Geen verbetertraject statutair directeur. Ontslag kennelijk onredelijk

0

Het ontslag van een statutair directeur wegens disfunctioneren, vier maanden na indiensttreding, is kennelijk onredelijk. Hij heeft niet voldoende tijd gehad om zijn functioneren te verbeteren.

De situatie

Een werknemer komt op 1 december 2008 voor onbepaalde tijd in dienst als statutair directeur. Aan de aanname is een werving- en selectietraject voorafgegaan, met een aantal gesprekken met het selectiebureau en de werkgever, en een assessment. De eerste twee maanden van het dienstverband zijn gebruikt om de werknemer in te werken en te laten kennis maken met de organisatie. In maart 2009 zijn er twee gesprekken gevoerd tussen werknemer en werkgever waarin de laatste haar zorgen heeft geuit over het functioneren van de statutair directeur. Hij zou onder meer weinig draagvlak hebben binnen de organisatie. De werkgever geeft aan dat zij de ontwikkeling nadrukkelijk zal volgen. Op 8 april is de statutair directeur geschorst en op 24 april 2009 is hij na een besluit door de algemene vergadering van aandeelhouders ontslagen met een opzegtermijn van 4 maanden. In die periode is de werknemer vrijgesteld van werk. De werknemer heeft tegen het ontslag geprotesteerd.
Na het ontslag heeft de werknemer van september 2009 tot januari 2010 een WW-uitkering ontvangen. Daarna is hij begonnen in een nieuwe baan tegen 30% minder salaris.

De vordering

De werknemer vordert onder meer een vergoeding van € 85.000 wegens kennelijk onredelijk ontslag of vergoeding van de geleden en nog te lijden schade.
Het ontslag is volgens hem kennelijk onredelijk omdat de gevolgen voor hem te ernstig zijn in vergelijking met het belang van de werkgever bij het ontslag.  Hij heeft geen ontslagvergoeding gekregen en verdient in zijn nieuwe baan aanzienlijk minder. Voor de berekening van de vergoeding moet niet de kantonrechtersformule gebruikt worden omdat die, gezien het korte dienstverband, een onredelijke uitkomt geeft. De werkgever heeft zich als slecht werkgever gedragen door hem geen kans te geven om zich in zijn functie te ontwikkelen.

Het oordeel

De rechter weegt alle omstandigheden van het geval om te bepalen of er sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag. Een werkgever moet disfunctioneren duidelijk maken in een functioneringsgesprek en de werknemer dan de tijd geven om zijn functioneren te verbeteren. Pas als de werknemer daarna nog niet voldoende functioneert, kan het disfunctioneren een reden zijn voor ontslag. Dat geldt ook voor een statutair directeur. Volgens de rechter heeft de werkgever dit stappenplan niet gevolgd.

De werknemer heeft niet de gelegenheid gekregen om zijn functioneren te verbeteren. De rechter neemt daarbij mee dat de eerste twee maanden de inwerkperiode was. Het functioneren van de werknemer kon daardoor pas  vanaf 1 februari 2009 beoordeeld worden. De periode van twee maanden erna, waarin het disfunctioneren wordt aangegeven en het ontslag volgt, is te kort om ontslag wegens disfunctioneren te rechtvaardigen. Omdat de werkgever geen vergoeding heeft aangeboden, zijn de financiële gevolgen voor de  werknemer te ernstig in vergelijking met het belang van de werkgever. Bij het vaststellen van een vergoeding houdt de rechter rekening de forse inkomensdaling die de werknemer voor de kiezen heeft gekregen, het feit dat hij nog relatief jong waardoor hij een redelijke kans op de arbeidsmarkt heeft, het feit dat hij in de laatste vier maanden vrijgesteld van arbeid en het feit dat de snelle opzegging de werkgever te verwijten is. Dit alles bij elkaar resulteert in een schadevergoeding van € 20.000

LJN BM0505
Rechtbank Leeuwarden
Kennelijk onredelijk ontslag
Eerste aanleg
07 april 2010

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.