Ongepast taalgebruik grond voor ontslag

0

Een bedrijfsleider die zich grof uitlaat tegen haar ondergeschikten moet op zoek naar een andere baan. De rechter vond haar taalgebruik reden om de arbeidsovereenkomst te ontbinden.

De situatie

Een bedrijfsleider bij een winkelbedrijf heeft altijd goede beoordelingen maar de wijze van communicatie met haar ondergeschikten is wel steeds een aandachtspunt in de gesprekken. Medio 2015 zijn er signalen dat het niet goed gaat in het filiaal van de bedrijfsleider. Er worden eerst gesprekken met de medewerkers gevoerd en daarna wordt de bedrijfsleider eind juli geconfronteerd met het feit dat verschillende medewerkers haar beschuldigen van intimidatie, discriminatie, gezagsondermijning en ongepast taal- en woordgebruik. De bedrijfsleider wordt meteen op non-actief gesteld. De dag daarna wordt het gesprek schriftelijk bevestigd en daarbij wordt meteen een vaststellingsovereenkomst aangeboden. De bedrijfsleider ondertekent deze overeenkomst niet.

In augustus wordt er een onderzoek gestart en worden er verklaringen opgenomen van de werknemers.

In de huisregels van het bedrijf is opgenomen dat ongewenste omgangsvormen, van welke aard dan ook, niet worden getolereerd. In de cao staat kort gezegd dat discriminatie ook niet wordt getolereerd.

Bij de rechter

De werkgever vraagt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De medewerkster heeft zich schuldig gemaakt aan discriminatie, geweld en intimidatie. Er is een angstcultuur ontstaan. Ze heeft regels overtreden en is onvriendelijk tegen klanten. Haar handelen was ernstig verwijtbaar, dan wel de relatie is zodanig verstoord dat van de werkgever niet langer gevergd kan worden om de arbeidsrelatie voort te zetten.

Verweer werkneemster: altijd goed gefunctioneerd

De werkneemster verweert zich tegen het ontslag. Ze voert aan dat ze altijd goed heeft gefunctioneerd, haar beoordelingen waren altijd positief en de uitkomst van een medewerkerstevredenheidsonderzoek was ook heel positief voor haar. Als ze toch ontslagen wordt, wil ze een transitievergoeding, een billijke vergoeding van 58.988 euro en vergoeding van 18.000 euro advocaatkosten.

Het oordeel

De rechter ziet voldoende reden voor ontbinding. Er zijn negen getekende verklaringen overlegd waaruit weliswaar geen angstcultuur blijkt, maar wel dat de bedrijfsleider een strakke en autoritaire manier van leidinggeven heeft en dat ze heel direct en duidelijk is in haar communicatie met ondergeschikten. De werkneemster geeft grof taalgebruik toe maar ontkent dat ze een ondergeschikte ‘kuthoer’ heeft genoemd. Andere grove manieren van spreken zoals ‘teringassistent, ga van mijn parkeerplaats af’, ‘Gerben is een lul, watje, mietje’, ‘kijk de neger, ik haat hem’ en andere uitspraken vonden volgens haar in de vriendschappelijke sfeer plaats en waren niet discriminerend bedoeld. Maar, aldus de rechter, de werkgever hoeft dergelijk ongepast taalgebruik niet te tolereren, zeker niet van een leidinggevende met een voorbeeldfunctie. Deze manier van communiceren is eerder een punt van aandacht geweest. Het gedrag is verwijtbaar en vormt een grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Geen transitievergoeding bij ernstig verwijtbaar handelen

De transitievergoeding is niet verschuldigd bij ernstig verwijtbaar handelen. De rechter beoordeelt het gedrag van de werkneemster hier als verwijtbaar, niet als ernstig verwijtbaar. Daarbij speelt mee dat de werkneemster wel op haar wijze van communiceren is aangesproken maar niet specifiek op het ongepaste taalgebruik. Ze krijgt een transitievergoeding van 4.454 euro mee.

Billijke vergoeding niet toegekend

De werkneemster vorderde ook een billijke vergoeding omdat volgens haar de werkgever ernstig verwijtbaar gehandeld heeft, onder meer door ernstige en ongefundeerde beschuldigingen te uiten, door haar onder druk te zetten om te kiezen voor een snel vertrek en door actief medewerkers te benaderen om verklaringen over haar af te leggen. Die beschuldigingen zijn zeker niet ongefundeerd, vindt de rechter, maar bij elkaar vormen ze geen ernstig verwijtbaar gedrag. Ze hoefde de overeenkomst niet meteen te tekenen en het verzamelen van verklaringen op zich is niet als ernstig verwijtbaar te bestempelen.

De rechter ontbindt de overeenkomst per 1 februari 2016.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

mr. Ingrid Kooijman

Mr. Ingrid Kooijman houdt de jurisprudentie scherp in de gaten. Wekelijks publiceert ze op XpertHR Actueel artikelen rondom arbeidsrecht.

Reageer