Niet verschijnen bij bedrijfsarts geen dringende reden voor ontslag.

0

Een werknemer heeft met zijn werkgever een slepend conflict over de arbeidsongeschiktheid. Als de werknemer niet verschijnt op een afspraak met de bedrijfsarts, wordt hij ontslagen.

Maar dat is volgens de kantonrechter geen reden voor een ontslag op staande voet omdat het conflict al langere tijd speelde.

De situatie

Een betontimmerman meldt zich op 15 september 2009 ziek. De werkgever vertrouwt de ziekmelding niet en nodigt de werknemer uit voor een gesprek. Tot tweemaal toe komt de werknemer niet opdagen. Daarom zet de werkgever de loonbetaling per 18 september stop.

In een kort geding in november vordert de werknemer doorbetaling van loon. De rechter wijst die vordering af omdat de werknemer onvoldoende meewerkt aan zijn re-integratie. Vervolgens wordt de werknemer door de bedrijfsarts opgeroepen voor een gesprek. In een telefoongesprek voor de afspraak laat de werknemer eerst weten dat hij het te druk heeft en te ziek is. Hij stelt ook de voorwaarde dat zijn vader mee mag komen. De bedrijfsarts weigert daarmee in te stemmen vanwege een eerdere slechte ervaring met de vader. De werknemer komt uiteindelijk ook niet opdagen. Per brief van 26 november 2009 wordt de werknemer op staande voet ontslagen. In januari 2010 concludeert het UWV dat de werknemer wel degelijk in staat was om te verschijnen op de oproep en om aangepast werk te doen.

Met ingang van 1 februari 2010 is de arbeidsovereenkomst, voor zover deze nog bestond, door de kantonrechter ontbonden.

De vordering

De werknemer vordert nu doorbetaling van zijn loon tot 1 februari 2010 en een verklaring van recht dat het ontslag op staande voet onterecht is gegeven.

Het oordeel

De kantonrechter oordeelt dat het ontslag inderdaad nietig is. Er was geen dringende reden die het ontslag op staande voet kon rechtvaardigen. Toen de werknemer ontslagen werd, liep het conflict over zijn medewerking aan re-integratie al een tijdje, zat hij al maanden ziek thuis en was de loonbetaling al gestaakt. Een ontslag op staande voet was in dit geval geen gerechtvaardigd middel om dat slepende conflict te beslechten.

Nu de arbeidsovereenkomst pas op 1 februari 2010 rechtsgeldig is beëindigd, heeft de werknemer in principe tot die datum recht op loondoorbetaling (art 7:629 BW). Er zijn hierop uitzonderingen, bijvoorbeeld als de werknemer zich niet houdt aan zijn re-integratieverplichtingen (art. 7:629 lid 3 BW). Door niet te verschijnen op de afspraak met de bedrijfsarts heeft de werknemer niet voldaan aan zijn re-integratieverplichtingen. Hij wist hoe belangrijk dit was en door niet op te komen dagen, heeft hij zijn re-integratie willens en wetens belemmerd. De werkgever moet de werknemer het loon betalen tot 26 november 2009. Daarna is de werkgever geen loon meer verschuldigd.

Ontbinding voor zover vereist

Het kan bijzonder kostenbesparend zijn om na een ontslag op staande voet een verzoek voor een ontbinding voor zover vereist te doen. Als in dit geval de loonaanspraak van de werknemer was toegewezen, had de werkgever het loon moeten doorbetalen totdat de overeenkomst rechtsgeldig is geëindigd. Als er dan nog een procedure opgestart moet worden, kunnen de kosten aardig oplopen. Door de ontbinding per 1 februari 2010 heeft de werkgever dat risico tot die datum beperkt.

LJN BM0598
Kantonrechter Zaandam
Niet meewerken aan re-integratie
Eerste aanleg
29 april 2010

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.