JurisprudentieVragen over slapend dienstverband voorgelegd aan Hoge Raad

0

Moet een werkgever meewerken aan het beëindigen van een slapend dienstverband als de werknemer daar om vraagt? Met de compensatiewet voor de transitievergoeding in het vooruitzicht is dit een veelbesproken onderwerp. Deze kantonrechter roept de hulp in van de Hoge Raad.

Wat eraan voorafging

Deze rechtszaak gaat over een monteur die al meer dan 30 jaar in dienst is bij zijn werkgever. Hij is door zijn werk arbeidsongeschikt geraakt en heeft een WIA-uitkering. De monteur kan niet meer aan het werk en zijn persoonlijke omstandigheden zijn penibel: hij heeft schulden, loopt bij de voedselbank, zijn inkomen is door zijn arbeidsongeschiktheid met 600 euro per maand gedaald, hij moet voor zijn ernstig zieke vrouw zorgen en heeft veel pijn vanwege zijn aandoening. Hij verzoekt de werkgever meerdere malen om ontslag, onder toekenning van een transitievergoeding. Maar de werkgever wil daar niet aan mee werken vanwege financiële redenen. Ook deze werknemer stapt naar de rechter. De insteek is dit keer anders. Hij vraagt de kantonrechter om een schadevergoeding en om de kwestie via pre-judiciële vragen voor te leggen aan de Hoge Raad.

Bij de rechter

De werknemer vordert een schadevergoeding van 25.000 euro vanwege het schenden van de norm van goed werkgeverschap. Dit vraagt hij naast een eventuele transitievergoeding. De motivering van de vordering wijkt af van de eerder rechtszaken: deze is gebaseerd op een uitspraak van de Hoge Raad (Stoof/Mammoet) waarin is geoordeeld dat werkgever en werknemer rekening moeten houden met elkaars gerechtvaardigde belangen. Een werkgever mag op grond van bedrijfsomstandigheden een redelijk voorstel tot wijziging van de arbeidsvoorwaarden doen en de werknemer moet daar dan op in gaan tenzij dat in redelijkheid niet van hem verlangd kan worden.

Geen goed werkgeverschap
De werknemer meent dat je deze redenering ook om kunt draaien. De werknemer heeft hier, door zijn omstandigheden gedwongen, een redelijk voorstel tot wijziging van de arbeidsvoorwaarden gedaan: beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Dat is een redelijk voorstel, vindt de werknemer, omdat hij het bedrag aan transitievergoeding heeft beperkt tot het bedrag dat de werkgever ter compensatie kan krijgen. De werkgever loopt daardoor geen financieel risico. Door niet in te gaan op het voorstel, handelt de werkgever in strijd met goed werkgeverschap, pleegt wanprestatie en is schadeplichtig.

Financieel belang
De werkgever verweert zich onder meer met een financieel belang: hij heeft nog 15 andere slapende dienstverbanden, en het uitbetalen van de bijbehorende transitievergoedingen zou ruim 6 ton kosten. Dat is een grote aanslag op de liquiditeitspositie van het bedrijf. De werkgever vraagt zich ook af of het potje van UWV straks niet heel snel leeg is. Hij denkt ook dat de regeling misschien wel weer heel snel afgeschaft wordt vanwege de hoge kosten. Verder denkt de werkgever dat met de invoering van de Wet Arbeidsmarkt in Balans de transitievergoedingen straks anders worden berekend en lager zullen uitvallen.

Het probleem
De kantonrechter ziet de omvang en de ernst van het probleem in van de slapende dienstverbanden. Hij overweegt dat het niet anders kan dat er achter ieder slapend dienstverband een verhaal zit. Een verhaal van een werknemer die door omstandigheden werkloos is geworden – met alle financiële gevolgen van dien. Denk daarbij aan het bij de wet toegekende recht op een transitievergoeding niet geldend maken. Tot dusver liep de route via de ernstige verwijtbaarheid en de schending van de normen van goed werkgeverschap voor werknemers dood. Dat is nu anders door de wet compensatie transitievergoeding en dat leidt tot tegengestelde rechtelijk uitspraken. De rechter wijst op de uitspraken van de voorzieningenrechter Den Haag en de kantonrechter Zwolle.

Bij de Hoge Raad
De kantonrechter is het met de eisende partij eens dat gezien op de veelheid aan zaken over slapende dienstverbanden er behoefte is aan een richtinggevend standpunt van de Hoge Raad. Werkgevers, werknemers en de rechtspraktijk hebben dan een handvat bij de afwikkeling van deze zaken. Het stellen en beantwoorden van prejudiciële vragen vindt de kantonrechter dan ook essentieel om tot een goede beoordeling van deze zaak te komen en tot een algemeen bruikbare leidraad voor de rechtspraak. De kantonrechter stelt daarom eerst een aantal pre-judiciële vragen aan de Hoge Raad voordat er een uitspraak wordt gedaan. De komen kort gezegd op neer op de vraag of een werkgever akkoord moet gaan met de beëindiging van een slapende dienstverband, en zo ja op welke gronden en onder welke voorwaarden. De volledige vragen zijn te lezen in de uitspraak zelf >>>

In de praktijk

Een werkgever die een slapend dienstverband op verzoek van de werknemer moet beëindigingen en daarbij een transitievergoeding moet betalen. Dit is onderwerp van debat en veel rechtszaken op dit moment. Met de beantwoording van de vragen door de Hoge Raad zal er duidelijkheid komen hoe hier mee om te gaan.

Uitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2019:333, 10 april 2019
Samenvatting op XpertHR

Artikelen over het slapend dienstverband

Lees meer over:

Over Auteur

mr. Ingrid Kooijman

Mr. Ingrid Kooijman is auteur bij XpertHR. Voor XpertHR Actueel houdt ze de jurisprudentie scherp in de gaten. Ze schrijft over arbeidsrecht, HRM en projectmanagement.

Reageer