Ontslag om arbeidsongeschiktheid niet onredelijk

0

Werknemer wordt ontslagen na een lange periode van arbeidsongeschiktheid. Het ontslag is kennelijk onredelijk door het teruglopende bedrijfsresultaat, niet door de arbeidsongeschiktheid van de werknemer.

Werknemer is sinds 1974 in dienst als machinebrander. In 1989 is werknemer betrokken bij een bedrijfsongeval en raakt gedeeltelijk arbeidsongeschikt. In 2001 is werknemer uitgevallen wegens rugklachten.

Werkgever verzoekt in 2004 het CWI toestemming te verlenen om het dienstverband te beëindigen. Als ontslaggrond is onder meer de langdurige arbeidsongeschiktheid opgegeven. CWI verleend toestemming voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

Werknemer is het niet eens met de ontbinding en stapt naar de rechter. De kantonrechter wijst de vordering van werknemer af omdat er geen sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag. Werknemer gaat in beroep.

Hoger beroep

Werknemer baseert zijn vordering op het gevolgencriterium: zijn definitieve uitval wegens rugklachten is terug te voeren op het bedrijfsongeval dat het hem in 1989 is overkomen.

Re-integratie is niet van de grond gekomen omdat als gevolg van bedrijfseconomische redenen arbeidsplaatsen bij werkgever zijn komen te vervallen, waardoor passende functies niet (meer) beschikbaar bleken. Tegen die achtergrond had bij de beëindiging van het dienstverband een financiële vergoeding niet achterwege mogen blijven.

Het hof verwijst naar eerdere arresten in zaken waarin vergoedingen gevorderd zijn op grond van kennelijk onredelijk ontslag. In deze arresten wordt overwogen dat het hof voortaan zal uitgaan van, kort gezegd, de uitkomst van de kantonrechtersformule, verminderd met 30%. Daarbij wordt door middel van de C-factor van de kantonrechtersformule rekening gehouden met voor de hoogte van de vergoeding relevante omstandigheden.

Tot genoemde omstandigheden behoort de arbeidsongeschiktheid van de werknemer en het antwoord op de vraag of, en zo ja in welke mate, er een verband bestaat tussen het werk en de opgetreden arbeidsongeschiktheid.

Beoordeling

Het hof kan niet vaststellen dat de uitval in 2001 een gevolg is van het bedrijfsongeval in 1989. Ook de zwaarte van het werk is niet als oorzaak van de uitval vast komen te staan.

Dat de werknemer na een langdurig dienstverband wegens arbeidsongeschiktheid is ontslagen, is op zichzelf geen reden voor het toekennen van een ontslagvergoeding. Bijkomende omstandigheden kunnen dat anders doen zijn. In dit geval is van dergelijke bijkomende omstandigheden sprake.

Werknemer is onmiskenbaar slachtoffer van de teruglopende bedrijfsresultaten en moet als zodanig behandeld worden. Het hof verklaart het ontslag kennelijk onredelijk en kent werknemer 70% van de vergoeding op grond van het sociaal plan toe.

Bron: LJN BH2842
Datum: 02-12-2008
Procedure: Hoger beroep
Gerechtshof ‘s-Gravenhage

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer