Ontslag wegens arbeidsongeschiktheid door overgewicht

0

Werknemer is arbeidsongeschikt geraakt. Werkgever stelt dat de gevolgen
van de arbeidsongeschiktheid voor rekening van de werknemer komen, omdat hij
niets heeft gedaan aan zijn overgewicht.

Werknemer is sinds 22 oktober 1979 in dienst bij Van den Berg Infrastructuren B.V., laatstelijk als (meewerkend) Voorman Kabelwerker. In augustus 1998 heeft werknemer zich ziek gemeld met rugklachten, waarna hij een jaar later voor 15% tot 25% arbeidsongeschikt is verklaard. Op 13 februari 2002 heeft werknemer zich wederom ziek gemeld, dit maal met ernstige pijnklachten in de linkerzij.

Werkgever heeft werknemer met ingang van 1 juni 2005 na daartoe een ontslagvergunning te hebben verkregen van CWI ontslagen.

Werknemer stelt dat dit ontslag kennelijk onredelijk is en vordert schadevergoeding. Mede gelet op de lange duur van het dienstverband en de geringe mate waarin de fysieke arbeid aan de arbeidsongeschiktheid heeft bijgedragen, heeft de kantonrechter werknemer een bedrag ad € 15.000,- toegekend.

Werkgever gaat in hoger beroep en stelt dat de gevolgen van de arbeidsongeschikt voor rekening en risico van werknemer moeten blijven, omdat hij zelf voor het ontstaan daarvan verantwoordelijk zou zijn, nu hij ondanks eerdere waarschuwingen – welke ook zijn vastgelegd in de rapporten van de artsen – niets heeft gedaan aan zijn overgewicht.

Ook het hof is van oordeel dat enig verband tussen de arbeidsongeschiktheid en de verrichte arbeid aannemelijk is. Het gaat volgens het hof te ver om te stellen dat het overgewicht de enige of belangrijkste oorzaak is van de gezondheidsklachten, maar het heeft in medisch opzicht weldegelijk relevantie.

Daarnaast dient rekening gehouden te worden met het feit dat werkgever onverplicht in de periode van augustus 1999 tot februari 2002 het oude salaris aan werknemer heeft doorbetaald, hoewel werknemer een lager betaalde, lichtere functie uitoefende, hetgeen ook van invloed was op de hoogte van de loondoorbetaling tijdens ziekte vanaf 13 februari 2002.

Het hof kent werknemer een vergoeding toe gelijk aan 70% van de kantonrechtersformule, waarbij de C-factor wordt gesteld op 0,5, hetgeen overeenkomt met een bedrag ad € 31.400,-.

Bron: LJN BF8122
Gerechtshof ‘s-Gravenhage
Datum: 14-10-2008

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer