Billijke vergoeding om werkgever af te schrikken

0

Een kapster die na 27 jaar wordt ontslagen, krijgt een billijke vergoeding die neerkomt op 18 maandsalarissen. De rechter kende de vergoeding toe om de werkgever af te schrikken dit nogmaals te doen.

Een kapster werkt al 27 jaar elke maandagmiddag bij een kapsalon. In 2013 zijn er in het bedrijf twee nieuwe bestuurders aangetreden. In januari 2014 krijgt de kapster een vaststellingsovereenkomst voorgelegd. Ze gaat niet akkoord met het voorstel, waarin geen enkele financiële vergoeding is opgenomen, maar doet een tegenvoorstel: ze wil een ontslagvergoeding gebaseerd op de neutrale kantonrechtersformule. Op dat voorstel heeft de werkgever niet gereageerd. Begin februari komt de kapster op haar werk en mag ze niet haar gebruikelijke werkzaamheden als kapster doen. Ze moet van haar werkgever schoonmaken. Haar advocaat schrijft een brief waarin hij meldt dat dit niet acceptabel is en dat het blijkbaar de bedoeling is om de kapster weg te pesten. Hij verzoekt om de kapster gewoon haar werkzaamheden te laten doen.
In januari 2015 vraagt de werkgever een ontslagvergunning wegens bedrijfseconomische redenen aan bij het UWV. Die wordt geweigerd omdat de werkgever de noodzaak voor een reorganisatie niet aannemelijk kan maken. In diezelfde periode vraagt de kapster verlof voor twee weken zomervakantie. Hierover ontstaat een uitgebreide en langlopende discussie. De werkgever zegt dat de aanvraag niet in de planning past en de werkneemster blijft op het standpunt staan dat de werkgever binnen twee weken op haar aanvraag had moeten reageren. Nu hij dat niet heeft gedaan, is haar verlofaanvraag automatisch goedgekeurd. De discussie loopt zo lang door dat de zomervakantie ondertussen aanbreekt. De werkneemster meldt dat ze van haar vakantie gaat genieten en komt niet op het werk. Op 4 augustus schrijft de werkgever haar een brief dat het dienstverband met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn wordt opgezegd en dat de werkneemster per direct op non-actief is gesteld.

Bij de rechter

De werkneemster stapt naar de rechter en vraagt een billijke vergoeding van ruim € 57.000 of een billijke vergoeding die de kantonrechter redelijk vindt. Ze vraagt niet om toelating tot het werk of herstel van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter kent een billijke vergoeding toe van € 4.000. De werkneemster gaat in hoger beroep tegen deze uitspraak.

Meer jurisprudentie lezen?

Mr. Ingrid Kooijman houdt de jurisprudentie scherp in de gaten. Wekelijks publiceert ze voor XpertHR Actueel artikelen rondom arbeidsrecht. Lees meer

Het oordeel

Het hof vindt dat uit de gang van zaken duidelijk blijkt dat de werkgever van de werkneemster af wilde. Door de arbeidsovereenkomst in strijd met de voorschriften op te zeggen, heeft de werkgever ernstig verwijtbaar gehandeld. In het conflict over het toekennen en opnemen van verlof is beide partijen evenveel te verwijten, oordeelt het hof. De werkneemster heeft zich niet heel erg ingezet om uit de impasse te komen en de werkgever heeft het afwijzen van het verzoek niet goed gemotiveerd.

Hoogte billijke vergoeding: afschrikwekkend en punitief

De hoogte van de billijke vergoeding moet een substantieel bedrag zijn waarmee dit soort ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever in de toekomst wordt voorkomen, oordeelt het hof. De vergoeding moet een punitief en afschrikwekkend karakter hebben en de werkgever mag in deze situatie niet op een koopje van de werknemer afkomen. De loonkosten die door de handelswijze van de werkgever worden bespaard, mogen hem geen financieel voordeel opleveren. Omdat de duur van het dienstverband al is verdisconteerd in de transitievergoeding laat het hof dat bij het bepalen van de billijke vergoeding buiten beschouwing.

Arbeidsovereenkomst is geen levensverzekering

De werkneemster voert nog aan dat ze tot haar pensioen bij de werkgever had kunnen blijven werken. Het hof oordeelt daarover dat een arbeidsovereenkomst geen levensverzekering is en houdt in de vergoeding dan ook geen rekening met deze factor. Op grond van alle feiten en een belangenafweging oordeelt het hof dat een billijke vergoeding van € 4000 hier gerechtvaardigd is. Dat komt neer op zo’n 18 maandsalarissen.

Nieuwsgierig naar de hele rechtszaak?

Lees het rechtbankverslag na via ECLI:NL:GHARL:2016:2601. Datum uitspraak: 31 maart 2016

Lees meer over:

Over Auteur

Mr. Ingrid Kooijman is auteur bij XpertHR. Voor XpertHR Actueel houdt ze de jurisprudentie scherp in de gaten. Ze schrijft over arbeidsrecht, HRM en projectmanagement.