Schizofrene werknemer mag ook nog na zes maanden nietigheid ontslag inroepen

0

Een schizofrene werknemer mag de nietigheid van zijn ontslag op staande voet ook nog na de wettelijke termijn van zes maanden inroepen.

De situatie

De werknemer die in dienst is bij een bank blijkt in 2003 te leiden aan schizofrenie. De bank heeft daarover contact gehad met de familie van de werknemer, de bedrijfsarts en de huisarts.
Na een vakantie komt de werknemer niet terug op het werk. De werkgever roept hem meerdere malen op om een verklaring te geven voor zijn ongeoorloofde afwezigheid. Omdat de werknemer daar niet op reageert, wordt hij op 4 maart 2004 op staande voet ontslagen.
Het ontslag is zowel door de moeder als de vader telefonisch vernietigd, op 25 maart 2004 schriftelijk, en later door de advocaat op 14 september 2005 nogmaals vernietigd.  De werknemer is in de eerste helft van 2005 gedwongen opgenomen geweest in een psychiatrisch ziekenhuis.
Bij de kantonrechter vordert de werknemer betaling van zijn loon vanaf 1 maart 2004. Maar die  vordering wordt afgewezen.

De vordering

De werknemer gaat in hoger beroep. Hij meent dat er nog steeds een arbeidsovereenkomst bestaat, omdat er op 4 maart 2004 geen dringende reden voor het ontslag was.

Het verweer

De bank voert aan dat de nietigheid van het ontslag te laat is ingeroepen. Dat had de werknemer binnen zes maanden moeten doen (art. 9 lid 3 BBA).

Het oordeel

Het Hof wijst de vordering van de werknemer toe.
De partijen zijn het er over eens dat de werknemer op het moment van ontslag arbeidsongeschikt was. Maar de werkgever voert aan dat alleen de werknemer zichzelf kan en mag ziekmelden. En dat heeft hij niet gedaan; hij ontkende zelfs ziek te zijn. Daarom heeft de werkgever hem als arbeidsgeschikte werknemer behandeld. En daarom had hij zijn werkzaamheden na zijn vakantie, en na de oproepen van de bank, moeten hervatten. De ongeoorloofde afwezigheid leidde terecht tot ontslag op staande voet, vindt de werkgever.
Maar het hof is het niet eens met deze beredenering. Het was voor de bank duidelijk dat de werknemer leed aan een ernstige geestesziekte en dat zijn beoordelingsvermogen daardoor was vertroebeld. De bank had ook een minder vergaande maatregel kunnen nemen dan ontslag op staande voet.
Het hof oordeelt dat op grond van redelijkheid en billijkheid de werknemer vanwege zijn geestelijke gesteldheid niet aan de wettelijke termijn van zes maanden gehouden kan worden. En daarom is de  vernietigbaarheid rechtsgeldig ingeroepen en de arbeidsovereenkomst is blijven voortbestaan.
De bank moet de werknemer loon betalen over de periode van 1 maart 2004 tot 1 maart 2006. Deze periode is gegrond op de wettelijke loondoorbetalingstermijn bij ziekte van 2 jaar en het feit dat de werknemer per die datum een andere baan had. Omdat de bank zich niet als goed werkgever heeft gedragen, ziet het hof geen reden voor matiging.

LJN BO4969
Gerechtshof Amsterdam
Wettelijke termijn vernietigen ontslag
Hoger beroep
12 oktober 2010

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.