JurisprudentieIs internetten onder werktijd reden voor ontslag?

0

Een eerder gewaarschuwde verkoopster surft toch op internet onder werktijd. De werkgever ontslaat haar op staande voet. Houdt dit ontslag stand bij de rechter?

Wat eraan voorafging

Een verkoopster werkt sinds 2010 in een kledingwinkel. In oktober 2016 gaat er een memo uit van de werkgever waarin staat dat medewerkers geen mobiele telefoon, iPad, laptop of iets dergelijks waarmee je kunt internetten, chatten of sms’en bij zich mogen hebben op het werk. In november krijgt de verkoopster al een schriftelijke waarschuwing voor onder meer het gebruik maken van haar privé-telefoon tijdens werktijd. In de brief staat ook dat de grens is bereikt en dat herhaling zal kunnen leiden tot ontslag. Op 4 februari 2017 krijgt ze een laatste officiële waarschuwing.

Op 21 april komt de leidinggevende naar de winkel en treft de medewerkster achter de kassa aan. Ze is daar aan het internetten terwijl er klanten in de winkel zijn. De werkgever, die met de leidinggevende mee is gekomen, checkt de browsergeschiedenis en ziet dat de medewerkster al ruim een half uur aan het surfen was. De medewerkster wordt ze op staande voet ontslagen.

Hoe het afloopt

De werkneemster stapt naar de rechter. Ze vraagt om vernietiging van het ontslag, loondoorbetaling en wedertewerkstelling. Volgens haar is het ontslag niet rechtsgeldig omdat er geen hoor en wederhoor heeft plaatsgevonden.

De rechter oordeelt dat hoor en wederhoor geen voorwaarde zijn voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet. De rechter wijst daarbij op het feit dat de verkoopster meteen heeft toegeven dat ze aan het internetten was – ze verveelde zich. Het staat vast, zo oordeelt de rechter, dat er een duidelijke memo was met duidelijke regels over internetgebruik. De werkneemster was een -meerdere malen – gewaarschuwd mens. Nu ze de regels en de waarschuwingen naast zich neer heeft gelegd, kon de werkgever niet anders dan overgaan tot ontslag op staande voet. Het ontslag was rechtsgeldig en de rechter wijst de vorderingen van de werkneemster af. Het beroep dat de medewerkster doet op haar persoonlijke omstandigheden slaagt ook niet. Het belang van de werkgever om de regels te handhaven weegt zwaarder dan de persoonlijke omstandigheden van de werkneemster. Die heeft niet onderbouwd dat ze op haar jonge leeftijd (28) moeilijk aan ander inkomen kan komen.

In de praktijk

Een schoolvoorbeeld eigenlijk, dit arrest. De werkgever had heldere interne regels die ook waren gecommuniceerd. En voor het ontslag op staande voet is er schriftelijk gewaarschuwd met vermelding van de consquenties bij herhaling van het gedrag, en er is nog een allerlaatste keer gewaarschuwd. Daarbij heeft de werkneemster het gedrag waarop de sanctie van ontslag stond, meteen toegegeven.

Uitspraak: ECLI:NL:RBAMS:2017:6700, 15 september 2017

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

mr. Ingrid Kooijman

Mr. Ingrid Kooijman houdt de jurisprudentie scherp in de gaten. Wekelijks publiceert ze op XpertHR Actueel artikelen rondom arbeidsrecht.

Reageer