Voor ontucht veroordeelde medewerker niet zomaar ontslaan

1

Een werkgever ontslaat een werknemer die in de gevangenis zit op staande voet omdat hij het hoger beroep dat hij had aangetekend tegen de veroordeling intrekt. Als de werknemer naar de kantonrechter stapt om zijn ontslag aan te vechten, krijgt hij gelijk.

De situatie

Een medewerker bij de kredietadministratie van een grote bank is al 38 jaar in dienst. In 2006 wordt hij op verdenking van ontucht in voorlopige hechtenis genomen. De werkgever, die dit verneemt via de bedrijfsarts, zet kort daarop het salaris stop.

Later dat jaar wordt de werknemer veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk. Als de raadsman van de werknemer in 2007 laat weten dat het door de werknemer ingediende verzoek tot hoger beroep wordt ingetrokken, ontslaat de werkgever de werknemer op staande voet.

Bij de kantonrechter

De werknemer roept in eerste instantie bij de kantonrechter de ongeldigheid van het ontslag in. Hij  vordert weder tewerkstelling zodra hij weer op vrije voeten is, op straffe van een dwangsom van  € 500 per dag en betaling van zijn salaris vanaf datzelfde moment. De kantonrechter geeft de werknemer gelijk en oordeelt dat het feit dat iemand veroordeeld is voor een strafbaar feit en daardoor lange tijd gedetineerd is, geen reden is voor ontslag op staande voet.

De werkgever gaat in hoger beroep tegen dit vonnis.

Het oordeel in hoger beroep

Het hof stelt dat bij de beoordeling van de rechtsgeldigheid van dit ontslag op staande voet alle omstandigheden van het geval moeten worden meegenomen. Het enkele feit dat iemand is veroordeeld en daardoor verzuimt, is geen reden voor ontslag op staande voet.

In dit geval heeft de bank de werknemer ruime tijd na de veroordeling pas ontslagen, op het moment dat de veroordeling onherroepelijk was. Daarvoor was de veroordeling en het feit dat de werknemer in de gevangenis zat, blijkbaar geen reden om hem te ontslaan.

Over de omstandigheden overweegt het hof verder dat er is geen verband tussen het delict en het werk van de werknemer. Er is ook niet gebleken dat er negatieve invloed is op zijn werk door de strafbare handelingen, de werknemer heeft altijd voortreffelijk gefunctioneerd. De werkgever heeft ook geen directe schade geleden door de detentie. Het loon is stopgezet en de werkzaamheden zijn onder de collega´s verdeeld. De bank voert nog aan dat door de lange afwezigheid de werknemer zich niet meer kan aanpassen aan de veranderingen in het werk maar dat is volgens het hof geen reden voor ontslag op staande voet. Bij deze omstandigheden wordt nog het lange dienstverband opgeteld en dat leidt tot de conclusie dat het onherroepelijk worden van de veroordeling en de voortdurende detentie geen reden voor ontslag op staande voet zijn.

Het hof vernietigt het deel van het vonnis van de kantonrechter dat over de weder te werkstelling en de dwangsommen gaat. De weder te werkstelling heeft intussen plaatsgevonden maar de situatie bleek onwerkbaar en de werknemer heeft zich ziek gemeld. Die vordering kan dus niet meer toegewezen worden. De werknemer moet de door de werkgever betaalde dwangsommen terugbetalen.

JAR 2009-246
Hof Amsterdam
Hoger beroep
17 februari 2009

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

1 reactie

  1. wat is dit voor onzin
    de werkgever heeft eerst nog netjes gewacht met ontslag
    mijn mening is gelijk ontslag