Nabestaanden kunnen geen aanspraak maken op ontbindingsvergoeding

2

Een werknemer heeft een ontbindingsvergoeding toegekend gekregen van ruim € 65.000. Maar voor de datum van de ontbinding van de arbeidsovereenkomst overlijdt de werknemer.

Zijn nabestaanden maken tevergeefs in kort geding aanspraak op de ontbindingsvergoeding. De arbeidsovereenkomst is door het overlijden van rechtswege geëindigd.

De situatie

In augustus 2009 tekenen een werkgever en een werknemer een beëindigingsovereenkomst met daarin onder meer de afspraak dat de arbeidsovereenkomst per 1 april 2010 eindigt, onder toekenning van een vergoeding van bijna € 66.000. Er wordt een pro forma ontbindingsprocedure gevoerd bij de kantonrechter. Die ontbindt de arbeidsovereenkomst conform het verzoek. Maar voordat de arbeidsovereenkomst kan eindigen, overlijdt de werknemer op 30 december 2009.
De erfgenamen spreken de werkgever aan tot betaling van de ontbindingsvergoeding. De werkgever weigert om de ontbindingsvergoeding uit te betalen.
De partijen komen er niet uit en beschuldigen elkaar over en weer van onkies gedrag. De werkgever vindt dat de nabestaanden misbruik maken van hun bevoegdheid en de nabestaanden denken dat de werkgever onder de betaling van de ruim € 65.000 wil uitkomen.

De vordering

Omdat de nabestaanden inmiddels al een bevel tot betaling hebben gedaan, spant de werkgever een kort geding aan. Hij stelt dat de arbeidsovereenkomst, door het overlijden van de werknemer, van rechtswege is geëindigd (art 7:674 BW) en vordert een verbod op het ten uitvoer leggen van de ontbindingsbeschikking, in ieder geval totdat er een uitspraak in een bodemprocedure is.

Het oordeel

De kort gedingrechter wijst het gevraagde verbod van de werkgever toe. De ontbinding is door de kantonrechter uitgesproken onder de (stilzwijgende) voorwaarde dat de arbeidsovereenkomst op 1 april 2010 nog zou bestaan. Omdat de werknemer op 30 december 2009 is overleden, is de arbeidsovereenkomst van rechtswege geëindigd. De werkgever heeft daarbij aan zijn verplichtingen uit de wet en de cao voldaan (art 7:674, vierde lid, BW). Er is een eenmalige uitkering gedaan en alle openstaande verlofuren zijn uitbetaald.
Op 1 april 2010 bestond er geen arbeidsovereenkomst meer die nog ontbonden kon worden. Het ten uitvoer leggen van de ontbindingbeschikking levert misbruik van bevoegdheid op, aldus de kantonrechter.

Bodemprocedure

In deze zaak zijn er twee belangrijke documenten: de beëindigingsovereenkomst tussen de werkgever en de werknemer en de ontbindingsbeschikking van de kantonrechter. De nabestaanden mogen de ontbindingsbeschikking niet ten uitvoer leggen van de kantonrechter.
De nabestaanden doen ook een beroep op de uitvoering van de beëindigingsovereenkomst. Maar de nakoming daarvan kan niet worden afgedwongen op basis van de ontbindingsbeschikking. Misschien kunnen de nabestaanden de nakoming van de beëindigingsovereenkomst afdwingen in een bodemprocedure, aldus de kantonrechter.

LJN BN6922
Kantonrechter Almelo
Overlijden van werknemer art 7:674 BW
Kort geding
13 september 2010

Door www.ingridkooijman.nl/mr. Ingrid Kooijman 

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

2 reacties

  1. “Op 1 april 2010 bestond er geen arbeidsovereenkomst meer die nog ontbonden kon worden. Het ten uitvoer leggen van de ontbindingbeschikking levert misbruik van bevoegdheid op, aldus de kantonrechter”.

    Klopt het dan dat de man gewoon in dienst was bij overlijden in december 2009 en zijn erfgenamen recht hebben op een weduwen-/nabestaandenpensioen?

  2. Jan vd Zanden op

    Interessant wat de bodemprocedure oplevert. Al zal dit erg zelden voor komen, dus nauwelijks relevant. De zekerheid van de invorderingstitel van de beschikking van de Kantonrechter slaat hier om in mogelijk verlies aan rechten van de eerder opgestelde beeindigingsovereenkomst. Hoe cynisch. Maar toch wel een heel logische uitspraak. Het zal van de exacte formulering in de be?indigingsovereenkomst en de formulering waarom daarnaast is gekozen voor een pro forma procedure afhangen, of die oorspronkelijke overeenkomst nog leidt tot uitbetaling van de ontbindingsvergoeding.

    De erfgenamen hebben nu geen werkloze echtgenoot maar een dode, maar uiteraard wel een nabestaandenpensioen, als een dergelijk pensioen tenminste in het pakket zat.

    Dus lijkt dit financieel geen ramp voor hen te worden.