JurisprudentieOntslag op staande voet na hapje van donut terecht?

1

Een medewerkster proeft een hapje van een donut die weggegooid gaat worden en wordt op staande voet ontslagen. Het bedrijf hanteert een zerotolerancebeleid-beleid. Vindt de rechter het ontslag ook terecht?

Wat eraan voorafging

Een medewerkster die al 17 jaar bij een supermarkt werkt, neemt een hapje uit een donut, om te proeven hoe deze nieuwe variant smaakt. De bedrijfsregels zijn duidelijk: er mag niet geproefd worden en zelfs producten die in de afvalbak liggen, blijven eigendom van het bedrijf. De werkneemster is eerder gewaarschuwd voor soortgelijke acties en wordt dit keer opstaande voet ontslagen. De werkgever vraagt om ontbinding voor zover vereist terwijl de werkneemster in dezelfde procedure vraagt om vernietiging van het ontslag wegens gebrek aan een dringende reden.

Hoe het afloopt

De rechter oordeelt dat er inderdaad geen dringende reden was voor een ontslag op staande voet. En daarbij was het niet de daad zelf die de doorslag gaf maar de persoonlijke omstandigheden. Vaak houdt een ontslag op staande voet bij diefstal van iets kleins – een zogenaamd bagatel-delict – stand bij de rechter. Maar hier wegen de persoonlijke omstandigheden zwaarder dan de grove schending van de verplichting uit de arbeidsovereenkomst en het belang van de werkgever bij een strikte handhaving van het anti-diefstalbeleid. De rechter laat onder meer meewegen dat medewerkster al 17 jaar in dienst is, een alleenstaande ouder is die niet gemakkelijk een vergelijkbare baan zal kunnen vinden en daardoor waarschijnlijk aangewezen zal zijn op bijstand – met een sanctie wegens verwijtbaar ontslag. De rechter vernietigt het ontslag op staande voet.

Wel ontbinding met halve transitievergoeding

De werkgever krijgt zijn ontbinding op grond van verwijtbaar handelen van de werkneemster. In principe heeft de werknemer bij die grond geen recht op een transitievergoeding. Toch moet de werkgever hier een transitievergoeding betalen. De rechter maakt gebruik van de uitzondering die de wet biedt (art. 7:673 lid 8 BW) en kent een transitievergoeding van 50% toe. Het geheel laten vervallen van de vergoeding zou naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn, aldus de rechter.

In de praktijk

Diefstal, ook van iets kleins, is vaak reden genoeg voor een ontslag op staande voet. Zelf als de gevolgen voor de werknemer zeer ernstig zijn. Maar er is, zo blijkt weer uit dit arrest- ook een grens. En dat maakt het inschatten van de kansen op het standhouden van het ontslag bij rechter lastig in te schatten.

Bron: Kantonrechter Noord-Holland 23 maart 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:2592

  • In samenwerking met XpertHR plaatst de redactie een praktijkvraag. Deze vraag wordt beantwoord door juristen van XpertHR. XpertHR biedt arbeidsrechtelijke informatie, juridisch advies, praktische tools, praktijkcases, checklists en meer. Geïnteresseerd? Vraag meer informatie of een demonstratie aan >>>
Lees meer over:

Over Auteur

mr. Ingrid Kooijman

Mr. Ingrid Kooijman is auteur bij XpertHR. Voor XpertHR Actueel houdt ze de jurisprudentie scherp in de gaten. Ze schrijft over arbeidsrecht, HRM en projectmanagement.

1 reactie

  1. Avatar
    JanvdZanden op

    Een belachelijke uitspraak dat een bewezen dringende reden regelmatig toch afketst op een vage belangenafweging, waardoor zelfs een consequente werkgever zeer onterecht alsnog de hoofdprijs moet betalen; in dit geval zelfs inclusief 50% van de Tansitievergoeding.

    Dat is m.i. een zeer ernstige fout in het ontslagrecht, die er toe leidt dat vele werkgevers om pragmatische redenen dan maar kiezen voor een vaststellingsovereenkomst na een ontslag op staande voet hetgeen dan de WW-potten weer volkomen onterecht belast.

    Kabinet, doe hier wat aan!

Reageer