Jurisprudentie | Ontslag op staande voet onterecht

0

Een re-integrerende werknemer wordt op staande voet ontslagen als hij twee werkdiensten verschuift om een vakantiereisje te kunnen maken. De rechter draait het ontslag terug.

Wat eraan voorafging

Een werknemer wordt in september 2014 ziek. De werkgever roept hem twee keer op voor een gesprek maar hij geeft aan dat hij daar niet toe in staat is. Bij de derde oproep dreigt de werkgever met loonopschorting en komt de werknemer wel.
In 2015 is de man nog steeds ziek en in februari spreekt de werkgever hem aan op slechte bereikbaarheid. Maar de bottleneck worden de perikelen rond de reis naar New York die de werknemer wil maken. De bedrijfsarts is daarop tegen; hij denkt dat de grote inspanning en de hoeveelheid prikkels van deze reis de re-integratie negatief beïnvloeden. De werkgever geeft daarom geen toestemming voor het verlof. Als zijn leidinggevende afwezig is, ziet de werknemer zijn kans schoon: hij vraagt aan de vervanger om toestemming – en krijgt die ook – om twee keer twee werkuren te verplaatsen respectievelijk naar een dag eerder en een dag later, waardoor de reis wel door kan gaan. Bij terugkomst wordt hij op staande voet ontslagen, onder meer wegens ongeoorloofde afwezigheid.

Hoe het afloopt

De werknemer protesteert tegen het ontslag en stapt naar de rechter. Die stelt hem in het gelijk en wijst het tegenverzoek tot ontbinding dat de werkgever deed, af.
In hoger beroep concludeert het hof dat de niet toegestane reis onvoldoende reden is voor een ontslag op staande voet. Het is een verwijtbare schending van de re-integratieverplichting maar onvoldoende reden voor ontslag op staande voet. De arbeidsrelatie is inmiddels wel zo moeizaam geworden dat niet langer van de werkgever gevergd kan worden om de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

In de praktijk

De werkgever is hier te snel met het toepassen van de sanctie ontslag op staande voet. Een passende eerste sanctie is hier bijvoorbeeld een loonstop, zo staat uitdrukkelijk in de memorie van toelichting op artikel 7:629 lid 3 BW.

Uitspraak: ECLI:NL:GHAMS:2016:3088, augustus 2016

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

mr. Ingrid Kooijman

Mr. Ingrid Kooijman houdt de jurisprudentie scherp in de gaten. Wekelijks publiceert ze op XpertHR Actueel artikelen rondom arbeidsrecht.

Reageer