Weet jij alles over de WWZ? De antwoorden

1

Eerder deze week plaatsten we een quiz over de WWZ online. Hieronder plaatsen we de antwoorden – met uitleg – zodat je precies kunt zien of je al goed op de hoogte bent, of je kennis nog een beetje moet bijspijkeren.

Vraag 1

Hans treedt op 1 juli 2015 in dienst als salesmanager bij een telecombedrijf. Zijn contract wordt op 1 juli 2016 voor anderhalf jaar verlengd. Wat is juist?
a. Het contract van Hans geldt vanaf 1 juli 2016 als aangegaan voor onbepaalde tijd.
b. Het contract van Hans geldt vanaf 1 juli 2017 als aangegaan voor onbepaalde tijd.
c. Het contract van Hans eindigt per 1 januari 2018 van rechtswege.
Antwoord: Antwoord b is juist. Per 1 juli 2015 geldt de gewijzigde ketenbepaling (artikel 7:668a BW nieuw). Vanaf die datum zal nog steeds gelden dat maximaal drie contracten mogen worden gesloten alvorens het vierde automatisch een contract voor onbepaalde tijd zal zijn. De keten gaat pas weer opnieuw lopen als er een tussenliggende periode is van meer dan zes maanden (in plaats van drie). Duren de contracten bij elkaar opgeteld langer dan twee jaar, dan wordt het contract na het verstrijken van de 24e maand gezien als een contract voor onbepaalde tijd. Dit betekent dat het contract van Hans na 2 jaar wordt omgezet in een contract voor onbepaalde tijd, met andere woorden, vanaf 1 juli 2017.

Vraag 2

Peter en zijn werkgever besluiten in oktober 2015 in goed overleg uit elkaar te gaan. Peter tekent een beëindigingsovereenkomst. Tien dagen later bedenkt hij zich. Hij schrijft een brief aan zijn werkgever dat hij toch afziet van het beëindigen van zijn arbeidsovereenkomst. Mag Peter dit doen?
a) Nee, dit mag hij niet doen. Alleen voor instemming met opzegging van de arbeidsovereenkomst geldt vanaf 1 juli 2015 een bedenktermijn.
b) Nee, dit mag hij niet doen. Als een werkgever en werknemer een beëindigingsovereenkomst sluiten, kan de werknemer daar vanaf 1 juli 2015 niet op terugkomen.
c) Ja, dit mag hij doen. Een werknemer kan een beëindigingsovereenkomst na 1 juli 2015 binnen twee weken – zonder opgave van redenen – schriftelijk ontbinden.
Antwoord: Antwoord c is juist. Vanaf 1 juli a.s. hebben werknemers die een akkoord zijn gegaan met beëindiging van hun arbeidsovereenkomst het recht om deze overeenkomst zonder opgaaf van redenen, binnen veertien dagen na de datum waarop de overeenkomst tot stand is gekomen, door een schriftelijke, aan de werkgever gerichte, verklaring te ontbinden.

Vraag 3

Fariël treedt op 1 juli 2015 voor drie maanden in dienst als binnendienstmedewerker bij een groothandel. Drie maanden nadat haar eerste contract is geëindigd, besluit het bedrijf haar opnieuw in dienst te nemen, nu voor een jaar. Na het jaar is Fariël vijf maanden uit dienst. Dan mag zij terugkomen bij de groothandel. Ze krijgt opnieuw een jaarcontract. Vanaf welke datum is een contract voor onbepaalde tijd ontstaan?
a) Fariël heeft vanaf 1 juni 2017 een vast contract.
b) Fariël heeft vanaf 1 juli 2017 een vast contract.
c) Fariëls contract wordt op geen enkel moment omgezet in een vast contract.
Antwoord: Antwoord b is juist. Fariël heeft vanaf 1 juli 2017 een vast contract.
1 juli – 1 oktober 2015 3 mnd   Einde van rechtswege
1 oktober – 1 januari 2016 Tussenpoos 3 mnd Keten telt door
1 januari – 1 januari 2017 Jaarcontract   Einde van rechtswege
1 januari – 1 juni 2017 Tussenpoos 5 mnd Keten telt door
1 juni – 1 juni 2018 Jaarcontract Vanaf 2e mnd > 24 mnd

Vraag 4

Een havenbedrijf besluit te reorganiseren. Saskia, die op dat moment 6 jaar voor het havenbedrijf werkt, komt op basis van het afspiegelingsbeginsel voor ontslag in aanmerking. Op 7 juli 2015 vraagt haar werkgever toestemming aan het UWV tot opzegging van haar arbeidscontract. Het UWV verleent de toestemming op 8 augustus. Op 12 augustus schrijft het bedrijf een brief aan Saskia waarin haar arbeidsovereenkomst wordt opgezegd met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn. Tegen welke datum mag de werkgever het dienstverband van Saskia opzeggen?
a) Op 8 oktober 2015.
b) Op 30 september 2015.
c) Op 31 oktober 2015.
Antwoord: Antwoord b is juist. Uitgangspunt is dat een opzegtermijn van 2 maanden geldt (artikel 7:672 lid 2 BW, Saskia is 6 jaar in dienst). De werkgever kan dus in beginsel tegen 8 oktober 2015 opzeggen. Omdat in artikel 7:672 lid 1 is neergelegd dat opzegging geschiedt tegen het einde van de maand, moet er vervolgens vanuit worden gegaan dat de arbeidsovereenkomst eindigt op 31 oktober 2015.
Vanaf 1 juli 2015 mag de werkgever de termijn verkorten met de datum waarop het verzoek om toestemming bij UWV is ontvangen en de dagtekening van de beslissing op verzoek. Deze periode bedraagt 31 dagen. De werkgever mag dus opzeggen tegen 30 september 2015 (er blijft minstens een maand over).

Vraag 5

Sinds 1 januari 2015 zijn werkgevers verplicht om werknemers met een tijdelijk contract van 6 maanden of langer uiterlijk één maand voor het eindigen van het contract te laten weten of zij het contract wensen te verlengen en zo ja, onder welke voorwaarden. Wat gebeurt er als de werkgever deze ‘aanzegging’ vergeet?
a) Dan loopt het tijdelijke contract na het verstrijken van de contractduur door totdat de werkgever alsnog aanzegt.
b) Dan moet de werkgever de werknemer een maandsalaris betalen.
c) Dan moet de werkgever het UWV vragen om toestemming om de arbeidsovereenkomst op te zeggen.
Antwoord: Antwoord b is juist. Per 1 januari 2015 is een werkgever verplicht om bij afloop van tijdelijke contracten van 6 maanden of langer een wettelijke aanzegtermijn van ten minste één maand in acht te nemen.
Dat betekent dat de werkgever de werknemer uiterlijk één maand voor het einde van de arbeidsovereenkomst van rechtswege, schriftelijk moet informeren over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst met de werknemer. Als de werkgever aangeeft dat hij het dienstverband wil voortzetten, dan dient hij bovendien de voorwaarden waaronder hij de arbeidsovereenkomst wil voortzetten te noemen. Bij niet naleving van de aanzegverplichting is de werkgever aan de werknemer een vergoeding verschuldigd gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon voor een maand. Bij niet-tijdige nakoming geldt een vergoeding naar rato.

Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

1 reactie

  1. Avatar
    Bas van der worp op

    Haha, ook dit blijft volgens mij een quizz…zijn alle antwoorden juist? Volgens mij moet vraag 3 het antwoord wel b zijn (1 juli 2017) maar is de in de uitleg genoemde datum van 1 juli 2018 onjuist…..  

Reageer