandigheden: de werkneemster was terminaal ziek. Nu ligt er dus een tweede uitspraak met het oordeel is dat het slapend houden van een dienstverband van een blijvend arbeidsongeschikte medewerker in strijd kan zijn met goed werkgeverschap.

Zie ook: Vragen aan de Hoge Raad over slapend dienstverband

Vragen slapend dienstverband Hoge Raad
– Slapend dienstverband wel of niet in strijd met goed werkgeverschap
– Slapend dienstverband in strijd met goed werkgeverschap
– Is dienstverband slapend houden verwijtbaar gedrag?

Uitspraak: ECLI:NL:RBGEL:2019:3440, 29 juli 2019
Samenvatting op XpertHR.

  • Dit artikel komt tot stand in samenwerking met XpertHR de HR Antwoordbank. XpertHR biedt arbeidsrechtelijke informatie, juridisch advies, praktische tools, praktijkcases, checklists en meer. Geïnteresseerd? Meer informatie of een online demonstratie >>>
Lees meer over:

Over Auteur

mr. Ingrid Kooijman

Mr. Ingrid Kooijman is auteur bij XpertHR. Voor XpertHR Actueel houdt ze de jurisprudentie scherp in de gaten. Ze schrijft over arbeidsrecht, HRM en projectmanagement.

Reageer