Ontslagreden staat maar deels vast, werkgever moet loon doorbetalen

1

Een werknemer wordt op staande voet ontslagen. Hij zou een bekertje koffie in het gezicht van een collega gegooid hebben en hem daarna nog een klap in de nek hebben gegeven. In de ontslagbrief vermeldt de werkgever als reden voor het ontslag dat hij lichamelijk geweld heeft gebruikt tegen een van zijn collega. Tijdens de procedure erkent de werkgever dat de werknemer in het verleden nooit eerder lichamelijk geweld tegen zijn collega’s heeft gebruikt. Daarmee is slechts een gedeelte van de dringende reden voor ontslag vast komen te staan, aldus het Hof.

De situatie

Een werknemer wordt op staande voet ontslagen. Hij zou een bekertje koffie in het gezicht van een collega gegooid hebben en hem daarna nog een klap in de nek hebben gegeven. In de ontslagbrief vermeldt de werkgever als reden voor het ontslag dat hij lichamelijk geweld heeft gebruikt tegen een van zijn collega. Daarnaast schrijft de werkgever dat het niet de eerste keer was dat de werknemer soortgelijk agressief gedrag vertoonde.

De werknemer spant een kort geding en vordert loondoorbetaling en wedertewerkstelling. De kantonrechter wijst zijn vorderingen af en oordeelt dat het zeer waarschijnlijk dat het ontslag op staande voet in een bodemprocedure stand zal houden.

De vordering in hoger beroep

De werknemer gaat in hoger beroep en vraagt het Hof om vernietiging van de uitspraak van de kantonrechter. Omdat de werkgever een deel van de aangezegde ontslagreden kan bewijzen, is het ontslag op staande voet ten onrechte verleend.

Het oordeel

Het Hof vindt het niet aannemelijk dat het ontslag op staande voet in een bodemprocedure zal standhouden. Het hof is van oordeel dat met de vermelding in de ontslagbrief “soortgelijk agressief gedrag” verwezen wordt naar lichamelijk geweld. De werkgever heeft tijdens de procedure erkend dat de werknemer in het verleden nooit eerder lichamelijk geweld tegen zijn collega’s heeft gebruikt. Daarmee is slechts een gedeelte van de dringende reden voor ontslag vast komen te staan.

Dat de overblijvende reden op zichzelf voor de werkgever ook een dringende reden zou zijn geweest, is niet voldoende. Het had voor de werknemer ook duidelijk moeten zijn dat alleen die reden al aanleiding was voor een ontslag op staande voet.

Het hof vernietigd het vonnis van de kantonrechter. Gelet op de aard van de gebeurtenissen en het tijdsverloop wijst het Hof de vordering tot tewerkstelling af. De vordering tot loondoorbetaling wordt wel toegewezen.

LJN BL8496

Gerechtshof Amsterdam

Ontslag op staande voet art 7:678 BW

Hoger Beroep in kort geding

15 december 2009

Mr. Ingrid Kooijman

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

1 reactie

Reageer