Nieuwe maatstaf schadevergoeding kennelijk onredelijk ontslag

1

Het is inmiddels duidelijk dat de algemene formules als de kantonrechtersformule niet mogen worden toegepast bij kennelijk onredelijk ontslag. De rechter moet nauwkeurig verantwoorden welke omstandigheden en factoren de hoogte van de vergoeding bepalen.

In deze uitspraak gaat de kantonrechter uitgebreid in op het vraagstuk en stelt uiteindelijk een nieuwe maatstaf op voor de berekening van de vergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag.

De situatie

Een werknemer wordt op zijn 60e door een andere werkgever overgehaald om daar in dienst te komen als hoofd inkoop planten. Hij krijgt de toezegging dat hij tot aan zijn pensioen in dienst kan blijven. Toch wordt hij 1,5 jaar later ontslagen om bedrijfseconomische redenen. Op grond van het  het sociaal plan krijgt hij in totaal iets meer dan drie maanden loon mee– in de vorm van een aanvulling op zijn WW-uitkering. Daarnaast krijg hij een outplacement-traject aangeboden.

De vordering

De werknemer vindt het ontslag kennelijk onredelijk. Hij vordert loondoorbetaling, herstel van zijn arbeidsovereenkomst en een schadevergoeding (art. 7:681 BW).

Het oordeel

De kantonrechter vindt ook dat het ontslag kennelijk onredelijk is. Herstel van de arbeidsovereenkomst is, gezien onder meer de bedrijfseconomische situatie, niet meer mogelijk. De werknemer krijgt een schadevergoeding van € 21.000 mee. Deze vergoeding komt bovenop de vergoeding die al op grond van het sociaal plan aan de werknemer is betaald.

Nieuwe maatstaf

De kantonrechter gaat uitgebreid in op het vraagstuk van de berekening van de vergoeding. Na de behandeling van onder meer de wetshistorie en uitspraken van de Hoge Raad concludeert de kantonrechter dat er bij de vaststelling van de vergoeding na kennelijk onredelijk ontslag met de volgende zaken rekening gehouden moet worden:

  • het inkomen dat de werknemer door het ontslag moet missen;
  • de kansen op het vinden van een nieuwe baan.

Bij het bepalen van het inkomstenniveau en de periode dat de werkgever daarvoor verantwoordelijk zou moeten zijn, moet rekening gehouden worden met:

  • de leeftijd van de werknemer;
  • de grondslag van het ontslag;
  • de lengte van het dienstverband;
  • de financiële situatie van de werkgever en
  • de tijd die is verstreken tussen het aanvragen van de opzegvergunning en het einde van het dienstverband.

In dit geval zou de toepassing van deze maatstaf neerkomen op een vergoeding die net zo hoog is als de vergoeding uit het sociaal plan. Maar de werkgever heeft de werknemer heeft overgehaald om in dienst te komen en heeft hem heeft toegezegd dat hij tot zijn 65e kon blijven. Dat is volgens de kantonrechter een bijzondere omstandigheid die recht geeft op een hogere vergoeding. Aan de andere kant is de financiële situatie van de werkgever zo slecht dat hij het inkomen van de werkgever niet tot 100%, maar slechts tot 85% van het maximum dagloon hoeft aan te vullen. De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding van € 21.000 in drie jaarlijkse termijnen.

JAR 2010/169
Kantonrechter Amsterdam
Schadevergoeding, kennelijk onredelijk ontslag
Eerste aanleg
8 juni 2010

Door mr. Ingrid Kooijman

Meer over Ontslag »

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

1 reactie