Matiging loonvordering wegens wanverhouding

0

Bij een wanverhouding tussen de periode waarin een werknemer daadwerkelijk heeft gewerkt en de periode waarover loon moet worden doorbetaald, kan de rechter een vordering tot loondoorbetaling matigen.

De situatie

Een werknemer is van 4 februari 2004 tot 22 maart 2005 in dienst geweest. Hij is op staande voet ontslagen wegens niet, en niet op tijd op het werk verschijnen. Hij verzet zich tegen het ontslag en stapt naar de kantonrechter.

De vordering bij de kantonrechter

De werknemer vordert onder meer loondoorbetaling vanaf 22 maart 2005 tot het moment dat de arbeidsovereenkomst op rechtsgeldige wijze is beëindigd. De kantonrechter wijst de vordering begin 2006 toe. Er was geen dringende reden voor het ontslag en het ontslag is ook niet onverwijld gegeven. Het ging om feiten van 15 en 16 maart 2005 en eerder, terwijl de werknemer pas op 22 maart is ontslagen.

In hoger beroep

De werkgever gaat in hoger beroep bij het gerechtshof. In mei 2008 komt ook het hof tot de slotsom dat er geen dringende reden voor het ontslag was. Maar het hof matigt wel de loonvordering. Toewijzing van de volledige loonvordering zou leiden tot een (te) lange doorbetaling van het loon ten opzichte van de duur van de arbeidsovereenkomst. Daarnaast heeft de werknemer zich niet voldoende ingespannen om elders werk te vinden. De loondoorbetaling wordt daarom beperkt tot 26 weken na de ontslagdatum.

De vordering in cassatie

De werknemer voert in cassatieberoep bezwaren aan tegen de matiging. De Hoge Raad doet in april 2010 uitspraak.

Het oordeel van de Hoge Raad

Een rechter mag een vordering tot loondoorbetaling matigen als de volledige toewijzing onaanvaardbare gevolgen heeft. Op grond van de rechtspraak* moet de rechter daarbij wel terughoudend zijn en alle bijzondere omstandigheden van het geval meewegen. Dat de werknemer zich niet voldoende heeft ingespannen om elders werk te vinden, is een omstandigheid die het hof mocht laten meewegen. Ook een wanverhouding tussen de periode van daadwerkelijk werken en de periode waarover loon moet worden doorbetaald, kan een reden zijn voor matiging, oordeelde de Hoge Raad al eerder*2. Maar in dit geval heeft het hof die terughoudendheid niet in acht genomen, dan wel heeft het hof niet voldoende gemotiveerd waarom de lengte van de loondoorbetaling onaanvaardbare gevolgen heeft. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het hof en verwijst de zaak naar het hof Den Haag voor verdere behandeling en beslissing.

Beschikbaarheid voor werk tijdens ontslagprocedure

De onenigheid over het ontslag op staande voet dat hierboven is beschreven, duurt inmiddels meer dan vijf jaar. Moet de werknemer zich nu tijdens die hele periode beschikbaar houden voor werk?

Blijkbaar niet. De Hoge Raad oordeelt namelijk dat het hof mocht laten meewegen dat de werknemer niet genoeg heeft gedaan om elders werk te vinden. Van een werknemer wordt namelijk wel verwacht dat hij enige actie onderneemt om zijn (inkomens)schade te beperken. En als hij in de tussentijd ergens anders werkt, wil dat niet zeggen dat hij niet bereid is om arbeid voor de werkgever te verrichten. Als hij als uitzendkracht werkt, kan hij, als dat nodig is, per direct weer aan het werk bij zijn werkgever.

LJN BL1532
Hoge Raad
Matiging loonvordering
Cassatie
16 april 2010

*LJN AE4291, LJN AO1943 en LJN AA9560
*2 LJN AG5167

 Door mr. Ingrid Kooijman

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer