Loondoorbetaling bij arbeidsgeschil

0

Een werkneemster geeft geen gehoor aan de oproep van de werkgever om over een geschil te komen praten. Heeft de werkgever dan een verplichting tot het doorbetalen van loon?

De situatie

De werkneemster is als claimbehandelaar in dienst bij werkgever. Als gevolg van de werksituatie meldt de werkneemster zich ziek. Op advies van de bedrijfsarts vinden er tussen de werkgever en de werkneemster een aantal gesprekken plaats maar die leiden niet tot een oplossing. De bedrijfsarts stelt vervolgens vast dat de werkneemster mogelijk door een niet-medische reden arbeidsongeschikt is. De werkneemster wordt per 11 december 2007 weer voor 100% arbeidsgeschikt verklaard.
Per aangetekende brief van 13 december 2007 vraagt de werkgever naar de intenties van de werkneemster. Maar deze brief is door de werkneemster niet ontvangen en komt als onbestelbaar retour.
Op 20 december 2007 stuurt de werkgever daarom opnieuw een brief met een uitnodiging om te komen praten op 27 december. In die brief staat ook dat niet-verschijnen een aanleiding zou kunnen zijn voor ontslag op staande voet. Als de werkneemster op 27 december 2007 niet verschijnt, wordt ze inderdaad op staande voet ontslagen.
Op 24 januari 2008 roept de werkneemster de vernietigbaarheid van het ontslag in en stelt ze zich weer beschikbaar voor werk.

De vordering

De werkneemster vordert bij de kantonrechter wedertewerkstelling en loondoorbetaling vanaf 27 december 2007.  Die vordering wordt toegewezen. De werkgever gaat in hoger beroep.

Het oordeel

Het Hof oordeelt dat de werkneemster had moeten reageren op de uitnodiging van de werkgever. Door dit niet te doen heeft zij zich niet als een goed werkneemster gedragen. Maar dat is nog geen reden voor ontslag op staande voet. Het niet komen opdagen van 27 december 2007 kan niet worden gezien als ‘herhaald onwettig verzuim’ omdat de eerdere uitnodiging nooit is aangekomen.
Wel heeft het niet-verschijnen op 27 december 2007 gevolgen voor de loonvordering. Op dat moment was de werkneemster niet meer arbeidsongeschikt en dan geldt het uitgangspunt ‘geen arbeid, geen loon’ (art. 7:627 BW). Op 24 januari 2008 heeft de werkneemster zich weer beschikbaar gesteld voor werkzaamheden. Vanaf dat moment geldt er voor de werkgever weer de verplichting om loon te betalen.
Het Hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter.

LJN BP1100
Gerechtshof Leeuwarden
Loondoorbetaling van loon
Hoger beroep
21 december 2010

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.