Vakantiedagen niet opgenomen in vaststellingsovereenkomst

2

Het restant vakantiedagen van een werknemer waarover niet wordt gesproken in een vaststellingsovereenkomst met een finale kwijting, is vervallen. Ook al is dat in strijd met de wet.

De situatie

Een telecombedrijf sluit in oktober 2013 met een werknemer een vaststellingsovereenkomst bij het beëindigen van de arbeidsovereenkomst. Daarin is onder meer geregeld dat de man tot het einde van het jaar salaris krijgt “met vakantiegeld”. Tot het einde van zijn contract wordt hij vrijgesteld van werkzaamheden. In de vaststellingsovereenkomst is ook een finale kwijting opgenomen: “Partijen verklaren na uitvoering van het bovenstaande niets meer van elkaar te vorderen te hebben en verlenen elkaar finale kwijting voor alle aanspraken uit hoofde van de dienstbetrekking. Voor zover partijen uit hoofde van de dienstbetrekking toch nog iets van elkaar te vorderen zou hebben, dan doen partijen door ondertekening van deze overeenkomst uitdrukkelijk afstand van enig recht daarop.” De partijen hebben onderhandeld over de beëindigingsdatum, de hoogte van de beëindigingsvergoeding, de terugbetaling van de studiekosten en de teruggave van de auto van de zaak. De werknemer had daarbij van het begin af aan juridische bijstand.
In maart 2014 verzoekt de inmiddels ex-werknemer om uitbetaling van niet-genoten verlofdagen. De werkgever weigert aan dat verzoek te voldoen.

Bij de rechter

De werknemer stapt naar de rechter en vraagt om een bedrag van circa 2.500 euro aan niet-genoten vakantiedagen en vakantietoeslag. Volgens hem zijn die verlofdagen niet bij de eindafrekening betrokken en is de aanspraak daarop ook geen onderwerp van gesprek geweest. Er is ook niet afgesproken dat hij verlof zou opnemen in de periode dat hij was vrijgesteld van werk.

Het oordeel

Volgens de rechter mocht de werkgever er hier op vertrouwen dat de werknemer zijn aanspraken op uitbetaling van het verlofsaldo had laten varen. Anders had hij dat expliciet moeten aankaarten.
De rechter wijst dan ook de vorderingen van de werknemer af en neemt in zijn overweging mee dat
– er over veel onderwerpen is onderhandeld;
– de werknemer van het begin af aan juridische bijstand had;
– er uitdrukkelijk finale kwijting is overeengekomen;
– het gebruikelijk is dat bij vrijstelling van arbeid wel de resterende vakantiedagen worden opgenomen.

Alles benoemen

Bij een vaststellingsovereenkomst met finale kwijting geldt eigenlijk het principe ‘waar je het niet over hebt gehad, daar kun je ook niets meer over vorderen’. De vaststellingsovereenkomst stelt de situatie vast zoals die op dat moment is. Alle eerder gemaakte afspraken uit andere stukken en overeenkomsten zijn dan niet meer van toepassing.
Daarom is het belangrijk precies te benoemen wat er op dat moment geldt tussen partijen en daarbij te verwijzen naar alle regelingen die wel van toepassing moeten blijven, zoals een concurrentiebeding of afspraken over een restant verlof. Want achteraf ontstaat juist vaak discussie over regelingen die niet besproken of expliciet vermeld zijn.

Gegevens rechtszaak:

ECLI:NL:RBMNE:2015:1260. Datum uitspraak: 9 maart 2015

Meer jurisprudentie over finale kwijting en de vaststellingsovereenkomst:

Geen vermelding in vaststellingsovereenkomst: concurrentiebeding vervalt

Boetebeding vergeten in vaststellingsovereenkomst

Lees meer over:

Over Auteur

mr. Ingrid Kooijman

Mr. Ingrid Kooijman is auteur bij XpertHR. Voor XpertHR Actueel houdt ze de jurisprudentie scherp in de gaten. Ze schrijft over arbeidsrecht, HRM en projectmanagement.

2 reacties

  1. Avatar
    Marcel Moekotte op

    Het lijkt erop dat de werknemer die zijn restant vakantiedagen niet uitgekeerd krijgt door een ‘finale kwijting’ af te spreken mooi in de buik gebeten wordt. Het geheel wordt door de rechter eigenlijk omgedraaid. Een werknemer gaat er te goeder trouw van uit dat de werkgever zaken als achterstallig vakantiegeld gewoon uitbetaald. Volgens de rechter mag de werkgever ervan uitgaan dat de werknemer afziet van vakantiegeld omdat deze het niet expliciet vernmeldt.  Overall heb ik de idee dat het tijdperk van bescherming van de werknemer ten koste van alles losgelaten is en de werkgever steeds meer het voordeel van de twijfel heeft. Dit lijkt mij een verkeerde ontwikkeling. Een werkgever heeft veelal dure juristen in dienst die op dit soort voordelen een voorschot kunnen nemen. Daarvan wordt de werknemer dan altijd de dupe. Dat zou een rechter zich ook moeten realiseren. Of ga ik nu te kort door de bocht?

  2. Avatar
    Dick Klinkhamer op

    Voorts vermeldt de vaststellingsovereenkomst:
    ‘Partijen verklaren na uitvoering van het bovenstaande niets meer van elkaar te vorderen te hebben en verlenen elkaar finale kwijting voor alle aanspraken uit hoofde van de dienstbetrekking. Voor zover een partij uit hoofde van de dienstbetrekking toch nog iets van de andere partij te vorderen zou hebben, dan doen partijen door ondertekening van deze overeenkomst uitdrukkelijk afstand van enig recht daarop.
    Partijafspraken gaan voor op een eventueel andere uitspraak van rechter’.
    Voor een juiste uitleg hoef je geen jurist te zijn. Zelfs als finale kwijting eruit wordt gehaald dan nog staat er dat er geen rechten meer kunnen worden ontleend. Zie zin 2. 

Reageer