Diefstal geen reden voor ontslag

0

Een werknemer mag niet zes dagen voor het einde van zijn contract op staande voet ontslagen worden wegens diefstal.

De rechter vindt in dit concrete geval de sanctie te zwaar: de werknemer is 59 jaar, heeft al bijna 38 jaar een onberispelijk dienstverband en loopt door het ontslag zijn beëindigingsvergoeding van bijna € 25.000 mis.

De situatie

Een magazijnmedewerker bij Philips heeft in het kader van een reorganisatie een vaststellingsovereenkomst getekend. Per 1 juli 2011 eindigt zijn dienstverband. Hij krijgt een ontslagpremie mee van bijna € 25.000 en hij treedt in dienst bij een uitzendorganisatie. Daar wordt hij begeleid en bemiddeld naar ander werk.
Een week voor het einde van zijn contract wordt de werknemer bij de uitgang gecontroleerd en vindt de beveiliging in zijn tas onder andere een waterkoker, onderdelen van een Senseo-apparaat en nog wat andere zaken die eigendom zijn van de werkgever.
Na een gesprek wordt de werknemer de volgende dag op staande voet ontslagen wegens poging tot diefstal. De werknemer zegt dat hij dacht dat hij de spullen – die apart gelegd waren om te worden vernietigd – wel mocht meenemen.

De vordering

De werknemer stapt naar de rechter. Hij vordert loonbetaling tot 1 juli 2011 en nakoming van alle afspraken uit de vaststellingsovereenkomst. Hij heeft niet de bedoeling gehad om de spullen te stelen en daarnaast zijn de gevolgen van het ontslag voor hem te ernstig.

Het verweer

De werkgever vindt het ontslag terecht. Philips voert een zero-tolerancebeleid met betrekking tot diefstal. Ook vindt Philips dat het zich niet hoeft te houden aan de vaststellingsovereenkomst omdat die zonder betekenis is geworden: er bestond op 1 juli geen arbeidsovereenkomst meer.

Het oordeel

De rechter vindt een ontslag op staande voet in dit specifieke geval een te zware maatregel. Uiteraard had de werknemer moeten weten dat hij niet zomaar spullen mocht meenemen. Maar op basis van eerdere rechtspraak moeten ook de omstandigheden van het geval worden meegewogen.
In dit geval is het duidelijk dat het ontslag zeer ernstige financiële gevolgen voor de werknemer heeft. Het financiële nadeel zal dan ettelijke tienduizenden euro’s bedragen omdat hij geen aanspraak meer zou kunnen maken op de afgesproken beëindigingsvergoeding en de indiensttreding bij de uitzendorganisatie. Hij zou dan aangewezen zijn op een uitkering.
Naast dit financiële nadeel laat de rechter ook de leeftijd van de werknemer (59 jaar) meewegen, plus het feit dat hij zijn gehele ruim 38-jarige dienstverband naar behoren heeft gefunctioneerd en het feit dat de arbeidsovereenkomst zes dagen later sowieso zou eindigen.
Philips moet van de rechter de werknemer tot 1 juli gewoon doorbetalen en voldoen aan de afspraken uit de vaststellingsovereenkomst.

LJN BR5418
Kantonrechter Heerenveen
Vaststellingsovereenkomst
Kort geding
17 augustus 2011

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.