Hoge Raad: geen toepassing kantonrechtersformule bij kennelijk onredelijk ontslag

0

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de kantonrechtersformule niet mag toegepast in kennelijk onredelijk ontslagzaken. Die formule is ontwikkeld voor ontbindingsprocedure en past niet bij het totaal andere karakter van het kennelijk onredelijk ontslag. De Hoge Raad geeft aan dat harmonisatie in de kennelijk onredelijk ontslagvergoedingen gerealiseerd kan worden door beslissingen duidelijk te motiveren.

Procedure in eerste aanleg

Een werknemer raakt in 2001 arbeidsongeschikt en de arbeidsovereenkomst wordt uiteindelijk in 2004 met toestemming van het CWI beëindigd per 31 oktober 2004. In de tussentijd is er een reorganisatie geweest waarbij de werknemer niet onder het sociaal plan viel. De werknemer vraagt de kantonrechter voor recht te verklaren dat de ontbinding zijn arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk is en de werkgever te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van ruim  € 45.000.  De geëiste vergoeding is gebaseerd op het sociaal plan. De kantonrechter heeft dit verzoek afgewezen.

Hoger beroep

De werknemer is in hoger beroep gegaan. Het hof Den Haag heeft het vonnis van de kantonrechter vernietigd, de beëindiging kennelijk onredelijk verklaard en de werkgever veroordeeld tot het betalen van een vergoeding van bijna € 27.000. Bij het bepalen van de vergoeding heeft het hof de zogenaamde Haagse formule toegepast: de kantonrechtersformule met een algemene korting van 30%.

Cassatie

De werkgever is het niet eens met de toepassing van de kantonrechtersformule en de manier waarop het hof tot de conclusie is gekomen dat het ontslag kennelijk onredelijk was, en gaat in cassatieberoep. De werknemer tekent ook beroep aan. Hij is het niet eens met de korting van 30%.

Het oordeel

De Hoge Raad oordeelt dat het hof onjuist geoordeeld heeft. In een kennelijk onredelijk ontslagzaak moet eerst vastgesteld worden dàt er sprake is van kennelijk onredelijk ontslag voordat er over een vergoeding kan worden gesproken. Het hof heeft concludeerde dat het ontbreken van vergoeding voor de werknemer ter hoogte van de kantonrechtersformule min 30% het ontslag al kennelijk onredelijk maakte. Dat is onjuist volgens de Hoge Raad. Geen vergoeding bij het ontslag is niet genoeg reden. De kennelijke onredelijkheid hangt af van de omstandigheden. Kort gezegd dat neer op de vraag of het ontslag is gegeven in strijd met de algemene aanvaarde normen van goed werkgeverschap.

Ander soort vergoeding

Het hof heeft de vergoedingen bij kennelijk onredelijk ontslag en ontbinding onterecht over een kam geschoren. Maar de Hoge Raad oordeelt dat dat twee verschillende soorten vergoedingen – en procedures – zijn. Bij kennelijk onredelijk ontslag moet de schade worden vergoed die de werknemer heeft geleden. Bij een ontbinding, een snelle procedure zonder beroepsmogelijkheid,  wordt een vergoeding naar billijkheid toegekend. De kennelijk onredelijk ontslag-procedure is een gewone procedure waarbij de gewone regels van bewijsrecht en gewone regels voor begroting van schade gelden. De vergoeding is ook gerelateerd aan het al dan niet tekortschieten van de werkgever en de daaruit voortvloeiende materiële als immateriële nadelen voor de werknemer.

Kantonrechtersformule

De kantonrechtersformule is een globale berekeningswijze bedoeld om harmonisatie in de ontbindingsvergoedingen te creëren. De rechter mag altijd een andere berekeningswijze toe passen. Bij kennelijk onredelijk ontslag, zo overweegt de Hoge Raad, moet de rechter zich steeds opnieuw nauwkeurig rekenschap geven van de concrete omstandigheden en factoren die de hoogte van de vergoeding bepalen. De beslissing moet voldoende inzicht geven over die afweging.

Voorspelbaarheid

Voorspelbaarheid mag geen reden zijn om de kantonrechtersformule toe te passen. Harmonisatie kan bereikt worden door in de beslissingen de factoren die van belang zijn duidelijk te benoemen en inzichtelijk te maken welke financiële gevolgen ze in soortgelijke gevallen kunnen hebben.

De Hoger Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak ter verder behandeling naar het gerechtshof van Amsterdam. Daarmee is voor de betrokken partijen is de zaak nog steeds niet afgerond. Voor wat betreft de rechtspraak is nu in ieder geval eindelijk duidelijkheid dat de kantonrechtersformule niet mag worden toegepast bij kennelijk onredelijk ontslag.

LJN BJ6596
Hoge Raad
Kennelijk onredelijk ontslag art. 7:681 BW
Cassatie
27 november 2009

> Geen ontslagvergoeding, wel dividend: kennelijk onredelijk ontslag

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.