Weigering om verder te onderhandelen maakt ontslag kennelijk onredelijk

0

Een werkgever die na een tegenvoorstel van de werkneemster niet verder onderhandelt maar meteen een ontslagvergunning aanvraagt, handelt niet als goed werkgever. De rechter vindt het ontslag kennelijk onredelijk.

De situatie

Een eigenaar van twee winkels met in totaal vier verkoopsters wil bezuinigen op de personeelskosten omdat het bedrijf al een tijd verlies draait. Hij wil een medewerkster ontslaan en de verkoopster in kwestie biedt hij een nulurencontract aan. Hij heeft wel de intentie om haar zo’n 60 uur per maand te laten werken maar kan dat niet garanderen. Voorheen werkte de verkoopster op een contract voor 100 uur per maand. De verkoopster accepteert het voorstel niet en doet een tegenvoorstel. Hierop vraagt de werkgever een ontslagvergunning aan, zonder dat er nog is gesproken over het tegenvoorstel. De werkneemster wordt met toestemming van het UWV per 1 januari 2011 ontslagen. De vestiging waar de verkoopster werkte sluit op 31 juli 2011.

De vordering

De werkneemster vindt dat het ontslag kennelijk onredelijk is, onder meer omdat 
de werkgever de onderhandelingen over wijziging van de arbeidsovereenkomst ongemotiveerd heeft afgebroken en vervolgens de aanvraag voor de ontslagvergunning heeft ingediend.

Het verweer

De werkgever vond dat hij terecht een ontslagvergunning heeft aangevraagd: het tegenvoorstel dat de werkneemster deed was onacceptabel. Zij stelde zich niet flexibel op doordat ze op vaste dagen wilde werken en zekerheid wilde voor 60 uur per maand en vervolgens meldde zij zich ook nog ziek.

Het oordeel

De rechter oordeelt dat de werkgever zich niet als goed werkgever heeft gedragen. Het gaat hier om de vraag of de werkgever een redelijk voorstel heeft gedaan dat de werkneemster had moeten accepteren. Drie vragen zijn daarbij van belang:

  1. Rechtvaardigden de gewijzigde omstandigheden een voorstel tot wijziging van de arbeidsvoorwaarden?
  2. Was het voorstel van de werkgever redelijk?
  3. Kon van de werknemer in redelijkheid aanvaarding van het voorstel worden gevergd?

Het is duidelijk dat de werkgever in een dusdanig benarde financiële situatie verkeerde dat bezuinigingen op personeelskosten noodzakelijk waren. Maar het voorstel betekende ook dat de werkneemster geen enkele zekerheid meer zou hebben over haar inkomsten. De kantonrechter overweegt dat het voorstel niet redelijk was en dat de werkneemster het ook niet hoefde te aanvaarden. Gezien de ingrijpendheid van zijn voorstel had de werkgever met de verkoopster verder moeten praten. Dat hij dit heeft nagelaten en haar tegenvoorstel als harde eisen heeft opgevat zonder na te vragen of hij dat juist interpreteerde, vindt de kantonrechter strijdig met goed werkgeverschap.

Ontnomen kansen

De kennelijke onredelijkheid van het ontslag zit erin dat de werkgever de verkoopster de kans heeft ontnomen om nog zo lang mogelijk, zij het voor minder uren per maand, bij de werkgever inkomsten te verwerven. Feit is dat de winkel uiterlijk 31 juli 2011 zou sluiten. Omdat een andere werkneemster per 1 mei 2011 ontslag heeft genomen en ook een tweede werkneemster op het punt stond om dat te doen, was het aannemelijk dat het dienstverband, in welke vorm dan ook, tot uiterlijk 31 juli 2011 had kunnen voortduren. De kantonrechter vindt daarom het verschil tussen haar laatste maandloon en haar WW-uitkering over de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 juli 2011 een redelijke schadevergoeding. Dat komt neer op € 1.675,80.

LJN BR5493
Kantonrechter Utrecht
Kennelijk onredelijk ontslag
Eerste aanleg
15 augustus 2011

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.