Liegen over diploma geen reden voor ontslag op staande voet

0

Als een medewerker belooft kopieën van zijn diploma’s in te leveren en hij doet dat niet dan is dat geen reden voor ontslag op staande voet, zo oordeelde de kantonrechter in dit kort geding. Zeker niet als het behalen van de diploma’s niet als eis voor de functie was gesteld.

Een project controller is eerst gedetacheerd via een werving & selectiebureau en komt later bij de werkgever in dienst. Voor de functie was een TU/HBO niveau vereist. Op het cv van de medewerkster stonden onder het kopje ‘Opleidingen’ WO Bedrijfskunde en HBO bedrijfseconomie vermeld. Bij de selectie destijds door het W&S bureau is niet naar diploma’s gevraagd. Als de werkgever dat later wel doet en de werkneemster kan de diploma’s niet leveren, wordt zij onder druk gezet om een ontslagbrief te schrijven. Later trekt zij deze opzegging weer in. De werkgever ontslaat haar daarop op staande voet en stopt met het betalen van het salaris.

De vraag

De werkneemster wil dat de kantonrechter als voorlopige voorzienig de werkgever veroordeelt tot het betalen van haar achterstallige loon en tot het wedertewerkstelling van de werkneemster.

Het oordeel

De kantonrechter oordeelt dat uit het functieprofiel en de vacaturemelding niet blijkt dat een diploma vereist was. Er was sprake van TU/HBO niveau. Er is niet gesteld of gebleken dat de werkneemster niet op dat niveau functioneerde, ze functioneerde goed tot uitstekend. Het selectieproces en het daarin niet vragen naar diploma’s, komt voor rekening van de werkgever omdat die zelf het bureau heeft ingeschakeld. De leugen van de werkneemster dat zij diploma’s zou inleveren is op zichzelf geen reden voor ontslag op staande voet. De rechter wijst de vordering tot doorbetaling toe en ontbindt de arbeidsovereenkomst.

Kort geding

In dit kort geding moet de kantonrechter beoordelen of hij denkt dat de vordering van degene die het kort geding aanspant, in een bodemprocedure toewijsbaar is. Als dat zo is, kan hij daarop met een voorlopige voorziening vooruit lopen. De rechter doet daarmee  geen definitieve uitspraak over het geschil. In de uitspraak wordt dan ook vaak de zinsnede ‘naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter’ gehanteerd. De partijen kunnen na deze procedure een bodemprocedure starten maar in de praktijk leggen ze zich vaak bij de voorziening van de kantonrechter neer.

Bron: JAR 2009/115
Procedure: kort geding
Datum: 12-03-2009

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.