Ontslag om opzegging kerklidmaatschap

0

Een werkneemster wordt ontslagen omdat ze geen lid meer is van een bepaalde kerk. De rechter oordeelt dat het ontslag kennelijk onredelijk is.

 

De situatie

Een werkneemster komt in 1996 in dienst van haar werkgever, een scholenvereniging. In december 2006 wordt ze benoemd tot onderwijsassistent en administratief medewerkster bij een school. In de akte van benoeming voor onbepaalde tijd in 2007 heeft ze verklaard ‘ belijdend lid’ te zijn van een bepaalde kerk. In diezelfde akte staat dat het niet langer lid zijn van een van de genoemde gereformeerde kerkgenootschappen een reden is voor ontslag.

In november 2010 vraagt ze bij de werkgever na of het ontslagbeleid aangaande het lidmaatschap van de kerk nog steeds geldt. De werkgever bevestigt dat.

In maart 2011 zegt ze haar lidmaatschap van de kerk op. De werkgever ontslaat haar vervolgens per 1 september vanwege het feit dat ze niet langer lid is van een van de genoemde kerken. De werkneemster is het niet eens met het ontslag en stapt naar de commissie van beroep, maar die verklaart haar beroep ongegrond.

De vordering

De werkneemster stapt naar de rechter en vraagt om een verklaring voor recht dat het ontslag kennelijk onredelijk is. Daarnaast vraagt ze om herstel van haar dienstverband, en als dat niet doorgaat, om een schadevergoeding. Ze heeft niet kunnen overzien dat de opzegging van het kerklidmaatschap haar haar baan zou kosten. Daarnaast is de werkgever niet consequent en consistent in zijn beleid met betrekking tot ontslag en lidmaatschap van de kerk.

Het oordeel

De rechter is van mening dat het bij dit ontslag niet gaat om een ongeoorloofd onderscheid naar geloofsovertuiging. De Algemene wet gelijke behandeling verbiedt onderscheid op grond van godsdienst of levensovertuiging bij het aangaan of beëindigen van een arbeidsverhouding. Maar de wet staat instellingen van bijzonder onderwijs toe om eisen te stellen die nodig zijn voor de verwezenlijking van de grondslag van de instelling. Die eisen mogen dan weer niet leiden tot onderscheid op grond van politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksualiteit of burgerlijke staat (art. 5 lid 2 Awgb). Werkgever heeft zorgvuldig gehandeld
De werkneemster probeert nog haar gelijk te halen door te stellen dat de werkgever niet consistent is in zijn beleid: ze mocht gewoon doorwerken tot het einde van de opzegtermijn terwijl ze al geen meer lid was van de kerk. De rechter vindt dat de werkgever daarmee juist zorgvuldig heeft gehandeld.

Ontslag kennelijk onredelijk door gevolgen
De werkgever mocht het contract beëindigen op het moment dat de werkneemster geen lid was van de kerk, oordeelt de rechter. Maar de rechter vindt ook wel dat het ontslag kennelijk onredelijk is vanwege de ernstige gevolgen voor de werkneemster. De rechter heeft de volgende omstandigheden laten meewegen in dat oordeel:

  • De werkneemster was op het moment van ontslag 57 jaar oud.
  • Ze had een dienstverband van 15 jaar.
  • Ze functioneerde altijd goed.
  • Ze wist wat de gevolgen van het opzeggen van haar kerklidmaatschap zouden zijn.
  • Ze heeft gevraagd om een gesprek om naar andere oplossingen te kijken.
  • Haar arbeidsmarktkansen zien er niet goed uit.
  • Ze krijgt waarschijnlijk langere tijd te maken met behoorlijke inkomensteruggang.
  • De werkgever heeft geen financiële compensatie aangeboden.

Met vergoeding wel redelijk ontslag

De rechter overweegt dat het ontslag de toets der kritiek had kunnen doorstaan als er een financiële vergoeding was geweest die de verwachte inkomensdaling zou compenseren. De rechter vindt dat een vergoeding gedurende 24 maanden van 300 euro per maand de kennelijke onredelijkheid van het ontslag wegneemt en kent de werkneemster daarom een vergoeding van 7.200 euro toe.

 

LJN BY4910
Kantonrechter Groningen
Ontslag
Eerste aanleg
18 oktober 2012

Door


mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.