JurisprudentieMoet een werknemer zijn ‘lening’ terugbetalen?

0

Een werknemer ontvangt extra geld van zijn werkgever. Hiermee kan hij een boete betalen aan de vorige werkgever vanwege overtreding van een relatiebeding. Volgens de huidige werkgever was het een lening. Nu de werknemer ontslag neemt, wil hij het geld terug. De werknemer ontkent dat en wil niet terugbetalen. Laat de rechter de werkgever met lege handen staan?

Wat eraan voorafging

Een medewerker overtreedt tijdens zijn werk bij een expediteur het relatiebeding met zijn vorige werkgever. Daarom wordt hij veroordeeld tot het betalen van een bedrag. Dat bedrag wordt geïnd via een loonbeslag. De nieuwe werkgever stort in de periode van het loonbeslag extra bedragen op de rekening van de werknemer. Als de werknemer ontslag neemt, vraagt de werkgever hem om de openstaande schuld van 7.237 euro terug te betalen. De werkgever verrekent een deel van dat bedrag met het laatste maandsalaris. De werknemer betwist dat hij een schuld heeft en stapt uiteindelijk naar de rechter om daar om uitbetaling van zijn salaris te vragen.

Hoe het afloopt

Verrekeningen met het salaris mogen – op grond van de wet – alleen worden gedaan als de vordering wordt erkend door de werknemer. Ook moet de vordering eenvoudig zijn vast te stellen. De werknemer ontkent dat er een lening bestaat maar erkent wel dat er een afspraak was over de betalingen. Maar die luidde volgens hem dat de werkgever de financiële gevolgen van een schending van het relatiebeding op zich zou nemen. En dat die kosten zouden worden terugverdiend door de extra winst die het bedrijf zou maken door de werknemer. De vordering wordt dus niet erkend door de werknemer en kan ook niet eenvoudig worden vastgesteld, onder meer omdat er geen schriftelijke leenovereenkomst is. Daarmee kan de werkgever geen beroep doen op een terechte verrekening.

De werkgever probeert nog via een beroep op onverschuldigde betaling zijn geld terug te halen. Maar dat gaat ook niet op omdat de werknemer heeft erkend dat er een afspraak was over het geld. Daarmee is het geld niet zonder rechtsgrond gegeven. Dat de partijen het er niet over eens zijn of het een lening is of iets anders, doet aan het bestaan van de afspraak om de bedragen te betalen niet af. De werkgever moet alsnog het salaris uitbetalen en kan via deze weg geen aanspraak maken op terugbetaling van het geld.

In de praktijk

Een werkgever mag bepaalde bedragen zoals een geldlening met het salaris verrekenen. Maar het salaris mag daardoor nooit uitkomen onder de beslagvrije voet. Het is wel belangrijk om de afspraken over de geldlening en de wijze van terugbetaling schriftelijk vast te leggen. Anders loopt de werkgever het risico dat hij, zoals de werkgever in deze rechtszaak, zijn geld niet meer terugkrijgt.

Uitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2017:2314, 15 maart 2017.

  • In samenwerking met XpertHR plaatst de redactie een praktijkvraag. Deze vraag wordt beantwoord door juristen van XpertHR. XpertHR biedt arbeidsrechtelijke informatie, juridisch advies, praktische tools, praktijkcases, checklists en meer. Geïnteresseerd? Vraag meer informatie of een demonstratie aan >>>
Lees meer over:

Over Auteur

Mr. Ingrid Kooijman is auteur bij XpertHR. Voor XpertHR Actueel houdt ze de jurisprudentie scherp in de gaten. Ze schrijft over arbeidsrecht, HRM en projectmanagement.