JurisprudentieBillijke vergoeding in hoger beroep fors verlaagd: van 10.000 naar 2.000 euro

0

Een fietsenmaker die bij de kantonrechter een forse billijke vergoeding krijgt toegekend, bijt in het stof als zijn werkgever hiertegen in hoger beroep gaat. Het hof haalt een streep door het grootste deel van de vergoeding die de kantonrechter eerder toekende aan de fietsenmaker.

Wat eraan voorafging

Een werknemer start op 1 oktober 2015 als fietsenmaker bij een werkgever. In zijn jaarcontract staat een tussentijdse opzegmogelijkheid: opzeggen kan tegen het einde van de maand, met een maand opzegtermijn.
Nog voor de eerste drie maanden voorbij zijn, wil de werkgever van de fietsenmaker af en zegt hij op 23 december de arbeidsovereenkomst op per 31 januari 2016. Maar kort daarna, op 28 december, ontslaat de werkgever de werknemer met ingang van 24 december wegens regelmatige ongeoorloofde afwezigheid.
De werknemer spant een rechtszaak aan tegen dit ontslag en de werkgever – die niet op de zitting aanwezig was –  wordt onder andere veroordeeld tot het betalen van de door de werknemer gevraagde billijke vergoeding van 10.000 euro.

Hoe het afloopt

De werkgever gaat – met succes – in hoger beroep tegen de uitspraak. De billijke vergoeding die de kantonrechter bij afwezigheid van de werkgever precies volgens de eis heeft toegekend, vindt het hof echt te hoog. Het hof komt op basis van de omstandigheden tot een veel lagere vergoeding die het in dit specifieke billijke acht.

Zo is de arbeidsovereenkomst gesloten in de vriendensfeer en ging het al vrij snel na de indiensttreding mis: de werknemer kwam in die korte tijd regelmatig te laat, of helemaal niet opdagen. Het hof laat ook meewegen dat de werkgever de arbeidsovereenkomst op een onjuiste manier heeft beëindigd. Als de werkgever eind december 2015 via de juiste weg om ontbinding had verzocht, zou de arbeidsovereenkomst per 1 maart zou zijn ontbonden. Uitgaande van die datum komt de toegekende billijke vergoeding van 2.000 euro neer op ongeveer een maandsalaris.

In de praktijk

Uit deze rechtszaak blijkt dat het hof kritisch kijkt naar de hoogte van een toegekende billijke vergoeding. De verwijtbaarheid aan de kant van zowel de werknemer als de werkgever wegen mee bij de bepaling van de hoogte van het bedrag.

Uitspraak: ECLI:NL:GHAMS:2016:5518, 20 december 2016

  • In samenwerking met XpertHR plaatst de redactie een praktijkvraag. Deze vraag wordt beantwoord door juristen van XpertHR. XpertHR biedt arbeidsrechtelijke informatie, juridisch advies, praktische tools, praktijkcases, checklists en meer. Geïnteresseerd? Vraag meer informatie of een demonstratie aan >>>
Lees meer over:

Over Auteur

Mr. Ingrid Kooijman is auteur bij XpertHR. Voor XpertHR Actueel houdt ze de jurisprudentie scherp in de gaten. Ze schrijft over arbeidsrecht, HRM en projectmanagement.