JurisprudentieOntslagname na overlijden partner. Opwelling of weloverwogen besluit?

0

Een werknemer neemt kort na het onverwacht overlijden van zijn vrouw ontslag. Twee maanden later komt hij hierop terug en vraagt hij om een loondoorbetaling. De vraag die de rechter moet beantwoorden is of de werkgever erop mocht vertrouwen dat de werknemer echt ontslag wilde nemen.

Wat eraan voorafging

Een kok heeft een tijdelijk contract met daarin een tussentijds opzegbeding. Op 4 juli 2014 overlijdt zijn vrouw onverwachts. Op 30 juli neemt hij volgens de werkgever per direct ontslag. Na twee maanden komt de werknemer hier op terug en vraagt om loondoorbetaling tot het einde van zijn contract – 31 oktober 2014. De werkgever zegt dat de kok op 30 juli ontslag heeft genomen en wil het loon daarom niet betalen. De werknemer stapt naar de rechter. Die oordeelt dat het voldoende vast staat dat de werknemer de arbeidsovereenkomst wilde beëindigen. Met vijf getuigen heeft de werkgever voldoende bewezen dat de werknemer op 30 juli willens en wetens ontslag heeft genomen. De werknemer gaat in hoger beroep tegen de uitspraak.

Hoe het afloopt

Het hof moet de vraag beantwoorden of de werkgever mocht vertrouwen op de verklaring van de werknemer.  Of had de werkgever meer moeten onderzoeken of de werknemer echt ontslag wilde nemen?

Emoties na overlijden

Het hof overweegt dat de emoties van het overlijden een rol kunnen hebben gespeeld bij de ontslagname op 30 juli. Maar de werkgever is de dag erna nog bij de werknemer geweest om te checken of de werknemer echt ontslag wilde nemen. De kok heeft zijn ontslagname toen nogmaals bevestigd. Daarom mag de werkgever er van uit gaan dat de kok echt bedoelde dat hij onslag wilde nemen, zo oordeelt het hof. Ook de gedragingen daarna bevestigen de wil van de werknemer om ontslag te nemen.

Feitelijk gedrag van de werknemer wijst op wil om ontslag te nemen

Het hof overweegt dat de werknemer zich na 30 juli ook heeft gedragen alsof de arbeidsovereenkomst was beëindigd. Hij heeft zijn sleutels van het restaurant ingeleverd en zijn persoonlijke spullen – zoals zijn keukenmessen en werkkleding – opgehaald. Hij is ook niet meer op het werk verschenen. Hij heeft later nog een keer in het restaurant gegeten, waarna hij als gast heeft afgerekend en ook verder niets heeft gezegd over werk. Enige tijd later is hij verhuisd zonder een adreswijziging door te geven. Tot slot heeft hij pas twee maanden na het ontslag aanspraak gemaakt op loonbetaling. Het hof vindt dat het duidelijk is dat de werknemer ontslag wilde nemen; de arbeidsovereenkomst is door de opzegging van de werknemer beëindigd.

In de praktijk

Een onmiddellijk ontslag van een werknemer vereist een duidelijke ondubbelzinnige verklaring van de werknemer waaruit blijkt dat hij ontslag wil nemen. Die eis is bedoeld om de werknemer te beschermen tegen de  mogelijk ernstige gevolgen van het ontslag. De werkgever heeft in sommige gevallen de plicht om te onderzoeken of de werknemer wel echt bedoelde ontslag te nemen en moet de werknemer zelfs voorlichten over de gevolgen van dat ontslag.

  • Dit artikel komt tot  stand in samenwerking met XpertHR de HR Antwoordbank. XpertHR biedt arbeidsrechtelijke informatie, juridisch advies, praktische tools, praktijkcases, checklists en meer. Geïnteresseerd? Meer informatie of een online demonstratie >>>

Uitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:4203, 3 oktober 2017

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

mr. Ingrid Kooijman

Mr. Ingrid Kooijman houdt de jurisprudentie scherp in de gaten. Wekelijks publiceert ze op XpertHR Actueel artikelen rondom arbeidsrecht.

Reageer