Toekenning billijke vergoeding, werkgever handelt ernstig verwijtbaar

0

In deze zaak verzoekt de werkneemster om ontbinding van de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een transitievergoeding en een additionele billijke vergoeding, omdat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen door de werkgever.

De zaak

De 63-jarige werkneemster is sinds 1993 als notarieel medewerkster in dienst van een notariskantoor. Vanaf het moment dat de werkneemster door gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid minder uren is gaan werken, is de werkgever zich onbehoorlijk en onaanvaardbaar jegens haar gaan gedragen. Dit gedrag bestaat uit onacceptabel taalgebruik, vloeken, schelden, tieren, uitlatingen als ‘ik treiter er jou wel uit’, ‘hé, werk je hier nog’ en ‘ik moet nog drie jaar met dat mens’. Ook stelt de werknemer dat de werkgever dossiers voor haar voeten heeft gegooid.

De werkneemster is door het handelen van de werkgever sinds 15 juni 2015 volledig arbeidsongeschikt en de werkgever weigert de adviezen van de arboarts op te volgen.

De werkgever stelt dat hij gezien zijn ‘Griekse bloed’ en het hierbij behorende ‘zuidelijk karakter’ zijn emoties sneller uit. Voor het overige ontkent de werkgever dat bovengenoemde gedragingen hebben plaatsgevonden en stelt dat het advies van de arboarts, inhoudende het inschakelen van een mediator, niet is opgevolgd omdat dit slechts een tijdelijk effect zou hebben.

De rechtbank

De kantonrechter oordeelt dat sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie en dat de arbeidsovereenkomst op korte termijn behoort te eindigen nu de werkgever zich schuldig heeft gemaakt aan onbetamelijk en grievend gedrag, hetgeen leidt tot een ernstig verwijtbaar handelen of nalaten. Dit geeft de kantonrechter aan de werkneemster een transitievergoeding en een billijke vergoeding toe te kennen.

Overwegingen

In deze zaak overweegt de kantonrechter dat het onbetamelijke en voor de werkneemster kwetsende gedrag van de werkgever maakt dat sprake is van een ernstig verwijtbaar handelen of nalaten. De kantonrechter neemt in zijn oordeel mee, dat ondanks meerdere verzoeken van de arboarts en de (gemachtigde van de) werkneemster, de werkgever heeft nagelaten het geschil op een adequate wijze op te lossen.

Aan de werkneemster wordt naast de transitievergoeding een billijke vergoeding toegekend van € 50.000,- bruto. Bij het bepalen van de billijke vergoeding heeft de kantonrechter de volgende omstandigheden betrokken:

  • de werkneemster, die ruim 22 jaar in dienst is, heeft nooit kritiek gehad op haar functioneren;
  • het handelen van de werkgever is zo beledigend dat de werkneemster zich gedwongen ziet de arbeidsovereenkomst te beëindigen;
  • de financiële gevolgen voor de werkneemster zijn aanzienlijk nu zij niet tot haar pensioengerechtigde leeftijd van 66 jaar kan blijven werken en hierdoor naast het verlies aan loon pensioenschade lijdt;
  • het niet aannemelijk is dat de werkneemster, nu zij gedeeltelijk arbeidsongeschikt is, nog elders werk gaat vinden.

Vervolgens wordt door de kantonrechter aansluiting gezocht bij de door de werkneemster overlegde berekening van het te verwachten verlies aan inkomen en pensioen dat is opgesteld door een belastingadviseur. De berekening is door de werkgever niet is betwist.

 

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.